1-131

1-131

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 17 JUILLET 1997

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 17 JULI 1997

(Vervolg-Suite)

PROJET DE LOI INSTITUANT LES COMMISSIONS DE LIBÉRATION CONDITIONNELLE

PROPOSITION DE LOI ÉTABLISSANT LA LIBÉRATION ANTICIPÉE

Vote

WETSONTWERP TOT INSTELLING VAN DE COMMISSIES VOOR DE VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING

WETSVOORSTEL TOT INVOERING VAN DE VERVROEGDE INVRIJHEIDSTELLING

Stemming

M. le président. ­ Nous devons nous prononcer maintenant sur l'ensemble du projet de loi.

Wij moeten ons nu uitspreken over het geheel van het wetsontwerp.

La parole est à M. Foret pour une explication de vote.

M. Foret (PRL-FDF). ­ Monsieur le président, étant donné que la mise en oeuvre de la loi du 31 mai 1888 sur la libération conditionnelle s'est soldée par un échec et doit être repensée, la commission se rallie à la notion de tribunal de l'application des peines. Le tribunal de l'application des peines doit en tout cas décider de tous les aspects et des modalités de l'application des peines. Il convient de définir plus rigoureusement la procédure de révocation et de l'appliquer plus fermement lorsque les conditions ne sont pas respectées.

Dans le cadre de cette justification de vote, je pourrais m'en tenir à ces quelques extraits des recommandations élaborées par la commission d'enquête « Dutroux-Nihoul » qui illustrent parfaitement ce que chaque citoyen est en droit d'attendre du Parlement et du gouvernement. En effet, une fois de plus, faute de moyens, voire de réelle volonté politique, on ne nous propose aujourd'hui qu'un ersatz de tribunal d'application des peines : six commissions administratives avec des compétences limitées aux seules décisions relatives à la libération conditionnelle.

Pourtant, des projets concrets, cohérents et raisonnables existent. Je pense bien entendu à l'ensemble des amendements que le groupe PRL-FDF a déposé mais également à des projets plus anciens, comme celui proposé à l'époque par M. Legros.

Néanmoins, je concède que ce projet constitue une première avancée que l'on se doit de prendre en considération avec intérêt. En ce qui concerne plus particulièrement les conditions dans lesquelles doit intervenir la révocation de la libération conditionnelle, je regrette qu'elles soient définies trop restrictivement. J'espère, en tout cas, que le futur ne confirmera pas cruellement mes impresssions.

Dans la mesure où le ministre de la Justice a pris l'engagement de procéder dans les meilleurs délais à la mise en place de véritables tribunaux d'application des peines, nous consentons à ne pas nous opposer à ce projet. Nous craignons cependant que ce qui est présenté comme provisoire ne devienne, comme trop souvent en Belgique, définitif.

En conséquence, le groupe PRL-FDF s'abstiendra. Il espère que le gouvernement apportera une modification à son projet dans les plus brefs délais. (Applaudissements.)

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Boutmans voor een stemverklaring.

De heer Boutmans (Agalev). ­ Mijnheer de voorzitter, wij zullen ons onthouden om vier redenen.

Ten eerste, het ontwerp is gescheiden van het eigenlijke ontwerp over de voorwaardelijke invrijheidstelling en naar de inhoud is zulk een scheiding zinloos.

Ten tweede gaat het niet om executierechtbanken in de volle zin van het woord, maar wel om een halfslachtige tussenoplossing.

Ten derde is er geen enkele waarborg voor het aanwerven van voldoende personeel en nochtans is dit essentieel voor het bereiken van de gestelde doelstellingen.

Ten vierde werd mijn poging om objectieve benoemingsvoorwaarden en een objectieve benoemingsprocedure voor de leden van de commissies in het ontwerp aan te brengen verijdeld. De minister krijgt hierin volledig de vrije hand.

Om die redenen kunnen wij het ontwerp niet aannemen. De hervorming van het systeem blijft echter noodzakelijk, we zullen dan ook niet tegen het ontwerp stemmen.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Coveliers voor een stemverklaring.

De heer Coveliers (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, zoals we vanochtend reeds hebben toegelicht, vertrekt dit ontwerp van een volledig andere optiek dan de onze. Het ontwerp blijft in de administratieve sfeer hangen; er worden administratieve commissies in het leven geroepen waarin één magistraat en twee bijzitters sui generis zitting hebben. Wij hadden ons een ander beeld gevormd van een strafuitvoeringsrechtbank.

Naar het voorbeeld van andere landen waren wij er tevens voorstander van om de voorwaardelijke invrijheidstelling pas na het uitzitten van twee derden van de straf toepasselijk te maken.

Een en ander belet ons om voor deze tekst te stemmen. Aangezien we ons met deze tekst uit het niets verheffen, is de nieuwe situatie beter dan de oude. Deze matige verdienste van de minister willen wij honoreren met een onthouding.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Loones voor een stemverklaring.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de voorzitter, de minister zelf heeft moeten toegeven dat ook hij voorstander is van echte strafuitvoeringsrechtbanken. Voor ons is dat op zich een voldoende reden om niet voor het ontwerp te stemmen.

Verder hebben wij er alle begrip voor dat de minister dringend een eerste stap heeft willen zetten, zij het dat deze stap vooral werd ingegeven door eigen lijfsbehoud. Wij gunnen hem dat.

M. le président . ­ Nous passons au vote.

Wij gaan over tot de stemming.

­ Il est procédé au vote nominatif.

Er wordt tot naamstemming overgegaan.

60 membres sont présents.

60 leden zijn aanwezig.

35 votent oui.

35 stemmen ja.

3 votent non.

3 stemmen neen.

22 s'abstiennent.

22 onthouden zich.

En conséquence, le projet de loi est adopté.

Derhalve is het wetsontwerp aangenomen.

Il sera transmis à la Chambre des représentants.

Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Ont voté oui :

Ja hebben gestemd :

MM. Bourgeois, Busquin, Caluwé, Mme Cantillon, MM. G. Charlier, Ph. Charlier, Mmes de Bethune, Delcourt-Pêtre, MM. Delcroix, D'Hooghe, Erdman, Happart, Hostekint, Hotyat, Lallemand, Mme Lizin, M. Mahoux, Mmes Maximus, Merchiers, Milquet, MM. Moens, Mouton, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Mme Sémer, MM. Staes, Swaelen, Mme Thijs, MM. Tobback, Urbain, Vandenberghe, Mmes Van der Wildt et Willame-Boonen.

Ont voté non :

Neen hebben gestemd :

MM. Ceder, Raes et Verreycken.

Se sont abstenus :

Onthouden hebben zich :

MM. Anciaux, Bock, Boutmans, Coene, Mme Cornet d'Elzius, MM. Coveliers, Daras, Mme Dardenne, MM. Desmedt, Destexhe, Devolder, Mme Dua, MM. Foret, Goovaerts, Hatry, Jonckheer, Loones, Mme Nelis-Van Liedekerke, MM. Van Hauthem, Vautmans, Vergote et Verhofstadt.

M. le président. ­ L'adoption du projet de loi implique que la proposition de loi établissant la libération anticipée vient à tomber.

De goedkeuring van het wetsontwerp impliceert dat het wetsvoorstel tot invoering van de vervroegde invrijheidstelling vervalt.