Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-1249

van Tom Ongena (Open Vld) d.d. 21 mei 2021

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee

Extreemrechts - Risico op aanslagen - Overleg - Geweld - Corona - Chatsites (Covid-19)

terrorisme
extremisme
extreem rechts
epidemie
virtuele gemeenschap
sociale media

Chronologie

21/5/2021Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 24/6/2021)
29/6/2021Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-1250

Vraag nr. 7-1249 d.d. 21 mei 2021 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Nederland maakt de Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus (CDA) zich ongerust over rechts extremisme. Dit blijkt uit zijn antwoorden op de parlementaire vragen van Tweede Kamerlid Sjoerdsma (D66) (cf. https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/07/01/antwoorden-kamervragen-over-het-bericht-dreiging-extreemrechts-grote-blinde-vlek-en-het-dreigingsbeeld-terrorisme-nederland-52/antwoorden-kamervragen-over-het-bericht-dreiging-extreemrechts-grote-blinde-vlek-en-het-dreigingsbeeld-terrorisme-nederland-52.pdf).

Zo stelt hij onder meer: «Hoewel de Nederlandse rechtsextremistische offline scene wordt gekenmerkt door fragmentatie, zwak leiderschap, persoonlijke animositeit en het ontbreken van een consistente organisatievorm, wordt het risico dat rechts-extremistische eenlingen of kleine groepen naar geweld grijpen, al dan niet door copy-cat gedrag, groter geacht dan in het verleden.»

Wat betreft de internationale samenwerking stelde hij: «Zo stond het onderwerp rechts-extremisme geagendeerd tijdens de bijeenkomst van de Vendōme-groep, bestaande uit de ministers van Justitie van Belgiė, Frankrijk, Duitsland, Italiė, Luxemburg, Spanje en Nerderland. Aldaar is door verschillende landen gepleit voor het versterken van de aanpak van rechts-extremistische content online. Ook tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-raad) in oktober 2019 stond het onderwerp rechts-extremisme prominent op de agenda, onder leiding van het Fins voorzitterschap. Afgesproken is dat wordt ingezet op vier verschillende sporen: het verwerven van meer inzicht in rechts-extremisme en -terrorisme, uitwisselen van best-practices op het gebied van preventie en detectie, het voorkomen van de verspreiding van rechtsextremistische content off- en online, en de samenwerking met derde landen en het opbrengen van dit onderwerp tijdens contraterrorisme-dialogen.»

Ook volgend citaat in het «53ste Dreigingsbeeld» van de Nederlandse Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) valt op: «De uitbraak van het coronavirus en de genomen maatregelen om het virus onder controle te krijgen, hebben niet geleid tot een verhoogde dreiging van rechts-extremisme in Nederland. Gekende groepen hebben doorgaans geringe invloed, zijn verdeeld en zoeken voornamelijk aansluiting bij actuele thema’s. De ontwikkelingen online staan hier los van: juist op digitale platforms kunnen eenlingen mogelijk radicaliseren door contacten met gelijkstemden. Een aanslag uit rechts-extremistische hoek blijft vooral vanwege online ontwikkelingen voorstelbaar.» (cf. https://www.nctv.nl/onderwerpen/dtn/nieuws/2020/10/15/dreigingsbeeld-nctv-aanslag-nederland-voorstelbaar-dreiging-vooral-van-eenlingen).

Wat betreft het transversaal karakter van de vraag: de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Deze zijn opgenomen in de Kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2016-2019. Ze werden ook besproken tijdens een Interministeriėle Conferentie, waarop ook de politionele en justitiėle verantwoordelijken aanwezig waren. Het betreft dus een transversale aangelegenheid met de Gewesten waarbij de rol van de Gewesten vooral ligt in het preventieve luik.

Graag leg ik dan ook volgende vragen voor aan de geachte minister:

1) Hoe reageert u op de uitspraak van uw Nederlandse collega en kan u meedelen of er ook bij ons sprake is van een toegenomen dreiging van gewelddadige acties door eenlingen, kleine groepen of «copy-cats»? Kan u dit cijfermatig toelichten? Vertaalt dit zich in concrete incidenten en zo ja, kan u aangeven om hoeveel incidenten het gaat op jaarbasis?

2) Merken onze veiligheidsdiensten ook een verband tussen de uitbraak van de coronamaatregelen en het gevoerde beleid en de opruiende taal hierover op bepaalde sociale media door extreem rechts? Kan u desgevallend toelichten om welke groepen en sites het gaat en welke stappen hiertegen eventueel worden ondernomen? Kan u illustreren hoe dit in zijn werk gaat?

3) Kan u meedelen welke «best-practices» op het gebied van preventie en detectie van extreemrechts, het voorkomen van de verspreiding van rechtsextremistische content off- en online er reeds werden geļmplementeerd na de recente Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-raad) en ander overleg op EU niveau? Kan u dit toelichten?

4) Kan u meedelen in hoeverre de samenwerking met derde landen verloopt over dit onderwerp tijdens contraterrorisme-dialogen? Kan u toelichten welke concrete resultaten dit opleverde?

5) Kan u toelichten welke rol wij spelen in het EU Internetforum?

Antwoord ontvangen op 29 juni 2021 :

1) Net als Nederland en andere West-Europese landen blijft ook België niet immuun voor de toenemende dreiging van het rechts-extremisme. Die dreiging van geweld gaat voornamelijk uit van «lone actors» die op eigen houtje radicaliseren en plannen beramen voor gewelddadige acties. Die radicalisering kan louter online gebeuren maar we stellen ook vast dat er in sommige gevallen een wisselwerking is tussen online radicalisering en contacten met extremistische groeperingen in het echte leven.

Sinds enkele jaren stelt de Veiligheid van de Staat (VSSE) vast dat geweld in rechts-extremistische middens geen taboe meer is. Een kantelpunt op dat vlak was de aanslag in Christchurch door Brenton Tarrant in maart 2019. Deze aanslag werd in België niet alleen toegejuicht in rechts-extremistische kringen, occasioneel lieten activisten ook opmerken dat het Nieuw-Zeelandse voorbeeld hier navolging verdient. Volgens de VSSE dreigen sommige extreemrechtse kringen met gewelddadige acties. In de meest extreme gevallen is er sprake van rechts-extremistische militanten die zich effectief voorbereiden op de strijd, zoals het oefenen met vuurwapens en explosieven of het bespreken van potentiële doelwitten.

Deze toegenomen dreiging vanuit rechts-extremistische hoek vertaalt zich in een toename van het aantal gerechtelijke onderzoeken of incidenten in vergelijking met enkele jaren geleden. Ook het door u aangehaalde fenomeen van de «copy-cats» doet zich in België voor. Een Belg die geïnterpelleerd werd na het trainen met explosieven, beriep zich er tijdens de voorbereiding van zijn acties op dat hij na Tarrant «de volgende» wou zijn. Recent werd ook een «copy-cat» aangehouden die aangaf dat hij in de sporen van Jürgen Conings wou treden.

2) De stortvloed aan fake news en desinformatie over het coronavirus en het protest tegen de overheidsmaatregelen om de verspreiding van het virus te beteugelen, zijn niet exclusief toe te schrijven aan rechts-extremisten. Het is wel zo dat sommige rechts-extremisten desinformatie gretig mee verspreiden en dat enkele groeperingen mee aan de kar trekken bij manifestaties tegen de overheidsmaatregelen. In een aantal gevallen organiseerden extreemrechtse groeperingen die betogingen zelf. De misleidende informatie wordt voornamelijk op Facebook gedeeld in al dan niet besloten groepen. Nieuwe «coulantere» kanalen zoals Telegram zijn ook fel in opmars in rechts-extremistische kringen.

Wanneer wettelijke inbreuken worden vastgesteld – zoals het oproepen tot geweld – dan wordt er door de bevoegde instanties een proces-verbaal (PV) opgemaakt en kan het parket overgaan tot vervolging. In een aantal gevallen werden accounts ook geschrapt op voorstel van de Belgische autoriteiten of op initiatief van de sociale mediabedrijven zelf, omwille van het niet naleven van de interne gebruiksregels van het platform in kwestie.

3) & 4) De Belgische inlichtingen- en veiligheidsdiensten staan in permanent contact met hun Europese en internationale partnerdiensten. Tijdens internationale bijeenkomsten worden «best practices» rond detectie gedeeld, besproken en waar nuttig ook in België geïmplementeerd.

Zoals u weet heeft ook de Europese Unie (EU) zich de verspreiding van online content aangetrokken. De Terrorist Content Online verordening – die volgend jaar in werking zal treden – zal internetplatformen verplichten om terroristische inhoud actief op te sporen en offline te halen. De Digital Services Act, die nog in ontwerp is, mikt nog breder op de bestrijding van illegale inhoud.

5) Onze diensten nemen actief deel aan verschillende bijeenkomsten rond rechts-extremisme, met name georganiseerd door het Duits EU-voorzitterschap.