Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-179

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 oktober 2014

aan de minister van Justitie

de wettelijkheid van de nieuwe snelheidsmeter Lidar

opnameapparaat
politiecontrole
verkeerscontrole

Chronologie

23/10/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2014 )
8/10/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-179 d.d. 23 oktober 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het College van procureurs-generaal ontving vanwege de juristen van de federale politie recent een nota met een aantal vragen over de wettelijkheid van de nieuwe snelheidsmeter Lidar. In de nota wordt een aantal twijfels geuit, onder meer omdat het Lidar-apparaat blijkbaar niet past binnen de huidige wettelijke categorieŽn. Die bieden plaats voor ofwel statische ofwel mobiele apparaten, maar niet voor een hybride vorm. Tevens moet de Lidar een nieuwe goedkeuring krijgen, want een goedkeuring uit 2008 komt niet langer tegemoet aan de actuele criteria. Die juridische vragen doen uiteraard geen afbreuk van de grote kwaliteiten van dit Lidar-toestel.

Bevestigt de minister de ontvangst van een nota vanwege juristen van de politie, waarin vragen worden gesteld bij de wettelijkheid van de nieuwe snelheidsmeter Lidar? Beaamt ze dat de huidige wet geen categorie voorziet waarin de Lidar past en dat een wetswijziging wordt voorzien, waarin ook een semi-mobiel toestel, dat dus zowel mobiel als statisch kan werken, een plaats krijgt? Zo ja, wanneer voorziet de minister die wetswijziging? Gaat de minister akkoord met de analyse van deze nota die stelt dat het Lidar-apparaat een nieuwe goedkeuring nodig heeft? Zo ja, wanneer zal die goedkeuring in orde zijn? Zullen die twee moeilijkheden zorgen voor vertraging bij het operationaliseren van dit apparaat? Hoe komt het dat die euvels niet eerder werden gesignaleerd zodat ze ook eerder hadden kunnen worden opgelost?

Antwoord ontvangen op 8 oktober 2015 :

Het is correct dat de federale politie en het College van procureurs-generaal de wettelijkheid van de snelheidsmeter type Lidar elk onderzocht hebben en hierover met elkaar contact hadden. Ook de dienst Metrologie van de federale overheidsdienst (FOD) Economie, Kleine en middelgrote onderneming (KMO), Middenstand en Energie werd in deze betrokken.

Het discours ging vooral over het feit of de plaatsing van de Lidar moet beschouwd worden als een vaste of mobiele installatie. In geval van een vaste installatie, zijn er bijkomende eisen zoals een protocolakkoord tussen de bestuurlijke, gerechtelijke en politionele overheden en een controle van de installatie door een geaccrediteerde instelling.

De wet omschrijft enkele bijkomende voorwaarden voor de vaste inrichtingen. De woorden mobiele of semi-vaste worden nergens gebruikt. Zodra er geen sprake is van een vaste inrichting volstaat het dat het gebruikte toestel voldoet aan de modelgoedkeuring, dat de uiterste datum van ijking niet overschreden is en dat het toestel conform de eisen van de modelgoedkeuring wordt opgesteld. Het toestel Traffic Observer LMS-06 beschikt over een modelgoedkeuring en kan verplaatst worden. Het betreft dus geen vaste inrichting.

Zowel het College van procureurs-generaal als de FOD Economie menen dat de Lidar Traffic Observer LMS-06 wel degelijk een mobiel toestel is.

Het lijkt dan ook niet nodig om de wetgeving aan te passen. Indien het toestel geplaatst wordt volgens de voorwaarden zijn de metingen zelfs in afwezigheid van een operator wettelijk bruikbaar en processen-verbaal opgesteld aan de hand hiervan hebben bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.