Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1819

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 30 maart 2018

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Zonnebank - Aanbod door lokale besturen - Controle - Verwijdering - Cijfers

haar- en schoonheidsverzorging
pretpark
gemeenschapsvoorzieningen
officiële statistiek

Chronologie

30/3/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/5/2018 )
7/5/2018 Antwoord

Vraag nr. 6-1819 d.d. 30 maart 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag : gezondheidspreventie is een gemeenschapsbevoegdheid. In sommige gevallen kan een verbod op materialen / stoffen of het in kaart brengen van de gevaren op de volksgezondheid bijdragen aan preventie.

Onlangs verscheen een rapport van de Europese Unie (cf. Scientific Committee on Health, Environmental and Emerging Risks (SCHEER), « Opinion on Biological effects of ultraviolet radiation relevant to health with particular reference to sunbeds for cosmetic purposes ») waarin staat dat het gebruik van zonnebanken moet vermeden worden indien men de kans op huidkanker wil verminderen.

De Hoge Gezondheidsraad (HGR) adviseerde dan ook recent dat zonnebanken op geen enkele manier onschadelijk zijn voor de volksgezondheid (cf. advies nr. 9216 van juni 2017, « Aanbevelingen over het gebruik van kunstmatige bronnen van UV-straling in België »).

Op Vlaams niveau werden recent een aantal gezondheidsdoelstellingen vernieuwd. De nadruk wordt gelegd op « Health in all policies ». Het specifiek bepalen van acties in bepaalde situaties en specifieke doelgroepen (settinggericht), moet de slagkracht van de gezondheidsdoelstellingen versterken. Lokale besturen horen hierbij een taak op zich te nemen in het ontwikkelen van een preventief gezondheidsbeleid, zowel als werkgever, als voor hun inwoners.

Recent vroeg ik in een schriftelijke vraag aan Vlaams minister van Toerisme Ben Weyts (Vlaams Parlement, schriftelijke vraag nr. 147, van 23 oktober 2017) of hij mij een overzicht kon geven van zonnebankcentra in gesubsidieerde recreatiecentra. Hij kon mij dit overzicht niet bezorgen. Gelet op het feit dat het controleren van de zonnebankcentra een federale bevoegdheid is, lijkt het mij niet onlogisch dat de bevoegde federale minister wel beschikt over de nodige informatie.

Graag stelde ik de volgende vragen aan de geachte minister :

1) Welke openbare recreatiecentra (uitgebaat door de lokale en / of provinciale overheid) bieden zonnebankgebruik aan ?

2) Hoeveel van deze recreatiecentra werden de afgelopen twee jaar (2015 tot heden) door de inspectie gecontroleerd op veilig zonnebankgebruik ?

3) Hoeveel recreatiecentra zoals hierboven gemeld hebben de voorbije twee jaar (2015 tot heden) zonnebanken verwijderd ?

Antwoord ontvangen op 7 mei 2018 :

1) Om een beter zicht te krijgen op de ondernemingen die zonnebanken uitbaten, werd er in 2016 een specifieke Nacebel-code gecreëerd voor deze bedrijvigheid. Met het koninklijk besluit van 22 december 2016 heb ik voorzien in de verplichting voor deze ondernemingen in hun inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen (KBO) deze specifieke Nacebel-code aan te geven.

Ook recreatiecentra of sportcomplexen, uitgebaat door lokale of provinciale overheden, vallen onder deze verplichting. Volgens de Economische Inspectie is geen enkele lokale of provinciale overheid die een dergelijke specifieke inschrijving heeft.

2) Sinds 2015 werd bij twee stedelijke zwembaden vastgesteld dat er zonnebanken beschikbaar waren in hun complex.

3) Na die controle werden de zonnebanken in beide gevallen verwijderd.