Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-43

15 APRIL 1997

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 112 van de heer Destexhe, d.d. 28 maart 1997 (Fr.) :
Adoptie van kinderen in Centraal-Afrika.

Op 24 februari 1997 heeft de gemeenschapsinstantie bevoegd voor internationale adoptie alle Franstalige adoptie-instellingen een brief geschreven waarin hun gevraagd wordt elke nieuwe adoptie-aanvraag voor het gebied Zaïre, Burundi en Rwanda te weigeren zolang de politieke toestand in die landen niet gestabiliseerd is. Die brief is op uw advies verzonden omdat u meent dat « elke adoptie in het gebied Zaïre, Burundi en Rwanda een zeer riskante onderneming is en dat er geen enkele garantie bestaat met betrekking tot de regelmatigheid van de gevolgde procedure of de oorsprong van de kinderen ».

Om dit probleem te situeren moeten we teruggaan tot eind juli 1996, toen het embargo tegen Burundi is afgekondigd. In september 1996 blokkeert Burundi het vertrek van Burundese kinderen die in Europa geadopteerd werden, als gevolg van de ontdekking van kindersmokkel, waarvan thans bekend is dat deze georganiseerd werd door « Adoptie Zonder Grenzen » (AZG). De Burundese overheid heeft bijgevolg een grondige controle uitgevoerd van de verenigingen die zich bezighouden met internationale adoptie. In december 1996 worden de werkzaamheden van AZG verboden in België en Burundi; in Rwanda was dat al het geval. In januari 1997 heft Burundi impliciet het verbod op met betrekking tot het vertrek van geadopteerde Burundese kinderen, op voorwaarde dat de verenigingen een vergunning hebben en dat een adoptie-ouder het kind ter plaatse komt halen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken organiseert een reis om de geadopteerde kinderen die door het embargo geblokkeerd zijn, te evacueren.

Ik zou u hierover graag enkele vragen stellen :

1. Waarom bent u reizen blijven organiseren, terwijl sedert half februari een vliegtuigverbinding tussen Bujumbura en Brazzaville bestond en het mogelijk was Burundi te verlaten zonder een beroep te doen op de vliegtuigen van VN-instellingen ?

2. Achttien kinderen van « Adoptie Zonder Grenzen » hebben op die wijze Burundi verlaten. Waarom hebt u een soortgelijke reis georganiseerd voor Burundese kinderen die geadopteerd werden door AZG, nadat de activiteiten van deze vereniging verboden werden ?

3. Waarom organiseert u een soortgelijke reis voor deze Burundese kinderen terwijl u de visa hebt geweigerd voor de Zaïrese kinderen die in hetzelfde tehuis verbleven ?

4. Wat zijn uw plannen inzake de adoptie van kinderen in deze streek van Afrika (Zaïre, Burundi, Rwanda) ?


Antwoord : Ik heb de eer de aandacht van het geachte lid te vestigen op het feit dat de adoptiedossiers waarvan sprake reeds geruime tijd afgehandeld waren maar dat om allerlei redenen de overkomst van de kinderen naar België onmogelijk was.

Mijn diensten hebben inderdaad aan het WFP toelating gevraagd een aantal Belgische ouders toe te laten aan boord van één van hun toestellen die de verbinding Nairobi-Bujumbura verzekeren. Dit liet toe de ouders in groep te laten reizen wat om veiligheidsredenen noodzakelijk was.

Alle adoptiedossiers werden door mijn diensten grondig nagekeken en bleken zowel ten gronde als formeel juridisch volledig in orde. Dit kan in geen geval gezegd worden van de dossiers van andere kinderen, mogelijk van Zaïrese oorsprong, die ook in Burundi verblijven.

Kind & Gezin, belast in de Vlaamse Gemeenschap met de erkenning van adoptieorganisaties gaf toestemming de dossiers van « Adoptie Zonder Grenzen » te aanvaarden. De beweegredenen van Kind & Gezin vallen buiten mijn bevoegdheid.

Ik bevestig tenslotte dat, rekening houdende met de omstandigheden in de regio, ik formeel afraad nieuwe adoptiedossiers slaande op kinderen uit de streek, in te dienen.