Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-9

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties (Telecommunicatie)

Vraag nr. 340 van de heer Destexhe d.d. 10 januari 2000 (Fr.) :
Belgacom. Internettarieven.

In februari 1999 heb ik aan uw voorganger een vraag gesteld over de internettarieven. Hij heeft toen beloofd mij een rapport van het BIPT over te zenden waarin sprake is van een verlaging van de telefoontarieven.

Ik stel evenwel vast dat Belgacom sedert november 1999 voor een uur internet 45 frank factureert, wat neerkomt op een verhoging met 10 frank. De pers beweert dat deze verhoging te wijten is aan het feit dat de providers eisen dat Belgacom hun een groter deel van de kosten van de telefoonverbinding afstaat.

Ofschoon het aantal internetgebruikers in ons land thans sterk toeneemt, blijft het gebruik ervan voor een aantal personen toch een luxe.

Kunt u zich aansluiten bij mijn zienswijze en me tevens meedelen welke oplossingen er komen om bijna gratis toegang te krijgen tot het internet ?

Antwoord : Het geachte lid gelieve hieronder het antwoord op de gestelde vraag te willen vinden.

De toegang tot internet vereist een toegang tot een netwerkoperator (tot nu toe meestal Belgacom) en een internet service provider (ISP).

Met de liberalisering van de markt gebeurt het dat in een aantal gevallen de ISP-klant is van een andere operator dan Belgacom. In die gevallen betaalt Belgacom een vastgesteld bedrag (terminating) om de oproep op het netwerk van die operator af te wikkelen.

Reeds meer dan twee jaar bestaan er spanningen tussen Belgacom enerzijds, en de andere operatoren en internet service providers anderzijds, om redenen die met name verband houden met de kosten voor de afwikkeling van internetoproepen.

De operatoren betalen een deel van hun terminatinginkomsten uit aan de ISP-klanten van hun netwerk, waardoor die ISP's goedkopere, zelfs gratis abonnementen kunnen aanbieden. Belgacom klaagt erover dat ze de afwikkelingskosten voor de internetoproepen veel te hoog vindt, in vergelijking met de toegepaste prijs in de daluren.

In de loop van het jaar 1999 wou Belgacom een internetdienst tegen een minder hoog tarief aanbieden, maar verbonden aan minder gunstige interconnectievoorwaarden voor andere operatoren en dus voor de ISP's (minder hoge terminatingprijs).

Een groep van zes operatoren heeft dan een beslissing in kort geding verkregen waarin vermeld werd dat Belgacom een dergelijke dienst niet mocht aanbieden voordat de Raad voor de mededinging zich over de kwestie had uitgesproken.

Het voortduren van dat conflict heeft er uiteindelijk toe geleid dat Belgacom beslist heeft om haar prijzen voor internet-oproepen in de daluren op te trekken vanaf november 1999.

Sindsdien zijn de marktspelers uitgenodigd om deel te nemen aan de consultatie onder het beschermheerschap van het BIPT. Die consultatie beoogt een nieuwe manier van prijsverdeling voor een oproep tussen Belgacom, de andere operatoren en de ISP's. Door middel van een dergelijke oplossing zou de prijs die de internetgebruiker betaalt, verlaagd kunnen worden.

Ik hoop natuurlijk dat ik mijn inspanningen kan voortzetten om dat probleem op een billijke en duurzame wijze op te lossen, met het doel internet voor iedereen toegankelijk te maken. Het internet zonder abonnement heeft momenteel veel succes (meer dan 328 000 ansluitingen volgens ISPA, de vereniging die de ISP's groepeert). Men moet er echter op wijzen dat de kosten voor de toegang tot internet zich niet beperken tot het abonnement en de telefoongesprekskosten. Zich aansluiten op het internet vereist ook de aankoop van een personal computer, wat voor vele consumenten een belangrijke aankoop blijft. Volgens de cijfers van het NIS bezat, ondanks die rem, 32 % van de gezinnen een personal computer in 1998, tegenover 25 % twee jaar ervoor.

Overheidsbedrijven en
Participaties