Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9165

van Lies Jans (N-VA) d.d. 29 mei 2013

aan de staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, en staatssecretaris voor Staatshervorming, toegevoegd aan de eerste minister

De structurele economische problemen waar de binnenscheepvaart mee kampt

navigatiehulpmiddel
binnenvaart

Chronologie

29/5/2013 Verzending vraag
28/4/2014 Einde zittingsperiode

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3473

Vraag nr. 5-9165 d.d. 29 mei 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Reeds verscheidene dagen voeren de binnenschippers actie - en dit onder meer op strategische punten nabij de grote Belgische havens. Zij wensen op die wijze de structurele onrendabiliteit van hun activiteiten publiek aan de kaak te stellen. Zelf bestempelen ze hun actie als een "wanhoopskreet": aan eerdere knipperlichten werd door de federale beleidsmakers geen gevolg gegeven.

De binnenscheepvaart vervult in toenemende mate een belangrijke maatschappelijke en economische rol. Denken we maar aan het terugdringen van (1) de kostprijs en (2) de ecologische voetafdruk van het bestaande logistieke systeem, alsook van de vermindering van de congestie op onze verzadigde openbare wegen. Om een idee te geven: de binnenscheepvaart is vandaag goed voor bijna 10% van alle goederenvervoer. Vorig jaar werd 69,3 miljoen ton goederen over de Vlaamse waterwegen vervoerd, weliswaar een daling met 4,5% tegenover 2011.

Gisteren had de staatssecretaris, in navolging van eerder overleg met de gewestelijke overheden, een ontmoeting met de representatieve vertegenwoordigers van de binnenscheepvaart. Indien de actievoerders een perspectief op beterschap hadden, waren ze bereid om hun acties - alvast tijdelijk - op te schorten.

Daarom heb ik de volgende vragen:

1/ Wat waren de conclusies van dit overleg met de actievoerders? Is de staatssecretaris erin geslaagd om hen concrete maatregelen voor te leggen die een antwoord bieden op enkele van hun terechte verzuchtingen?

2/ Hoever staat de staatssecretaris met het inleiden van een dossier bij de Europese Unie, dat het mogelijk moet maken om welbepaalde steunmaatregelen voor de sector te initiŽren, weliswaar zonder concurrentieverstorende effecten te genereren?

3/ In hoeverre is het een beleidsoptie om de middelen van het Sloopfonds, waarop de federale overheid mede de hand kan leggen, te activeren?

4/ Kan de staatssecretaris het parlement inzicht verschaffen in de grootorde van de problematiek van de dumpingpraktijken? Met 'dumpingpraktijken' bedoelen we in deze context de definiŽring conform de WTO- voorschriften, namelijk het aanbieden van producten en diensten onder de reŽle kostprijs. Die werken eveneens concurrentieverstorend, en ondermijnen zelfs het voortbestaan van vele binnenschippers.

5/ Welke maatregelen gaat de staatssecretaris nemen om paal en perk te stellen aan die dumpingpraktijken? Indien de problematiek transnationaal is, kan ook worden gedacht aan het inleiden van een procedure bij het "Dispute Settlement Body" (DSB) van de WTO, dat ervoor gekend staat om op korte termijn dwingende uitspraken te vellen.