Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-2

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-244 van de heer Dedecker d.d. 5 september 2003 (N.) :
Europese Unie. ≠ Vrij verkeer en verblijf voor gehuwden van hetzelfde geslacht.

De Commissie heeft op 23 mei 2001 haar goedkeuring gehecht aan een voorstel voor een richtlijn betreffende het recht van de burgers van de Unie en hun familieleden om zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven.

Thans is er een voorstel ingediend ter vervanging van en ter aanvulling op de verschillende geldende wetgevingsinstrumenten op het gebied van het vrije verkeer van de burgers van de Unie. Het hoofddoel van het voorstel is de uitoefening van het recht van vrij verkeer en verblijf te vergemakkelijken door de administratieve formaliteiten tot het strikt noodzakelijke minimum te beperken, door de status van familieleden zo goed mogelijk te definiŽren, door een duurzaam verblijfsrecht in te stellen dat wordt verworven na een continu legaal verblijf van vier jaar in een lidstaat en door de mogelijkheid voor de lidstaten te beperken om het verblijfsrecht om redenen van openbare orde te weigeren of te beŽindigen.

Wat het huwelijk betreft, wil de Commissie geen definitie van de term ę echtgenoot Ľ overnemen die een uitdrukkelijke verwijzing naar een echtgenoot van hetzelfde geslacht invoert, onder meer omdat op de 15 lidstaten enkel Nederland en BelgiŽ het huwelijk tussen personen van gelijk geslacht erkennen. De Commissie is namelijk van mening dat de harmonisatie van de verblijfsvoorwaarden voor burgers van de Unie in de lidstaten waarvan zij niet de nationaliteit hebben, er niet toe mag leiden dat aan sommige lidstaten via de wetgeving wijzigingen worden opgelegd die gevolgen hebben voor het familierecht, op welk gebied de Gemeenschap geen wetgevende bevoegdheid heeft.

De situatie is niet zeer duidelijk.

Enerzijds geldt het non-discriminatiebeginsel waardoor een lidstaat verplicht is paren uit andere lidstaten op dezelfde wijze te behandelen als zijn eigen onderdanen. Er is onder meer een verwijzing naar verbod van discriminatie op grond van genderidentiteit als amendement opgenomen.

Anderzijds heeft het Hof van Justitie in zijn jurisprudentie bepaald dat het begrip ę huwelijk Ľ volgens de door de lidstaten algemeen aanvaarde definitie een verbintenis tussen twee personen van verschillend geslacht is en voor recht verklaard dat voor een op de maatschappelijke ontwikkeling gebaseerde interpretatie van rechtsbegrippen de toestand in de gehele Gemeenschap moet worden onderzocht.

Ik had van de geachte staatssecretaris willen vernemen of hij meer duidelijkheid terzake kan brengen.

1. Zal het vrij verkeer van in Nederland en BelgiŽ gehuwde personen van hetzelfde geslacht in het licht van de toekomstige richtlijn beperkt worden ? Zo ja, ten aanzien van welke rechten ?

2. Zal men eerst een uitspraak van het Hof moeten afwachten om duidelijkheid te bekomen, of zal BelgiŽ, desgevallend met Nederland, stappen ondernemen om vanaf de inwerkingtreding van de richtlijn rechtszekerheid te bekomen voor de betrokken personen ?

Antwoord : Algemeen : Schets van de huidige situatie

Het algemene principe is dat de Europese Commissie niet regelgevend wenst op te treden in materies waarover tussen de lidstaten onderling nog niet voldoende consensus bestaat. Binnen elke lidstaat moeten evenwel dezelfde regels gelden voor partners van EU-onderdanen als voor partners van eigen onderdanen, ter waarborging van het recht op vrij verkeer.

Het EU-recht voorziet vooralsnog niet in een veralgemeende positieve verplichting tot gelijke behandeling van het homohuwelijk en het heterohuwelijk.

Zolang een lidstaat zelf geen homohuwelijk instelt, is hij er niet toe gehouden om een buitenlands homohuwelijk te erkennen. Het EU-recht legt de lidstaten vooralsnog geen verplichting op om humohuwelijken die zijn aangegaan in een andere lidstaat te erkennen.

De richtlijn inzake gezinshereniging bij een Unieburger in voorbereiding zal hier vermoedelijk geen verandering in brengen. De Commissie opteert er expliciet voor om, in tegenstelling tot de wens van het Europees Parlement, niet vooruit te lopen op de bereidheid van de lidstaten om hun gezinsbegrip uit te breiden.

Als algemeen principe geldt dat de Europese Commissie geen regels wenst uit te vaardigen voor materies waarover nog niet voldoende consensus onder de lidstaten bestaat.

1. Het antwoord hierop hangt af van wat men onder ę beperken Ľ verstaat. Aangezien voorheen de homoseksueel nog geen algemeen recht op gezinshereniging kon laten gelden voor zijn partner, wordt het recht op vrij verkeer niet ingeperkt ten opzichte van een voorheen bestaande situatie. Het is wťl zo dat Europese homoseksuelen geplaatst zullen blijven voor de keuze om ofwel gebruik te maken van hun recht op verkeer en hun gezinsleven onderbroken te zien, ofwel voor dat gezinsleven te kiezen. Er is en blijft met andere woorden sprake van een mogelijke beperking van het recht op vrij verkeer. De reden daarvoor is dat een homohuwelijk nog niet in alle lidstaten als te beschermen gezinsleven wordt beschouwd, en dat daar vooralsnog geen internationale of Europeesrechtelijke verplichting toe bestaat.

2. De initiatieven die op Belgisch vlak zullen worden ondernomen hangen niet samen met de inwerkingtreding van de richtlijn. De richtlijn verandert niets aan de huidige situatie voor homoseksuelen.

Het is evenwel aangewezen dat in het licht van de beloofde inspanningen in het regeerakkoord op het vlak van familierecht eveneens zou worden gewerkt aan een optimalisering van de verblijfsrechtelijke belangen van bepaalde gezinsvormen, zoals het homokoppel.