Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-14

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 3-391 van de heer Dedecker d.d. 24 oktober 2003 (N.) :
Voertuigen die worden aangekocht in België en bestemd zijn voor verkoop in het buitenland. ­ Nummerplaten.

Het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens bepaalt de voorwaarden voor het bekomen van commerciële nummerplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens.

Belgische handelaars die aan alle voorwaarden voldoen en in ons land voertuigen aankopen om deze te verkopen in het buitenland blijken deze nummerplaten voor deze voertuigen niet te kunnen bekomen, zelfs al hebben de betrokkenen onder meer meer dan 12 voertuigen in België verkocht in de loop van de twaalf maanden die de datum van afgifte van de verklaring voorafgaan.

De Dienst voor inschrijving van de voertuigen (DIV) geeft hiervoor als reden op dat de verkoopsfacturatie in het buitenland gebeurt. Nochtans is het bekomen van de vernoemde nummerplaten noodzakelijk in het licht van het transport van de voertuigen van de plaats (in België) van aankoop naar de plaats van waaruit de voertuigen naar het buitenland worden verscheept.

Ik had van de geachte minister willen vernemen waarom de DIV deze bijkomende voorwaarde stelt. Op welke juridische grond gebeurt dit ?

Is de geachte minister bereid deze voorwaarde formeel op te heffen ? Indien niet, om welke reden ?

Antwoord : In het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens, werd in artikel 11 vermeld dat constructeurs of bouwers van motorvoertuigen of aanhangwagens alsook hun mandatarissen en de personen die het beroep uitoefenen van detailhandelaar een « handelaarsplaat » kunnen bekomen.

Voor een eerste afgifte van een « handelaarsplaat » is één van de verplichte documenten een verklaring opgesteld door de administratie die bevoegd is voor de belasting over de toegevoegde waarde (BTW).

Voor de jaarlijkse verlenging van een « handelaarsplaat » moet een nieuwe BTW-verklaring bijgevoegd worden en één van de vereiste vermeldingen is dat de houder ten minste twaalf voertuigen verkocht heeft in de loop van de twaalf maanden die de datum van afgifte van de verklaring voorafgaan (zie koninklijk besluit van 8 januari 1996, artikel 16).

« Handelaarsplaten » worden onder meer gebruikt om voertuigen die verkocht werden over te brengen naar een plaats van inscheping. Bij de invoering van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 werd tussen de FOD Mobiliteit en Vervoer en de FOD Financiën overeengekomen dat onder het begrip « detailhandelaars in motorvoertuigen of aanhangwagens » niet die detailhandelaars bedoeld zijn die uitsluitend voertuigen leveren naar het buitenland. Dergelijke handelaars kunnen derhalve geen aanspraak maken op « handelaars- » of « proefrittenplaten ». In overeenstemming met dat standpunt wordt door de BTW-administratie geen BTW-verklaring uitgereikt.

Bij detailhandelaars die zowel naar het buitenland als in België leveren, worden verkopen van motorvoertuigen of aanhangwagens naar het buitenland niet bij de aanvraag tot vernieuwing van de inschrijving « handelaar » meegerekend om te bepalen of de betrokkene al dan niet twaalf motorvoertuigen of aanhangwagens heeft verkocht.

Bij verkopen die in het buitenland plaatsvinden is de Belgische BTW-wetgeving immers niet van toepassing, er wordt geen factuur uitgereikt op grond van een Belgische wet en er kan dus door de fiscale administratie geen daadwerkelijke controle uitgevoerd worden over de identiteit en de hoedanigheid van de koper.

De uitreiking van de vereiste BTW-verklaring betreft dus tot nader order jaarlijks een minimum van twaalf verkochte voertuigen in België.

Er zal in de loop van dit jaar onderzocht worden of de voorwaarde betreffende de verkoop van twaalf voertuigen niet door een vlottere regeling kan worden vervangen die evengoed de continue activiteit « detailhandel in voertuigen » voor de aanvrager van commerciële kentekenplanten kan aantonen.