1-29

1-29

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 7 MARS 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 7 MAART 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER COVELIERS AAN DE MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « DE SPIONAGEACTIVITEITEN VAN DE ADIV »

QUESTION ORALE DE M. COVELIERS AU MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « LES ACTIVITÉS D'ESPIONNAGE DU SGRS »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Coveliers aan de minister van Landsverdediging over « de spionageactiviteiten van de ADIV ».

Het woord is aan de heer Coveliers.

De heer Coveliers (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe nog eens terug te komen op de militaire inlichtingendienst. In een onverdachte bron, de Berliner Zeitung van 25 januari 1996, wordt een gesprek gepubliceerd met Hansjörg Geiger, voorzitter van het Bundesamt für Verfassungsschutz, de Duitse staatsveiligheid.

Volgens deze krant zijn Staten zoals Groot-Brittannië, België en Zweden zorgwekkender en geraffineerder dan Frankrijk, Japan en Duitsland. De krant wijst de militaire inlichtingendienst ADIV aan als een erg actieve verzamelaar van economische inlichtingen. Kan de minister dit bericht bevestigen ? Zo ja, wat zal hij ondernemen om deze dienst tot zijn juiste proporties te herleiden ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de Voorzitter, ik kan zeer kort op de vraag van de heer Coveliers antwoorden. Ik ontken ten stelligste de informatie gepubliceerd door de Berliner Zeitung en in de mond gelegd van een Amerikaans gewezen presidentieel raadgever. De ADIV van het leger is niet bevoegd om aan industriële spionage te doen of zelfs om zich toe te leggen op het actief opsporen van economische informatie. De dienst ontwikkelt op dat vlak bijgevolg geen enkele activiteit.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Coveliers voor een repliek.

De heer Coveliers (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, de minister heeft zeer kort geantwoord, maar dat lijkt me toch een beetje te gemakkelijk.

Onlangs vroeg ik de minister of de militaire veiligheid zich bezighield met het schaduwen of observeren van de vredesbeweging en de milieubeweging. De minister antwoordde daarop dat zulks inderdaad gebeurde omdat zij al eens activiteiten ontplooiden in Zeebrugge, dat een militair doelwit is. Wanneer ik hem een vraag stelde over de afluisterapparatuur waarover de militaire veiligheid zou beschikken, was hij zelfs zo vriendelijk mij uit te nodigen naar Peutie. Ik ben daarop niet ingegaan omdat ik inmiddels vernomen heb dat deze apparatuur zich niet in Peutie zou bevinden.

Nu komt daar nog een element bij. Een onverdachte bron, ik zie niet in waarom die bron er belang zou bij hebben om te liegen, beweert dat de militaire veiligheid in België toch wat meer doet dan loutere clearings maken voor bedrijven. Deze dienst zou zich ook specifiek bezighouden met economische spionage. Men voegt er nog aan toe dat dit zou gebeuren door zakenlieden en door piloten van Sabena. Tegelijkertijd stel ik vast dat het aantal militaire attachés en liaisonofficieren in de ambassades sterk is gestegen. Men kan toch niet blijven beweren dat dit alleen dient om de veiligheid van firma's die werken voor het leger, te onderzoeken.

Indien dit gerucht onjuist zou zijn, wat ik betwijfel, is er maar één enkele manier om het de kop in te drukken, namelijk een degelijke wet op de inlichtingendiensten waarin hun bevoegdheden exact zijn omschreven. Wanneer ze deze bevoegdheden te buiten gaan, kunnen ze dan ook terecht worden gewezen en kunnen de nodige maatregelen worden genomen. Gelijk welke bron wij aanhalen, deze keer is het toch wel duidelijk een onbevooroordeelde bron, men blijft alles ontkennen. Mij komt dit toch zeer eigenaardig over.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de Voorzitter, ik blijf de informatie ontkennen.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.