Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-646

van Anke Van dermeersch (Vlaams Belang) d.d. 22 september 2020

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Douane - Personeelsleden - Wapendrachtvergunningen - Moraliteitsonderzoek - Criteria - Verlies van de wapendracht - Gevolgen voor de douaniers

douane
beroep in het douanewezen
persoonlijk wapen

Chronologie

22/9/2020Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/10/2020)
1/10/2020Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 7-715

Vraag nr. 7-646 d.d. 22 september 2020 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Wapenexport is een gewestbevoegdheid en wordt gecontroleerd door de douane, zodat er een transversale insteek is.

Sinds enige tijd is er een nieuwe regeling wat betreft het dragen van wapens door de douanepersoneelsleden. Sinds kort dient ieder lid van de douane dat een wapen draagt een moraliteitsonderzoek te ondergaan. Dit moraliteitsonderzoek wordt gevoerd op dezelfde manier als dit het geval is voor nieuwe personeelsleden van de Staatsveiligheid. De criteria zouden veel strenger zijn dan voor bijvoorbeeld de federale of lokale politie in ons land. Ook douanepersoneelsleden die reeds vele jaren een dienstwapen dragen, worden aan dit moraliteitsonderzoek onderworpen ook al beschikken ze over gunstige dienstrapporten. In de praktijk betekent dit dat douaniers met vele jaren dienst die een dienstwapen dragen hun wapendracht kunnen verliezen en overgeplaatst worden naar een andere functie soms met allerlei financiŽle en praktische gevolgen.

1) Kan de geachte minister mij meedelen waarom dit strenge moraliteitsonderzoek werd ingevoerd?

2) Welke zijn de criteria die gehanteerd worden naar aanleiding van dit moraliteitsonderzoek?

3) Op basis van welke criteria beslist men om douanepersoneelsleden die al geruime tijd deel uitmaken van de douane en steeds over een gunstig dienstrapport hebben beschikt alsnog op basis van een moraliteitsonderzoek hun dienstwapen af te nemen? Voor hoeveel personen is dit desgevallend ook al gebeurd?

4) Hoe reageert hij op het feit dat het afnemen van het dienstwapen soms heel wat praktische en financiŽle gevolgen meebrengt voor de betrokken douaniers?