Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-1707

van Stephanie D'Hose (Open Vld) d.d. 14 juli 2022

aan de vice-eersteminister en minister van Economie en Werk

Auteursrechten - Permission Machine - Visual Rights Group - Elementen om de schade te begroten - Wetgeving

Chronologie

14/7/2022 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 18/8/2022 )
19/8/2022 Antwoord

Vraag nr. 7-1707 d.d. 14 juli 2022 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds kort is «Permission Machine» van naam veranderd en gaat het voort onder de naam «Visual Rights Group». Hun werkwijze zou worden aangepast en er zou een duidelijk en transparante tarifering gelden. De vergoeding voor de fotografen en de kost voor de inning zou worden opgesplitst. Dit is op zich positief in het licht van uw antwoord mijn schriftelijke vraag nr. 7-1607.

Hierin gaf u immers aan dat naar aanleiding van het algemeen onderzoek betreffende de naleving van informatieverplichtingen door de Controledienst «Permission Machine» werd gewezen op tekortkomingen in hun informatieverplichtingen, meer bepaald een niet actuele gecoördineerde versie van de statuten, het ontbreken van de lidmaatschapsvoorwaarden en de voorwaarden voor beëindiging of terugtrekking van de machtiging tot het beheer van de rechten, de standaardlicentieovereenkomsten, het algemene beleid inzake verdelingen aan de rechthebbenden, beheerkosten en eventuele inhoudingen voor andere doeleinden (artikel XI.266, van het Wetboek van economisch recht, hierna WER).

«Permission Machine» kreeg een tijdsbestek waarbinnen de ontbrekende informatie moest worden aangevuld. De ontbrekende informatie werd volgens uw antwoord binnen de vooropgestelde termijn aangevuld conform de informatieverplichtingen overeenkomstig het WER.

In april 2022 is de onafhankelijke beheerentiteit van naam veranderd en werd de Controledienst ingelicht over veranderingen in de werkprocessen van «Visual Rights Group».

U zal begrijpen dat ik in het licht van uw antwoord waakzaam blijf.

Ik wil u echter een bijkomende vraag stellen naar aanleiding van uw antwoord op mijn vierde vraag en dan meer specifiek volgende passage waarin u het volgende aangeeft: «De Belgische wetgever koos ervoor om voor de begroting van de schade geen opsomming te geven van de elementen die in aanmerking mogen worden genomen.»

Wat betreft het transversaal karakter van de schriftelijke vraag: de Gemeenschappen in België zijn bevoegd voor de persoonsgebonden materies zoals cultuur. De Federale overheid staat dan weer in voor het auteursrecht en de controle op de collectieve beheersvennootschappen. Het betreft een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen.

Ik had graag de volgende bijkomende vraag aan u voorgelegd:

1) Is het in het licht van eerdere ervaringen en de eerdere vaststellingen van de Controlediensten niet aangewezen om wat betreft de begroting van de schade een opsomming te geven van de elementen die in aanmerking mogen worden genomen? Zo neen, waarom niet? Kan u de bezwaren expliciet oplijsten en meedelen waarom deze doorslaggevend zijn? Zo ja, kan u het tijdschema en de inhoud toelichten?

2) Staan hieromtrent andere (controle)maatregelen of wetswijzigingen op til? Kan u dit toelichten?

Antwoord ontvangen op 19 augustus 2022 :

1) De concrete begroting van de schade wordt overgelaten aan de soevereine beoordeling door de rechterlijke macht. Dit is vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie. Dit laat toe om alle relevante elementen in de begroting van de schade op te nemen, zoals daar zijn: de gederfde winst, de kosten van opsporing en onderzoek en het geleden verlies. Immers, het algemene principe van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht in België is de vergoeding van de volledige schade. De wetgever heeft er bij de omzetting van de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (richtlijn 2004/48/EG) voor gekozen het principe dat de rechter soeverein de schade beoordeelt door te trekken naar schade geleden als gevolg van een inbreuk op de intellectuele rechten. Er werd geen uitzondering gemaakt voor de intellectuele eigendom door in een opsomming van schadeposten te voorzien. De richtlijn voorziet inderdaad in een opsomming van schadeposten, maar gaat tegelijkertijd ook niet in detail in op elk van deze posten. De piste die de wetgever destijds heeft gevolgd geeft een ruime beoordelingsmarge aan de rechter, en dit binnen de grenzen van de basisprincipes van de buitencontractuele aansprakelijkheid, namelijk de volledige vergoeding van de geleden schade. Hierdoor kan de rechter ook met meer elementen rekening houden dan de elementen die zijn opgesomd in de richtlijn handhaving. Ik kan ook nog meedelen dat in de memorie van toelichting bij de wet die de richtlijn handhaving heeft omgezet, de verschillende schadeposten die worden opgesomd in de richtlijn handhaving worden vermeld. De memorie van toelichting bij een wet speelt een belangrijke rol bij de toepassing en interpretatie van de wet.

Dit betekent ook dat, in het Belgisch recht, de schadevergoeding geen bestraffend karakter mag hebben. De schadevergoeding mag dus niet hoger zijn dan de effectief geleden schade. Indien de gevorderde schadevergoeding hoger is dan de effectief geleden schade is er sprake van een bestraffend of punitief karakter van de schadevergoeding, en dit is verboden.

De uiteindelijke beoordeling of de vergoeding die Visual Rights Group eist correct begroot is, komt dus enkel toe aan de rechterlijke macht.

De werkwijze van de wetgever bij de omzetting van de richtlijn handhaving past dus in de heersende regels inzake buitencontractuele aansprakelijkheid in België. Het is bijgevolg niet aan de orde dit op dit moment te wijzigen.

2) De regelgeving omtrent de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, waaronder het auteursrecht, werd geharmoniseerd op Europees niveau (richtlijn 2004/48/EG). Daarnaast voorziet de richtlijn 2014/26/EU in een geharmoniseerd kader inzake transparantie waaraan onafhankelijke beheerentiteiten moeten voldoen. De Controledienst toetst de activiteiten van beheerentiteiten zoals Visual Rights Group binnen de bevoegdheden die hem zijn toegekend. Wanneer burgers of ondernemingen de hoogte van de vergoeding betwisten kunnen zij een beroep doen op een bemiddelaar. De Controledienst kan zich niet uitspreken over de hoogte van de schadevergoeding. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over de hoogte van de vergoeding, dan komt het toe aan de bevoegde hoven en rechtbanken zich daarover uit te spreken. Het huidige wettelijke kader lijkt mij op dit ogenblik voldoende en conform het Europese recht. Er staan momenteel dan ook geen wetswijzigingen op stapel, maar mijn diensten volgen de situatie op.