Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-1254

van Rik Daems (Open Vld) d.d. 2 juni 2021

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee

Justitie - Illegale economie - Fiscale fraude - Cijfers - Nalatigheidsinteresten - Verbeurdverklaringen - Strafrechtelijke geldboetes - Aanpak - Verbetering van de inning - Maatregelen

belastingfraude
ondergrondse economie
zwarte handel
verbeurdverklaring van goederen
geldboete

Chronologie

2/6/2021 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/7/2021 )
25/6/2021 Antwoord

Vraag nr. 7-1254 d.d. 2 juni 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Meten is weten. Op voorwaarde dat u weet wat u meet. Algemeen wordt aangenomen dat de illegale economie in de Westerse landen minstens tussen 0,5 % en 1 % van het bruto binnenlands product (BBP) bedraagt. In België zou dit neerkomen op minstens 2,2 miljard euro per jaar. De georganiseerde misdaad heeft zich duidelijk diep ingenesteld in het maatschappelijke leven.

Voor een goed begrip: met illegale economie wordt geduid op de activiteiten die uit hun aard strafrechtelijk verboden zijn, zoals drugdealen, mensenhandel, verboden wapenhandel, namaak medicijnen, enz. Dit omvat derhalve niet reguliere activiteiten die fiscaal niet correct worden aangegeven (uit «Justice in time» van Simon Deryckere). De bedragen zijn zo omvangrijk dat ze zelfs meegenomen worden in de officiële berekening van het bbp om dit cijfer op te krikken. Zo stelt de Nationale Bank van België (NBB) in haar berekening van het bbp dat de illegale drughandel alleen al jaarlijks goed is voor meer dan 800 miljoen euro.

Wat betreft het transversaal karakter van de vraag: het betreft een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen. Er zijn verschillende instanties bevoegd voor het justitiebeleid. De Gemeenschappen zijn namelijk bevoegd voor het vervolgingsbeleid, jeugdsanctierecht, eerstelijns juridische bijstand en justitiehuizen. Het is echter de federale overheid die bevoegd is voor de organisatie van het Belgische gerecht. Zo is de federale minister van Justitie bevoegd voor het gevangeniswezen, de administratieve rechtscolleges en de rechterlijke orde.

Graag had ik hieromtrent dan ook een antwoord gekregen op volgende vragen:

1) In uw eerste Justitieplan (2015) (cf. https://justitie.belgium.be/sites/default/files/downloads/Plan%20justitie_18maart_NL.pdf) geeft u aan dat de Belgische Justitie volgende bedragen incasseert:

– 66 miljoen euro ten titel van strafrechtelijke geldboetes;

– 31 miljoen euro ten titel van verbeurdverklaring.

Hoeveel bedragen deze inkomsten voor 2016, 2017, 2018 en 2019?

2) De bedragen geïncasseerd uit strafrechtelijke geldboetes en verbeurdverklaringen omvatten echter wel de strafrechtelijke veroordelingen voor fiscale fraude, die betrekking hebben op reguliere activiteiten. Principieel zijn ook de illegale activiteiten aan belastingen onderworpen. Hoeveel procent van de opbrengsten uit criminele activiteiten worden dan door Justitie gerecupereerd?

3) Uit het boek «Justice in time» van auteur Simon Deryckere blijkt dat maar een fractie van de bedragen die omgaan in het criminele circuit het voorwerp zijn van een strafrechtelijke boete of een verbeurdverklaring. Een belangrijk aantal feiten blijft gewoonweg onder de radar. En bij de zaken die boven water komen, worden boetes en de verbeurdverklaringen opgelegd die blijkbaar niet in verhouding staan tot de realiteit. Bovendien worden van de boetes en de verbeurdverklaringen die wel worden opgelegd, slechts een fractie ook effectief geïnd. De Belgische Staat had in 2019 nog voor 1,2 miljard euro aan boetes en verbeurdverklaringen niet geïnd. Ondanks de inspanningen van de jongste jaren, blijft de inning van strafrechtelijke geldboetes een structureel probleem. Hoe gaat u deze problemen aanpakken? Gaat u meer maatregelen nemen om feiten op te sporen en te beboeten? Hoe gaat u ervoor zorgen dat er meer boetes geïnd worden? Pleit u voor hogere boetes i.e. boetes die in verhouding staan tot de realiteit? Gaat u maatregelen nemen om de boetes en verbeurdverklaringen die nog steeds niet geïnd zijn, te innen?

4) Op niet-betaalde strafrechtelijke geldboetes zijn de schuldigen geen nalatigheidsinteresten verschuldigd. Men ondervindt dan ook geen nadeel van de boete niet te betalen. Waarom past u hetzelfde systeem niet toe zoals bij facturen i.e. wie een factuur niet op tijd betaald heeft, is een schadebeding van 10 % en een nalatigheidsinterest van 10 % verschuldigd? Deze interesten zouden voor Justitie de opbrengsten verhogen. De meeropbrengst door een betere inning van strafrechtelijke geldboetes kan dan aangewend worden om de noodzakelijke investeringen te doen bij Justitie. U heeft hier de mogelijkheid om een positief sneeuwbaleffect te creëren. Gaat u dit probleem aanpakken? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?

5) Waarom is iemand, die zijn belastingen niet tijdig heeft betaald, een interest verschuldigd van minstens 4 % aan de overheid maar iemand die strafrechtelijk veroordeeld is voor drugdealen 0 %? Gaat u dit probleem aanpakken? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?

Antwoord ontvangen op 25 juni 2021 :

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 7-782 van de heer Willem-Frederik Schiltz.