Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-40

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-2171 van de heer Destexhe d.d. 4 februari 2005 (Fr.) :
Volksrepubliek China. — Embargo op de uitvoer van wapens.

Op 17 november 2004 heeft het Europees Parlement de 25 lidstaten van de Europese Unie gevraagd het embargo op de wapenhandel met de Volksrepubliek China te handhaven. Dat embargo werd ingevoerd na de bloedige gebeurtenissen op het Tienanmenplein in 1989.

Volgens de Europarlementsleden zou dat embargo moeten worden gehandhaafd ę tot de Europese Unie een wettelijk bindende gedragscode voor wapenexport heeft goedgekeurd en de Volksrepubliek China concrete stappen heeft ondernomen om de mensenrechtensituatie in het land te verbeteren Ľ.

De gedragscode inzake wapenexport, die de Europese Unie in 1998 heeft aangenomen, wordt door het Europees Parlement onvoldoende bevonden. Hij kan niet als een voldoende vervangingsoplossing worden beschouwd voor het embargo op de wapenverkoop aan de Volksrepubliek China. Het Europees Parlement heeft opgemerkt dat bepaalde Europese landen nog steeds uitrustingen die gebruikt worden voor de doodstraf, foltering en andere onmenselijke en vernederende behandelingen uitvoeren naar gebieden waar de normen bepaald in de gedragscode zonder twijfel worden geschonden.

Ten slotte heeft de Volksrepubliek China niet afgezien van het gebruik van geweld om zijn geschil met Taiwan op te lossen en breidt hij elk jaar zijn militair arsenaal uit op de kusten langs Taiwan.

Kan de geachte minister mij zeggen wat het standpunt van BelgiŽ is ten opzichte van het embargo op de wapenuitvoer naar de Volksrepubliek China ?

Antwoord : De Belgische positie in deze kwestie is sinds het begin van de discussie in verband met een eventuele opheffing van het wapenembargo ten overstaande van China ongewijzigd gebleven.

De opheffing van het embargo is voor ons in de eerste plaats een politieke kwestie. Sinds de incidenten op het Tienamen Plein in 1989 heeft de situatie in China zich op een drastische manier gewijzigd, vooral op economisch en politiek vlak. Wij beschouwen bijgevolg het embargo als voorbijgestreefd.

Wij moeten niettemin, bij een eventuele opheffing van het embargo, rekening houden met een aantal bijkomende factoren.

1. Vanuit het standpunt van de mensenrechten gezien bestaan er in China noch een aantal problemen. BelgiŽ voert met betrekking tot deze materie een dialoog met China, zowel bilateraal als op europees vlak. BelgiŽ hecht het grootste belang aan deze dialoog zonder echter zover te willen gaan om een direct verband te willen leggen tussen de kwestie van de mensenrechten en een eventuele opheffing van het embargo. BelgiŽ verwacht zeker een gebaar van China op het vlak van de mensenrechten, zonder hiervan echter een voorafgaandelijke voorwaarde te willen maken.

2. Men dient eveneens rekening te houden, bij een eventuele opheffing van het embargo met de repercussies hiervan op de veiligheidssituatie in Oost-AziŽ en in een gedeelte van de Stille Oceaan. Op europees niveau werkt men thans twee instrumenten uit teneinde de destabiliserende effecten van leveringen van wapens en wapensystemen aan China te vermijden. Het gaat hier om een herziening van de natuur van de gedragscodes inzake de levering van militaire uitrustingen gepaard gaande met de lancering van het nieuwe concept van toolbox dat wil zeggen van een geheel van maatregelen die onder andere een uitwisseling van informatie vastleggen tussen de lidstaten met betrekking tot de toekenning of de weigering van uitvoervergunningen aan de landen van bestemming in casu China. BelgiŽ dringt aan op het juridisch bindend karakter van de gedragscodes en speelt een constructieve rol in de kwestie van de creatie van de toolboxes.