Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-488

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 18 maart 2015

aan de minister van Justitie

Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Mogelijkheid tot het verplichten van het naleven van de taalwetgeving

Hoofdstedelijk Gewest Brussels
taalgebruik
overheidsapparaat
gemeente
overtreding
rechterlijk bevel

Chronologie

18/3/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 16/4/2015 )
23/12/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-488 d.d. 18 maart 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De taalwetgeving is van openbare orde. Dat wordt ook duidelijk gemaakt door de minister van Binnenlandse zaken. De taalwetgeving dient dan ook steeds nageleefd te worden door de gemeenten en door openbare ambtenaren.

Bovendien is de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor het administratief toezicht op de naleving van de taalwetgeving.

Anderzijds heeft de federale overheid de mogelijkheid om via een wet in te grijpen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het gaat hier bijgevolg uitdrukkelijk over een transversale bevoegdheid.

Er zijn voortdurend schendingen van de taalwetgeving, door de Brusselse gemeenten, maar ook door de diensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en door de diensten en instellingen die onder de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie vallen.

Steeds opnieuw kan vastgesteld worden dat de schendingen van de taalwetgeving voortduren en dat niemand hier echt iets aan doet.

Een federaal ingrijpen is dus aan de orde. Ook al is de taalwetgeving van openbare orde, ze wordt niet nageleefd door de gemeenten en hun ambtenaren en door de Brusselse instellingen.

De minister van Justitie kan gebruik maken van zijn positief injunctierecht om de schendingen van de taalwetgeving te laten vervolgen door het parket van de procureur des Konings en kan deze problematiek ook bespreken op het college van procureurs-generaal.

1) Wat zal de minister doen om deze wet van openbare orde toch te laten naleven?

2) Zal de minister hierover overleg plegen met de verantwoordelijken binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?

3) Zal de minister via een ministeriële rondzendbrief het gewest en de Brusselse gemeenten er attent op maken dat de taalwetgeving permanent dient nageleefd te worden?

4) Zal de minister, bij verdere schending van de taalwetgeving, andere stappen overwegen die de Brusselse gemeenten en de gewestelijke diensten verplichten om de taalwetgeving te doen naleven?

5) Zal de minister deze problematiek bespreken op het college van procureurs-generaal, zodat ze mee opgenomen wordt in het prioriteitenplan voor de aanpak van de criminaliteit?

6) Zal de minister, gelet op het belang van deze wetgeving, deze problematiek agenderen op het overlegcomité tussen de federale en de gemeenschaps- en gewestregeringen?

7) Is de minister bereid zijn positief injunctierecht aan te wenden om de bestraffing van de voortdurende schending van de taalwetgeving te realiseren?

Antwoord ontvangen op 23 december 2015 :

Deze parlementaire vraag maakt deel uit van het bevoegdheidsdomein van de vice-eerste minister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, naar wie wordt verwezen.