Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-37

ZITTING 2004-2005

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid (Wetenschapsbeleid)

Vraag nr. 3-2250 van de heer Van Hauthem d.d. 23 februari 2005 (N.) :
Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie. — Personeel. — Taalaanhorigheid.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 3-1625 (Vragen en Antwoorden nr. 3-28, blz. 1899) deelt de geachte minister mij het totaal aantal fysieke personen (229) in dienst mee en de daarmee overeenstemmende voltijdse eenheden (205) voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.

Bij de opdeling per taalgroep blijkt het aantal fysieke personen en voltijdse eenheden niet overeen te stemmen met de opgegeven getallen.

Graag had ik een antwoord gekregen op volgende vragen :

1. Kan u voor elk van de vermelde gegevens (totaal aantal fysieke personen en VTE; opdeling per statuut (fysieke personen en VTE); opdeling per niveau (fysieke personen en VTE)) meedelen welke de correcte verdeling is over de Nederlandse, Franse en Duitse taalgroep ?

2. Welke criteria worden er gebruikt voor de verdeling van de jobs, inzonderheid (en in voorkomend geval) van de ambten die buiten een taalkader vallen ?