1-73

1-73

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 14 NOVEMBRE 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 14 NOVEMBER 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER ANCIAUX AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE OVER « EEN GERECHTELIJKE PROCEDURE TEGEN DE ORDE VAN GENEESHEREN MET BETREKKING TOT VERVALSTE KONINKLIJKE BESLUITEN »

QUESTION ORALE DE M. ANCIAUX AU MINISTRE DE LA JUSTICE SUR « UNE PROCÉDURE JUDICIAIRE CONTRE L'ORDRE DES MÉDECINS À PROPOS D'ARRÊTÉS ROYAUX FALSIFIÉS »

De Voorzitter . ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Anciaux aan de minister van Justitie over « een gerechtelijke procedure tegen de Orde van geneesheren met betrekking tot vervalste koninklijke besluiten. »

Het woord is aan de heer Anciaux.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, vijftig artsen dienden een klacht is tegen de heren Dillemans, Hulpeau en Wijnen van de Orde van geneesheren op verdenking van vervalsing van openbare geschriften. Deze heren zouden zaken aan koninklijke besluiten uit 1995 hebben toegevoegd, nadat deze koninklijke besluiten reeds waren goedgekeurd. Het strafdossier bevindt zich momenteel bij de eerste substituut van het parket van Brussel met de bedoeling het te seponeren of te laten verjaren. In dit land zijn sommigen blijkbaar nog altijd machtiger dan anderen.

Hoewel de procureur des Konings, de heer Dejemeppe, verklaarde dat er geen dossier bestaat, zou deze zaak deze maand toch nog voor de Raadkamer komen met als vordering mogelijkerwijze de seponering. Ondertussen werd de onderzoeksrechter die met deze zaak belast was en blijkbaar grondig onderzoek leverde, de heer Bulthé, van de zaak verwijderd. Onderzoeksrechters wordt wel eens meer een zaak uit de handen genomen.

Kan de minister mij bevestigen of er inderdaad een dossier werd geopend met betrekking tot deze materie van valsheid in geschrifte en in concreto van vervalsing van goedgekeurde koninklijke besluiten ?

Indien dit dossier inderdaad bestaat, waarom verklaart de procureur des Konings van Brussel, de heer Dejemeppe, dan het tegendeel ? Welke maatregelen zal de minister nemen ten aanzien van de heer Dejemeppe, die verklaringen aflegt die niet stroken met de werkelijkheid ?

Indien dit dossier bestaat, wat is de huidige stand ervan ? Is het parket inderdaad van plan deze zaak te seponeren of op de lange baan te schuiven zodat zij uiteindelijk verjaart ?

Waarom werd onderzoeksrechter Bulthé van deze zaak weggehaald ? Ik veronderstel dat dit niet gebeurde wegens partijdigheid.

De Voorzitter . ­ Mijnheer Anciaux, mag ik u verzoeken u aan uw tekst te houden ?

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, dat mag u zeker.

Ik besluit. Het zal mij veel plezier doen indien de minister antwoordt op mijn vragen.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet die antwoordt namens de minister van Justitie.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de Voorzitter, de minister van Justitie bevestigt dat op het parket te Brussel een dossier is geopend inzake verdenking van valsheid in geschrifte in koninklijke besluiten betreffende de geneeskunde. Het dossier werd ingeleid door de onderzoeksrechter die de zaak na onderzoek heeft meegedeeld, teneinde het parket de mogelijkheid te bieden een vordering in te stellen.

Dit dossier wordt thans onderzocht, maar mag niet worden geseponeerd. Het dossier zal ter beoordeling aan de Raadkamer worden voorgelegd. De minister deelt mede dat de Raadkamer nog geen datum heeft vastgelegd. De heer Dejemeppe heeft de minister laten weten dat hij in deze zaak nooit verklaringen heeft afgelegd.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Anciaux voor een repliek.

De heer Anciaux (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister van Landsverdediging voor zijn antwoord namens de minister van Justitie.

Ik maak eruit op dat het dossier wel degelijk bestaat en handelt over valsheid in geschrifte van koninklijke besluiten betreffende geneeskunde, dat de onderzoeksrechter het dossier na onderzoek heeft meegedeeld aan het parket om het parket in de mogelijkheid te stellen een vordering in te stellen.

De minister verklaart dat er niet zal worden overgegaan tot seponering. Ik verzoek hem dan ook gebruik te maken van zijn positief injunctierecht om het parket te verplichten over te gaan tot vordering met het oog op een berechting voor de rechtbank.

Het addertje onder het gras is mogelijk het feit dat nog geen datum is vastgelegd door de Raadkamer en dat het dossier volgens de Griekse kalender wordt behandeld, wat zou getuigen van een klassejustitie, waarvoor we vooral op het ogenblik beducht moeten zijn.

Ik hoop dat de minister van Landsverdediging mijn bezorgdheid aan de minister van Justitie zal mededelen.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.