Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-91

ZITTING 1998-1999

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van FinanciŽn

Vraag nr. 1392 van de heer Destexhe d.d. 23 oktober 1998 (Fr.) :
BTW.

Als een lector terwerkgesteld is in een handelsvennootschap en een cursus geeft die overeenstemt met cursussen op universitair niveau in erkende onderwijsinstellingen, moet de betrokken vennootschap dan BTW aanrekenen op de diensten van die bediende ?

Antwoord : Overeenkomstig artikel 44, ß 2, 4ļ, van het BTW-Wetboek zijn van de belasting vrijgesteld het verstrekken van school- of universitair onderwijs alsook de beroepsopleiding en -herscholing, door instellingen die daartoe door de bevoegde overheid zijn erkend.

Deze vrijstelling kan slechts gelden ten aanzien van privaatrechtelijke instellingen wanneer deze laatste onder dezelfde omstandigheden onderwijs verstrekken als de publiekrechtelijke instellingen. Voor de vrijstelling komen derhalve slechts in aanmerking de diensten die worden verstrekt door privaatrechtelijke instellingen die geen winstoogmerk hebben en de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheid uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten van die werkzaamheid. Voor de toepassing van deze vrijstelling worden aangemerkt als privaatrechtelijke instellingen die voldoen aan deze voorwaarde, de instellingen die, ongeacht hun juridische vorm, niet systematisch het maken van winst beogen en, indien wel winst wordt gemaakt, die winst niet uitkeren, maar ze aanwenden voor de instandhouding of de verbetering van het verstrekte onderricht. Daarentegen zijn de instellingen opgericht onder de vorm van handelsondernemingen, of ondernemingen met commerciŽle doeleinden of zelfs onder de vorm van verenigingen zonder winstoogmerk, maar waarvan uit de boekhouding evenwel een winstoogmerk zou blijken, in principe van de vrijstelling uitgesloten.

Een handelsonderneming, die uiteraard alleen kan handelen door tussenkomst van fysieke personen, loontrekkenden of zelfstandigen, kan geen aanspraak maken op de vrijstelling van de belasting op grond van artikel 44, ß 2, 4ļ, van het BTW-Wetboek.