Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-54

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landsverdediging

Vraag nr. 1881 van de heer Kelchtermans d.d. 8 februari 2002 (N.) :
Krijgsmacht. ­ Burgerpersoneel. ­ Absenteďsme.

Volgens recente studies zouden werknemers in de privé-sector gemiddeld 14,5 dagen per jaar afwezig zijn op hun werk wegens ziekte. Het algemene verzuimpercentage (wegens ziekte, zwangerschap, geboorte en gewettigde of ongewettigde afwezigheden) zou voor het jaar 2000 5,91 % bedragen. In overheidsbedrijven zou de algemene afwezigheid nog eens 3 tot 5 % hoger liggen. Voor een departement waar de fysieke conditie een centraal gegeven is, mag redelijkerwijze verwacht worden dat het de laatstgenoemde tendens niet bevestigt.

Graag kreeg ik van de geachte minister omstandig antwoord op volgende vragen :

1. Wat waren respectievelijk tijdens de dienstjaren 2000 en 2001 de afwezigheden wegens ziekte, andere gewettigde afwezigheden en ongewettigde afwezigheden respectievelijk voor de troep, de onderofficieren, de officieren en het burgerpersoneel per taalstelsel ?

2. Hoe verklaart hij deze cijfers en welke conclusies trekt hij hieruit voor een anti-verzuimbeleid binnen zijn departement ? Wat blijkt hieruit in verband met de fysieke paraatheid van onze militairen ?

Antwoord : Alvorens de vragen gesteld door het geachte lid te beantwoorden wens ik eerst enkele voorafgaande bemerkingen te maken.

1. Het algemene verzuimpercentage van 5,91 %, dat u aanhaalt is afkomstig van een groot sociaal secretariaat, SD Worx, voor het jaar 2000. Dit percentage werd bekomen op basis van gegevens afkomstig van 8 530 privé-ondernemingen die 282 003 werknemers (gemiddeld 34 werknemers per bedrijf) tewerkstelden en zou derhalve geenszins het verzuimpercentage kunnen weerspiegelen van het geheel van de bedrijven in de privé-sector. Volgens dezelfde bron bedraagt het verzuimpercentage voor ziekte 4,4 % en de gemiddelde afwezigheid voor ziekte 7,5 dagen.

Securex, een dienst voor medische controle, en het Verbond van Belgische ondernemingen (VBO) vermelden respectievelijk een globaal percentage van 4 tot 7 % en van 6 tot 7 %. De factoren die een invloed hebben op het absenteďsme zijn veelvoudig. Rekening houden met één enkele factor, zoals bijvoorbeeld de fysieke conditie die u citeert in de inleiding op uw vraag, laat dit niet toe conclusies te trekken in een of andere zin.

2. U schrijft dat het algemene verzuimpercentage in de overheidsbedrijven 3 tot 5 % hoger zou liggen dan in de privé-sector. Uit Franse gegevens ­ afkomstig van de uitbating van de sociale verslagen van 1996 ­ blijkt dat het algemene verzuimpercentage tot tweemaal hoger ligt in de openbare dienst.

Tenslotte vermeldt een rapport van januari 1999 ­ nog steeds in Frankrijk ­ van de interministeriële opdracht aangaande de werkduur in de openbare dienst algemene verzuimpercentages die schommelen tussen 10,4 en 26 %, terwijl cijfers voor Defensie 10,7 % bedragen.

3. Deze overwegingen bewijzen voldoende dat het moeilijk is om vergelijkingen te trekken tussen deze verschillende studies.

Dit is te wijten enerzijds aan de specificiteit van de beschouwde ondernemingen en anderzijds aan een gebrek aan standaardisatie in verzamelen van gegevens.

Zo heeft SD Worx waarvan we de cijfers hierboven geciteerd hebben, in zijn studie geen rekening gehouden met werknemers die minder dan zes maanden anciënniteit hebben, noch met leercontracten, interims of stagecontracten.

Sommige in België uitgevoerde studies beschouwen zwangerschapsverloven en verloven om familiale redenen als afwezigheden om gezondheidsredenen, terwijl andere dit niet doen.

Het geachte lid zal hierna de antwoorden op zijn vragen vinden.

1. De schatting van het verzuimpercentage om gezondheidsredenen voor het departement Defensie voor 2000 en 2001 is als volgt :

­ 2000 : 6,42 %;

­ 2001 : 6,31 %.

U zult de gedetailleerde tabellen per categorie en per taalstelsel op het einde van het antwoord vinden.

Deze cijfers vereisen enige verduidelijkingen.

In de gemengde eenheden, zoals zij bepaald worden in de militaire reglementering gebaseerd op de wet van 1938 van toepassing op het gebruik der landstalen in de Krijgsmacht, wordt de registratie van het absenteďsme niet uitgevoerd per taalstelsel.

Zoals hierboven vermeld bestaat er geen gestandaardiseerd systeem voor het registreren van gegevens die betrekking hebben op alle soorten van absenteďsme (om gezondheidsredenen, gewettigde en ongewettigde).

Het globale verzuimpercentage kon derhalve niet berekend worden omdat de verstrekte gegevens onvolledig waren.

In dat geval is het niet mogelijk oordeelkundige conclusies te trekken uit een vergelijking tussen een globaal afwezigheidspercentage van 5,91 % in de privé-sector dat berust op onvolledige gegevens van de sector van kleine en middelgrote ondernemingen en het verzuimpercentage om gezondheidsredenen van het departement van Defensie evenmin als uit een vergelijking tussen het absenteďsme om gezondheidsredenen in het departement van Defensie, van het militair personeel en het burgerpersoneel.

2.a) Uit gedetailleerde cijfers die men in de tabel terugvindt blijkt dat, zoals in de privé-sector wordt waargenomen, het absenteďsme bij het lagere personeel en bij het Franstalige personeel hoger ligt dan dat van andere bedoelde personeelscategorieën, respectievelijk.

Andere vaststellingen die men niet met cijfers kan illustreren omdat nadere gegevens ontbreken, vindt men eveneens terug in de privé-sector en de openbare dienst, met name dat het absenteďsme bij vrouwen hoger ligt dan bij mannen en eveneens bij personeelsleden wiens woonplaats verder dan 25 km van de arbeidsplaats gelegen is.

Factoren zoals de registratiemodaliteiten van de gegevens, het al dan niet bestaan van een gestructureerd systeem van medische controle, de verdeling van de betrokken populatie alsook de specificiteit van het militair personeel zijn van dien aard dat ze de uitgebrachte cijfers in een of andere zin beďnvloeden :

(1) de militaire bevolking vertoont de bijzonderheid dat zij grotendeels behoort tot de leeftijdsgroep tussen 25 en 50 jaar;

(2) deze bevolking kan daarentegen blootgesteld worden aan penibele klimaat- en omgevingscondities die in vergelijking met een sedentaire bevolking een stijging van het ziekte-verzuim kunnen teweegbrengen;

(3) daarnaast geven de specifiek militaire activiteiten gericht op de fysieke conditietraining ook aanleiding tot een groter aantal letsels, hetgeen ongetwijfeld het verzuimpercentage beďnvloedt;

(4) anderzijds maakt het vrouwelijke personeel 6 % uit van de militaire populatie en 34 % van de statutaire burgerpersoneelsleden van het departement;

(5) tenslotte kennen we een systeem van aangepast werk ­ specifiek voor het departement, met name het toekennen van bijzondere vrijstellingen van de dienst of van een gedeelte van de dienst ­ dat eveneens van aard is om de absenteďsmecijfers te vervalsen.

Niettemin wordt, globaal genomen, bij het departement Defensie, zoals dit ook voorkomt in de overheidsbedrijven, een verzuimpercentage vastgesteld dat hoger ligt dan de in privé-sector.

2.b) Aangaande de politiek inzake bestrijding van het absenteďsme heb ik, in mijn algemene beleidsnota die verspreid werd in de loop van de maand mei 2000, aan mijn departement objectieven opgelegd die van aard zijn om het globale probleem van het absenteďsme aan te pakken.

Hieruit zijn reeds concrete realisaties voortgevloeid en de Defensiestaf vervolgt deze politiek met het oog op het bereiken van de door mij vastgelegde doelstellingen.

Verschillende structurele maatregelen en maatregelen op gebied van beheer, van medische en psychosociale aard en op gebied van omgevingsfactoren werden genomen in het kader van de globale tenlasteneming van het personeel, zoals, onder andere, een verbetering van het rekruteringsbeleid door de vereenvoudiging van de procedures, de toegang tot de militaire gezondheidszorgenstructuren voor het burgerpersoneel, het opstarten van een externe medische controledienst, de organisatie van de globale medische opvolging van de leden van het departement, de inplaatsstelling van structuren voor psychosociale begeleiding in de eenheden, de opening van kinderdagverblijven voor de kinderen van de personeelsleden, het opstarten van het systeem van glijdende uren, de implementatie van de wet op het welzijn op het werk, de inplaatsstelling van de militaire diensten voor bescherming en preventie op het werk, van de arbeidsgeneeskunde en van een orgaan voor milieubeheer. Al deze maatregelen komen bovenop andere vroegere initiatieven, zoals onder andere de dienst voor vertrouwenspersonen of nog de dienst ter preventie van verslaving.

Ik ben inderdaad van mening dat de voornaamste rijkdom van het departement Defensie zijn menselijk kapitaal is. Het is om die reden dat ik een adequate structuur in plaats heb gesteld die ermee belast is het welzijn, de gezondheid, de levenskwaliteit en de bescherming van het milieu te behouden en te bevorderen : het stafdepartement Welzijn.

Het is dit stafdepartement, dat sinds 1 januari van dit jaar belast is met de coördinatie en de opvolging van al deze acties.

Wat de toekomst aangaat, na bepaling van de registratienormen betreffende absenteďsmegegevens van het personeel, na analyse van de verschillende betrokken factoren en na afbakening van de problemen, in overleg met de personeelsleden, zal de volgende stap op het vlak van preventie van het absenteďsme erin bestaan een gestructureerd beheersbeleid uit te werken inzake absenteďsme. Dit beleid zal maatregelen omvatten die erop gericht zijn het welzijn op het werk te bevorderen en een ondersteuningspolitiek in plaats te stellen ten behoeve van het personeel dat problemen ondervindt in verband met afwezigheid op het werk.

Het absenteďsme heeft natuurlijk een weerslag op de productiviteit van een onderneming en betekent derhalve een kostprijs, maar het is voornamelijk de menselijke dimensie van de onderliggende ziekten of ongevallen en hun effect op de levenskwaliteit van het personeel van Defensie waarmee de werkgever rekening dient te houden. Dit is de rol die aan het stafdepartement Welzijn wordt toebedeeld.

Verzuimpercentage om gezondheidsredenen (%)
Jaar 2000

N F M (1) Gemiddelde/Taux moyen
Militair personeel ­ Personnel militaire
Officieren. ­ Officiers 1,81 2,49 2,17 2,16
Onderofficieren. ­ Sous-officiers 4,70 5,03 5,22 5,14
Vrijwilligers. ­ Volontaires 7,99 8,67 8,46 8,39
Gemiddelde. ­ Taux moyen 6,50 7,10 6,30 6,44
Statutair burgenpersoneel ­ Personnel civil statutaire
5,44 7,01 6,20
6,32 7,08 6,30 6,42

Verzuimpercentage om gezondheidsredenen (%)
Jaar 2001

N F M (1) Gemiddelde/Taux moyen
Militair personeel ­ Personnel militaire
Officieren. ­ Officiers 1,57 2,60 2,22 2,17
Onderofficieren. ­ Sous-officiers 4,72 5,10 5,16 5,09
Vrijwilligers. ­ Volontaires 7,38 8,35 8,46 8,20
Gemiddelde. ­ Taux moyen 6,13 6,95 6,28 6,34
Statutair burgenpersoneel ­ Personnel civil statuaire
5,32 6,65 5,96
Gemiddelde. ­ Taux moyen 5,99 6,89 6,28 6,31

(1) M betekent taalkundig « gemengd ».