Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-66

ZITTING 2002-2003

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van FinanciŽn

Vraag nr. 2454 van de heer Destexhe d.d. 22 oktober 2002 (Fr.) :
Aandelenoptie. ≠ Belasting.

Een aandelenoptie is het recht om in de toekomst een aandeel tegen een bepaalde koers aan te kopen. Veel Belgische en buitenlandse bedrijven geven aandelenopties aan hun medewerkers om ze te motiveren en zich op lange termijn van hun trouw te kunnen verzekeren.

Sinds 1999 belast BelgiŽ die aandelenopties op het moment dat ze worden toegekend. De werknemer moet belasting betalen, ofschoon de optie nog niet werd uitgeoefend.

De meeste Europese landen belasten op het moment van de uitoefening van de optie en belasten de werkelijke opbrengst, hetzij aan het marginale tarief, hetzij aan een speciaal verminderd tarief.

Wat zijn de voor- en nadelen van ons systeem ?

Stel dat er zich een ineenstorting van de beurs voordoet, heeft men dan geen voordeel belast, dat er misschien nooit ťťn zal worden ?

Bent u van plan dat systeem te herzien ? Zo ja, wanneer dan ?

Antwoord : De bepalingen inzake aandelenopties ingesteld door de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, werden genomen omdat het vorig fiscaal regime te stringent was en leidde tot grote rechtsonzekerheid.

De door voornoemde wet ingevoerde regeling heeft niet enkel het voordeel weer te keren naar de logica van de Belgische fiscaliteit in het algemeen, maar is bovendien soepel en eenvoudig, derwijze dat ze kan worden toegepast door alle ondernemingen, wat ook hun grootte is, hun aantal werknemers, en of ze ter beurs genoteerd zijn of niet.

Het grote nadeel berust in het feit dat ingevolge de neergang van de financiŽle markten sinds drie jaar, de begunstigden van de aandelenopties worden belast op een voordeel dat in de huidige stand van zaken nooit zal worden toegekend.

Teneinde deze toestand te verhelpen, wordt in artikel 407 van het ontwerp van programmawet, ingediend bij de Kamer van volksvertegenwoordigers op 14 november 2002 (stuk Kamer, nr. 2124/032, 2002-2003, blz. 177), voorgesteld om de vennootschappen toe te laten, met instemming van de begunstigden, de uitoefeningsperiode met hoogstens drie jaar te verlengen zonder enige bijkomende fiscale last, voor de aandelenoptieplannen afgesloten tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002.