Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-23

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-1204 van de heer Destexhe van 28 juli 2004 (N.) :
Rechtbank van koophandel. ­ Werking.

Het Gerechtelijk Wetboek regelt het ambt van rechter in handelszaken. Wanneer die rechter de leeftijd van 67 jaar bereikt kan hij zijn ambt blijven uitoefenen tot de leeftijd van 70 jaar met een machtiging van de korpsoverste.

De wet van 3 mei 2003 heeft die mogelijkheid geschrapt doch de wet van 22 december 2003 heeft ze opnieuw ingevoerd.

Zo ontstaan er twee problemen voor de rechters in handelszaken die weliswaar de leeftijd van 67 jaar hebben bereikt maar nog geen 70 jaar oud zijn.

Het eerste probleem is dat van de rechters die door de wet van 3 mei 2003 verplicht waren hun ambt neer te leggen maar thans opnieuw voldoen aan de voorwaarden voor een verlenging aangezien zij nog steeds geen 70 jaar oud zijn (categorie A).

Het tweede probleem is dat van de rechters die 67 jaar oud geworden zijn na de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2003 (categorie B van de vraag).

Bij dat tweevoudig probleem komt dan nog een niet te verantwoorden vorm van ongelijke behandeling naargelang van de gerechtelijke arrondissementen. Het is immers zo dat bij de Rechtbank van koophandel te Brussel, die kennelijk het grootste aantal dossiers van het land telt, de rechters van categorie A geen nieuwe verlenging hebben gekregen van hun korpsoverste na de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2003 en dat de rechters van categorie B sinds de inwerkingtreding van die wet de « oorspronkelijke » verlenging niet kunnen krijgen.

Daar staat dan weer tegenover dat bij de rechtbanken van koophandel buiten Brussel, de rechters van categorie A en B naar wens hun ambt kunnen blijven uitoefenen behalve in individuele gevallen met gemotiveerde beslissing.

In Brussel wordt de weigering stelselmatig uitgesproken en niet gemotiveerd.

Die toestand wordt gekenmerkt door een gebrek aan samenhang en een discriminerend ingrijpen. Hij leidt tot ontevredenheid bij de betrokkenen die zich behandeld voelen op een willekeurige en onlogische manier die ook nog strijdig is met het beginsel van de gelijkheid van de Belgen.

Wat vindt u van die toestand ?

Hoe kan hij verholpen worden ?

Antwoord : De aanwijzing van lekenrechters toegelaten tot de inruststelling wegens hun leeftijd tot zij de leeftrijd van 70 jaar hebben bereikt, valt enkel onder de bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van koophandel (zie de bepalingen van artikel 383, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, gecombineerd met artikel 390 van hetzelfde wetboek, waarin wordt gesteld dat de magistraten kunnen worden aangewezen door de voorzitter).

Ik kan derhalve niet tussenkomen bij de voorzitter van de rechtbank van koophandel of diens beslissing becommentariėren.

Ik maak gebruik van deze vraag om u mee te delen dat een voorontwerp van wet tot uitbreiding van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel, eerstdaags zal worden ingediend bij het Parlement.