Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-1447

van Annick Lambrecht (Vooruit) d.d. 23 december 2021

aan de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing

Sport - Voetbalclubs - Stadionverbod - Redenen - Cijfers

voetbalvandalisme
sportmanifestatie
sportorganisatie
misdadigheid
racisme
officiŽle statistiek

Chronologie

23/12/2021Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/1/2022)
27/1/2022Antwoord

Vraag nr. 7-1447 d.d. 23 december 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sport is gemeenschapsbevoegdheid, de veiligheid in sportstadions is federale bevoegdheid vandaar mijn volgende vragen:

1) Hoeveel keer werd er reeds stadionverbod uitgesproken tegen personen per voetbalclub, opgedeeld per provincie de jongste drie jaar om de reden racisme?

2) Gebeurden er ook stadionverboden om andere redenen dan racisme? Zo ja, kreeg ik ook graag een overzicht per voetbalclub opgesplitst per provincie de jongste drie jaar met opsomming van respectievelijke reden.

3) Hoe lang duurden deze uitgesproken voetbalverboden?

Antwoord ontvangen op 27 januari 2022 :

1) In de loop van de drie voorbije jaren heeft de Voetbalcel achttien processen-verbaal ontvangen ten laste van personen die hebben aangezet tot haat en woede, zoals bedoeld in artikel 23 van de voetbalwet, en waar de feiten racismegerelateerd waren. Dat heeft tot evenveel administratieve sancties geleid waarbij, op een dossier na, telkens zowel een stadionverbod als een geldboete werd opgelegd. In een dossier werd immers enkel een stadionverbod opgelegd daar het om een minderjarige overtreder ging. Daarnaast werd er ook een gerechtelijk stadionverbod opgelegd voor een supporter die meermaals een Hitlergroet maakte ten aanzien van een speler.

Er worden door de Voetbalcel geen statistieken bijgehouden met betrekking tot de woonplaats van de personen die worden geverbaliseerd of gesanctioneerd. Deze informatie wordt immers weinig relevant geacht. Om te beginnen telt de ene provincie veel meer of minder clubs die uitkomen in de hoogste nationale afdelingen dan de andere provincie. De samenstelling van de competitiereeksen wijzigt bovendien ieder jaar en ook de supportersaantallen die de clubs aantrekken vertonen grote onderlinge verschillen. Sommige grote clubs trekken provincie- en zelfs regio-overschrijdend supporters aan. De aantallen opgelegde stadionverboden kunnen dus moeilijk tegen elkaar afgezet worden per geografische regio.

Er worden door de Voetbalcel momenteel ook geen statistieken bijgehouden over het aantal stadionverboden per club. Ook hier geldt dat de ene club grotere supportersaantallen kent dan de andere, zodat absolute cijfers niet zomaar met elkaar kunnen worden vergeleken. Daarnaast is een supporterskeuze ook niet altijd een vaststaand gegeven. Die keuze kan ook veranderen met de tijd of men kan voor verschillende clubs supporteren. Het aantal stadionverboden zegt op zich ook niets over de ernst van de achterliggende feiten. Tenslotte speelt ook de verbaliseringsgraad van de politiediensten een rol. Dergelijke cijfers per club zijn dus geen weerspiegeling van de realiteit. Zij zouden bovendien als pervers effect kunnen hebben dat er bij bepaalde «supporters» een wedijver ontstaat om bovenaan een dergelijk klassement van stadionverboden te komen staan.

2) Het aantal stadionverboden dat zijn oorsprong vindt in met racisme gerelateerde feiten is zeer beperkt in aantal ten opzichte van het totaal aantal stadionverboden voor andere feiten. Binnen de Voetbalwet vallen dergelijke gedragingen onder het wetsartikel 23, aanzetten tot haat en woede, slagen en verwondingen. Andere gedragingen die onder datzelfde wetsartikel vallen en waarvoor de Voetbalcel veel meer processen-verbaal ontvangt, zijn voornamelijk allerhande vormen van provocatief en uitdagend gedrag. Ook feiten van geweld of pogingen tot geweld vallen onder datzelfde artikel 23 of 23bis wanneer de feiten in de perimeter rond het stadion plaatsvinden.

Zoals reeds aangehaald in het antwoord op vraag 1) worden er geen statistieken bijgehouden per geografische regio of per club. De inbreuken worden wel geregistreerd per wetsartikel. In onderstaande tabel wordt daarvan een overzicht gegeven voor de jongste drie jaar. Eenzelfde beslissing kan verschillende inbreuken omvatten, wat het hoger aantal inbreuken dan genomen beslissingen verklaart.


Beslissing

Beslissingen met stadionverbod

20

20bis

21

21bis

21bis, al. 2

22

23

23bis

23bis, al. 2

23ter

23ter, al. 2

Maanden stadionverbod

euro

2019

1 404

1 127

295

23

50

371

26

247

563

207

20

359

29

523 500

10 850

2020

722

596

136

15

27

184

0

93

279

142

46

146

0

296 300

6 095

2021

248

169

17

4

1

26

2

21

23

21

65

107

13

79 925

1 400

Artikel. 20: gooien of schieten van voorwerpen in het stadion.

Art. 20bis: gooien of schieten van voorwerpen in de perimeter.

Art. 21: stadion of perimeter onrechtmatig betreden, pogen betreden of er zich bevinden.

Art. 21bis: het niet opvolgen van de richtlijnen of aanmaningen gegeven door de gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke, de stewards, de leden van politie- of hulpdiensten in het stadion, in de perimeter of het gehele grondgebied.

Art. 22: betreden of pogen betreden van bepaalde zones in het stadion zonder in het bezit te zijn van een geldig toegangsbewijs voor deze zone of van voor publiek niet toegankelijke zones.

Art. 23: alleen of in groep, in het stadion aanzetten tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen.

Art. 23bis: alleen of in groep, in de perimeter aanzetten tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen.

Art. 23bis, 2de lid: alleen of in groep, op het grondgebied van België, aanzetten tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen.

Art. 23ter: binnenbrengen, pogen binnenbrengen, bezit of gebruik van pyrotechnische voorwerpen in het stadion of in de perimeter.

Art. 23ter, 2de lid: gebruik pyrotechnische middelen op het grondgebied van België.

3) De duurtijd van de door de Voetbalcel opgelegde stadionverboden varieerde van minimaal drie maanden tot maximaal vijf jaar. In 2019 werden in totaal 10 850 maanden stadionverbod opgelegd, in 2020 ging het om 6 095 maanden. Tot slot ging het om 1 400 maanden in 2021.

In de negentien individuele sanctiedossiers waar de gepleegde feiten met racisme gerelateerd waren, werd voor een totaal van 274 maanden stadionverbod opgelegd, variërende van minimaal vijf maanden stadionverbod tot maximaal drie jaar per overtreder. Wat betreft de opgelegde geldboetes ging het om een totaal van 8 700 euro aan geldboetes.