Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-17

7 MEI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ≠ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen (Kleine en Middelgrote Ondernemingen)

Vraag nr. 29 van de heer Destexhe d.d. 5 april 1996 (Fr.) :
Verzoekschrift tot reglementering van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van belastingconsulent.

In het Belgisch Staatsblad van 8 maart is een ę verzoekschrift tot reglementering van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van belastingconsulent Ľ bekendgemaakt. Dat verzoekschrift heeft tot doel, naast het Instituut der bedrijfsrevisoren, het Instituut voor accountants en het Beroepsinstituut van boekhouders, een vierde beroepsinstituut op te richten, uitsluitend voor belastingconsulenten.

Daarover zou il u graag enkele vragen willen stellen :

1. Waarom zou men een nieuw instituut oprichten voor de belastingconsulenten, terwijl dit beroep een bezigheid is die wordt uitgeoefend door personnen van wie het statuut al geregeld is, zoals boekhouders, accountants, bedrijfsrevisoren, advocaten en notarissen ?

2. Denkt u niet dat een beroepsinstituut uitsluitend voor belastingconsulenten nieuwe financiŽle lasten zal meebrengen voor de ondernemingen en de zelfstandigen ?

3. Waarom zouden wij deze aangelegenheid moeten reglementeren, terwijl in de overige 14 landen van de Europese Unie nog altijd ervan wordt uitgegaan dat de fiscaliteit gewoon tot het domein van de boekhouder, de accountant, de bedrijfsrevisor, de notaris of de advocaat behoort ?


Antwoord : Het Instituut van belastingconsulenten van BelgiŽ heeft een verzoekschrift tot reglementering ingediend met toepassing van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen. Dit verzoekschrift werd overeenkomstig de bepalingen van deze wet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt om ieder belanghebbende de mogelijkheid te bieden mij binnen dertig dagen volgend op deze bekendmaking van zijn opmerkingen kennis te geven. De procedure van de kaderwet voorziet vervolgens in de toezending van het verzoekschrift aan de Hoge Raad voor de middenstand samen met de gemaakte opmerkingen. De Hoge Raad beschikt over drie maanden om zijn advies te geven.

Pas wanneer deze verplichte procedure is doorlopen, en ik over alle elementen van het dossier beschik, zal ik kunnen oordelen of er verder moet worden gegaan in de zin van een reglementering van het beroep van belastingconsulent met toepassing van de kaderwet van 1 maart 1976.