Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1144

van Vťronique Jamoulle (PS) d.d. 29 november 2016

aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, en Wetenschapsbeleid, belast met Grote Steden, toegevoegd aan de Minister van FinanciŽn

Interuniversitaire attractiepolen (IUA) - Toekomst - Overdracht naar de Gewesten - Organisatie - Overeenkomst tussen de ministers van wetenschappelijk onderzoek van de regering van de Franse Gemeenschap en van de Vlaamse regering - Zevende fase van de IUA

wetenschappelijk onderzoek
universiteit

Chronologie

29/11/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 29/12/2016 )
23/12/2016 Antwoord

Vraag nr. 6-1144 d.d. 29 november 2016 : (Vraag gesteld in het Frans)

De interuniversitaire attractiepolen (IUA) omvatten nagenoeg alle domeinen van het fundamenteel onderzoek. Het betreft een meerjarenprogramma (vijf jaar). Het doel is teams die fundamenteel onderzoek van hoog niveau verrichten in de verschillende gemeenschappen van ons land (evenals in universiteiten van andere landen van de Europese Unie (EU)) te steunen door een netwerk te creŽren, teneinde hun gemeenschappelijke bijdrage in diverse domeinen te optimaliseren. Zij vormen een essentieel instrument voor het Belgisch wetenschappelijk onderzoek en een uitstekende stimulus voor de interactie tussen de universiteiten, de wetenschappelijke samenwerking tussen Belgische teams, de ontwikkeling en de overdracht van technologie tussen de universiteiten. Het zijn topnetwerken, onderzoeksteams met internationale uitstraling. In 2015 waren er 47 IUA's actief, die bestonden uit 369 onderzoeksteams, waaronder 112 buitenlandse.

Het akkoord voor de zesde staatshervorming voorziet nochtans in een overdracht van de interuniversitaire attractiepolen naar de deelstaten. Die overdracht moet tegen 2018 afgerond zijn, dus over iets meer dan een jaar.

1) Er zou een akkoord zijn tussen de ministers van wetenschappelijk onderzoek van de regering van de Franse Gemeenschap en van de Vlaamse regering over de toekomst van de interuniversitaire attractiepolen. Beschikt u over bijkomende informatie ter zake?

2) De laatste evaluatie van de IUA dateert van 2011; ze moeten om de vijf jaar worden geŽvalueerd. De zevende fase van de IUA, gestart in 2012, loopt in september 2017 af; maar de overdracht naar de deelstaten zal pas in 2018 gebeuren. Hoe zal deze transitieperiode worden georganiseerd, zonder dat de onderzoeksteams in moeilijkheden komen? Wie zal op federaal of op gewestelijk niveau belast worden met de evaluatie van deze zevende fase?

Antwoord ontvangen op 23 december 2016 :

1) De Franse Gemeenschap en de Vlaamse regering, in het bijzonder hun respectieve ministers voor Wetenschap, hebben inderdaad een akkoord gesloten over de verderzetting van het programma « Interuniversitaire Attractiepolen » (IUAP). De Fonds de la recherche scientifique (FRNS) en het Fonds wetenschappelijk onderzoek (FWO) zijn belast met de uitvoering en monitoring van het nieuwe EOS-programma (Excellence of Science). Nadere informatie kan dus worden verkregen bij deze twee instellingen. De EOS projecten zullen in januari 2018 starten voor een periode van vier jaar. Het EOS-programma werd officieel gelanceerd op 14 december 2016 met een informatiesessie die gezamenlijk door de FNRS en het FWO in het Paleis der Academiën werd georganiseerd.

2) Om de overgang tussen het einde van het IUAP-programma (30 september 2017) en het begin van het nieuwe EOS programma te vergemakkelijken is de federale regering vastbesloten om maatregelen te nemen zodat onderzoeksteams niet dienen te lijden door deze onderbreking. Om de continuïteit van het mechanisme te waarborgen, werd besloten om de uitvoeringstermijn voor PAI-VII contracten met drie maanden te verlengen tot en met 31 december 2017. De niet benutte kredieten tot 30 september 2017 kunnen uitsluitend voor personeelskosten worden gebruikt tussen 1 oktober 2017 en 31 december 2017.

In de afgelopen maanden heeft het Federaal Wetenschapsbeleid de ex-post evaluatie van PAI-VII projecten georganiseerd via « peerreview ». De verslagen van deskundigen die verantwoordelijk zijn voor de evaluatie werden naar de coördinatoren van de netwerken en onderzoekscellen van de betrokken instellingen verzonden. Een samenvatting van deze evaluaties werd ook gestuurd naar de leden van het IUAP begeleidingscomité, samengesteld uit de Conseil des recteurs des universités francophones de Belgique (CREF), de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR), FNRS en FWO vertegenwoordigers alsook de vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de federale overheid.