3-209/2

3-209/2

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

28 APRIL 2004


Wetsvoorstel betreffende het aanbrengen van tatoeages en piercings


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEREN DESTEXHE EN RAMOUDT

Het wetsvoorstel vervangen als volgt :

ę Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

≠ tatoeage : elke praktijk waarbij het menselijk lichaam op blijvende wijze gemerkt wordt door de injectie van een kleurstof onder de opperhuid.

≠ piercing : elke perforatie van de opperhuid met de bedoeling er een lichaamsvreemd sierobject in aan te brengen.

Art. 3

Tatoeage en piercing mogen alleen uitgevoerd worden door de houders van een inschrijving in het handelsregister van de rechtbank van koophandel in het rechtsgebied waar zij gewoonlijk hun activiteit bedrijven.

Bij niet-naleving van deze bepaling, kunnen de sancties worden toegepast die opgenomen zijn in hoofdstuk VIII van de gecoŲrdineerde wetten van 20 juli 1964 betreffende het handelsregister.

De Koning bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan de door het bedrijf gebruikte apparatuur en de ruimte waar het tatoeŽren wordt uitgeoefend moeten voldoen om de verspreiding van de besmettelijke aandoeningen te voorkomen en de correcte uitvoering van de tatoeage te waarborgen.

Art. 4

Vooraler tot een handeling wordt overgegaan, moet de klant een blad hebben ontvangen waarop een tekst staat afgedrukt met raadgevingen inzake hygiŽne en preventie. Die tekst wordt bij koninklijk besluit bepaald.

De tatoeŽerder dient zowel mondeling als schriftelijk richtlijnen mee te geven voor een optimale nazorg van de gezette tatoeage.

Het is hem bovendien onder alle omstandigheden verboden tatoeages te zetten onder invloed van alcohol en/of drugs, evenals tatoeages te zetten op personen die onder invloed van alcohol en/of drugs zijn.

Art. 5

Tatoeages bij minderjarigen van jonger dan 18 jaar zijn verboden.

Er mag een tatoeage worden gezet bij een minderjarige die jonger is dan 18 jaar indien zijn ouders of zijn wettelijke voogd daar hun toestemming voor hebben gegeven.

Art. 6

Piercing bij personen jonger dan 16 jaar is verboden.

Er mag een piercing worden gezet bij een minderjarige die jonger is dan 16 jaar indien zijn ouders of zijn wettelijke voogd daar hun toestemming voor hebben gegeven.

Piercing van de oorlel valt niet onder deze wet.

Piercing van de genitaliŽn of de tepels bij minderjarigen van jonger dan 18 jaar is verboden. Ľ

Alain DESTEXHE.
Didier RAMOUDT.