Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-94

ZITTING 1998-1999

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van FinanciŽn

Vraag nr. 1461 van de heer Destexhe d.d. 18 november 1998 (Fr.) :
BTW. ≠ Laboratoriumonderzoek.

Wanneer een belastingplichtige weliswaar buiten BelgiŽ maar toch op het grondgebied van de Europese Unie is gevestigd en goederen naar BelgiŽ verzendt om ze te laten testen en onderzoeken, moet het Belgisch laboratorium dan BTW aanrekenen op zijn factuur gesteld dat die goederen bij het onderzoek en de controle in BelgiŽ worden vernietigd ?

Geldt hetzelfde antwoord ingeval die goederen opnieuw naar de opdrachtgever worden verzonden of indien zij eenvoudigweg worden verzonden naar een andere lidstaat van de Europese Unie dan die waar de opdrachtgever is gevestigd of waar hij als BTW-plichtig bekend staat ?

Antwoord : De plaats van de dienst die bestaat in het testen of analyseren van goederen wordt, gelet op het overwegend intellectueel karakter van de handeling in de regel bepaald overeenkomstig artikel 21, ß 2 en ß 3, 7, d , van het BTW-Wetboek.

Wanneer een ontvanger van de dienst die buiten BelgiŽ doch in de Gemeenschap is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, goederen naar BelgiŽ verzendt om ze te laten testen en analyseren, wordt op grond van bovengenoemde bepaling als plaats van deze dienst aangemerkt het grondgebied van de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd zodat er geen BTW in BelgiŽ is verschuldigd.

Het feit dat deze goederen tijdens de analyse en controlewerkzaamheden worden vernietigd heeft geen enkel gevolg ten aanzien van bovengenoemde regels inzake bepaling van de plaats van de dienst. Wanneer evenwel, onder dergelijke benaming louter of hoofdzakelijk materiŽle handelingen worden verricht, dan gaat het om een expertise en wordt overeenkomstig artikel 21, ß 3, 2ļ, van het BTW-Wetboek als plaats van de dienst aangemerkt :

a) de plaats waar het goed zich bevindt op het ogenblik dat de dienst materieel wordt verricht;

b) in afwijking van a , op het grondgebied van de lidstaat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem is verleend wanneer de dienst wordt verstrekt aan een ontvanger die voor de BTW is geÔdentificeerd in een andere lidstaat dan die waarin de dienst materieel wordt verricht. Deze afwijking is niet van toepassing indien de goederen niet zijn verzonden of vervoerd buiten de lidstaat waar de dienst materieel is verricht.

Anderzijds is deze afwijking wel van toepassing wanneer de goederen worden verzonden of vervoerd buiten de lidstaat waar de dienst materieel werd verricht zelfs indien de bestemming van de goederen niet de lidstaat is waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.

Hoewel er niet is voldaan aan de voorwaarde gesteld in de laatste zin van artikel 21, ß 3, 2ļ, b , van voornoemd wetboek, aangezien de vernietigde goederen als dusdanig uit het economisch verkeer verdwijnen en dus niet kunnen verzonden of vervoerd worden buiten BelgiŽ, neemt de Belgische administratie, in het licht van de sinds 1 januari 1996 van kracht geworden vereenvoudigingsmaatregelen en in afwachting van een standpunt van de bevoegde Europese instanties terzake aan dat de beoogde handeling in het buitenland plaatsvindt en in de regel in een andere lidstaat aan de belasting onderworpen is voor zover uiteraard aan de andere voorwaarden voldaan is en er na vernietiging geen exploiteerbare residuen overblijven.

De toepassing van de afwijking waarin artikel 21, ß 3, 2ļ, b , van het wetboek voorziet, veronderstelt uiteraard dat de ontvanger van de dienst aan de in BelgiŽ gevestigde dienstverrichter een BTW-identificatienummer heeft meegedeeld dat geldig werd toegekend door een andere lidstaat en waaronder de dienst aan de ontvanger werd verleend. Dit BTW-identificatienummer dient vermeld te worden op de factuur. De dienstverrichter kan de geldigheid van dit BTW-identificatienummer nagaan bij de volgende dienst :

ministerie van FinanciŽn. Centrale BTW-Eenheid voor internationale administratieve samenwerking tussen de lidstaten van de EU. RAC. Kruidtuinlaan 50 - bus 39. Financietoren - 15e verdieping. 1010 Brussel. Tel : 02/210 29 58 en 210 29 64 (Frans), 02/210 29 94 en 210 29 95 (Nederlands). Fax : 02/210 29 20.

Overigens stelt zich eveneens het probleem van de verzending van de goederen door een in een andere lidstaat gevestigde ontvanger van de dienst met het oog op de analyse, ongeacht volgens welk criterium de plaats van de dienst wordt bepaald (artikel 21, ß 3, 7ļ, d , of artikel 21, ß 3, 2ļ, b , van het wetboek).

Er dient inderdaad opgemerkt te worden dat, door de gecombineerde toepassing van de artikelen 12bis , eerste lid, en 25quater , ß 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek (uitvoering van artikel 28bis , lid 5, b , en 28bis , lid 6, van de zesde richtlijn), het loutere feit van de verzending door een belastingplichtige van een lichamelijk goed van zijn bedrijf van de ene lidstaat naar een andere lidstaat, in de lidstaat van vertrek aangemerkt wordt als een overbrenging die gelijkgesteld wordt met een levering onder bezwarende titel en in de lidstaat van aankomst als een bestemming gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel.

Evenwel vermeldt artikel 12bis , tweede lid, van het wetboek een aantal gevallen (niet-overbrengingen genoemd) waarbij de verzending van de goederen door een belastingplichtige in de lidstaat van vertrek geen aanleiding geeft tot een overbrenging, gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel en, door dit feit, in de lidstaat van aankomst geen aanleiding geeft tot een bestemming gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen.

Zodoende wordt, overeenkomstig artikel 12bis , tweede lid, 5ļ, van het wetboek, als een niet-overbrenging aangemerkt de verzending van een goed met het oog op het verrichten van een dienst voor de belastingplichtige in verband met werkzaamheden betreffende dat goed, die daadwerkelijk worden uitgevoerd in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, voor zover de goederen na bewerking opnieuw worden verzonden naar deze belastingplichtige in BelgiŽ waarvandaan zij oorspronkelijk waren verzonden of vervoerd. Terzelfdertijd geeft deze verzending in de lidstaat van aankomst geen aanleiding tot een bestemming die gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel, overeenkomstig artikel 25quater , ß 1, tweede lid, van het wetboek. Er dient vermeld te worden dat deze bepaling van toepassing is welke ook de wettelijke basis is van de plaatsbepaling van de dienst (artikel 21, ß 3, 2ļ, of artikel 21, ß 3, 7ļ, d , van het wetboek) die de verzending van de goederen heeft nodig gemaakt.

Het is evenwel duidelijk dat aan de voorwaarde van het terugzenden van de goederen niet voldaan is indien de goederen, na de analyse, vernietigd worden in BelgiŽ of verzonden worden naar een andere lidstaat dan diegene van waaruit ze oorspronkelijk waren verzonden of vervoerd.

Bijgevolg, aangezien aan deze voorwaarde niet is voldaan, wordt de in de andere lidstaat gevestigde ontvanger van de dienst, in principe, geacht aan de goederen in BelgiŽ een bestemming te geven die gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (toepassing van artikel 25quater , ß 1, eerste lid, van het wetboek). Deze situatie brengt voor de buitenlandse belastingplichtige normaal gezien de verplichting mee om zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren in BelgiŽ terwijl hij er geen enkele andere belastbare handeling verricht dan een intracommunautaire verwerving van goederen.

Om deze situatie te vermijden, aanvaardt de Belgische administratie, bij wijze van tolerantie, in dezelfde lijn als hetgeen aanvaard werd voor de toepassing van artikel 21, ß 3, 2ļ, b , van het wetboek, dat de aankomst van de goederen in BelgiŽ die werden verzonden door een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige om te worden geanalyseerd, geen bestemming (gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving) uitmaakt, zelfs wanneer de goederen vernietigd worden na de dienstprestatie op voorwaarde dat aan al de andere voorwaarden wordt voldaan en er, na de vernietiging, geen exploiteerbare residuen overblijven.

Daarentegen kunnen, indien de goederen, na het verrichten van het werk, verzonden worden naar een andere lidstaat dan diegene van waaruit ze oorspronkelijk waren verzonden, de voorwaarden voor de toepassing van artikel 12bis , tweede lid, 5ļ, van het wetboek, niet worden aangemerkt als zijnde vervuld.

In dit geval maken de goederen, bij hun verzending om tests of analyses te ondergaan, dan ook het voorwerp uit van een overbrenging naar BelgiŽ, handeling gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel. Bij toepassing van de artikelen 12bis , 1e lid en 25quater van het wetboek, verricht de opdrachtgever een belastbare intracommunautaire verwerving in BelgiŽ en is hij ertoe gehouden zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren op basis van artikel 55 van het wetboek. De verzending van de residuen naar de andere lidstaat kadert in de uitvoering van een intracommunautaire levering naar deze lidstaat of maakt een handeling uit die gelijkgesteld wordt met een levering onder bezwarende titel op basis van artikel 12bis , eerste lid, van het wetboek.

Voor al hetgeen voorafgaat werd er vanzelfsprekend vanuitgegaan dat de interpretatie die de lidstaat waarheen de goederen worden gezonden aanhoudt met betrekking tot de regels vervat in de zesde richtlijn dienaangaande, identiek is aan de zienswijze van de Belgische administratie. Mocht dit niet het geval zijn, dan geldt voor alle handelingen die in een bepaalde lidstaat (BelgiŽ inbegrepen) plaatsvinden op soevereine wijze het standpunt van de betrokken lidstaat ten aanzien van die handelingen.