Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-880

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 27 januari 2011

aan de minister van Justitie

Uitlevering eigen onderdanen door BelgiŽ - Bilaterale afspraken

uitlevering
bilaterale overeenkomst
gedetineerde
overbrenging van gedetineerden

Chronologie

27/1/2011 Verzending vraag
9/6/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-880 d.d. 27 januari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Volgens de wet van 15 maart 1874 levert BelgiŽ geen eigen onderdanen uit. Deze wet laat wel toe dat men ter uitvoering van verdragen, gesloten met vreemde Staten op grondslag van wederkerigheid, de uitlevering toestaat van vreemdelingen die door buitenlandse rechterlijke autoriteiten worden vervolgd wegens overtreding van de strafwet, of worden gezocht voor de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel.

Kan de geachte minister mij de volgende antwoorden bezorgen?

1) Een lijst van alle landen waarmee BelgiŽ een bilateraal verdrag afsloot voor de uitlevering van gevangenen en verdachten.

2) Zijn er landen zonder bilateraal akkoord, waaraan BelgiŽ gevangenen en verdachten uitlevert? Zo ja, welke landen en omwille van welke feiten?

3) Bestaan er afspraken met andere landen over het niet uitleveren van hun onderdanen aan (bepaalde) derde landen? Zo ja, over welke afspraken met welke landen gaat het hier?

4) Een lijst van het aantal gevangenen en verdachten die de afgelopen vijf jaar door de Belgische overheid werd uitgeleverd aan andere landen(per land en per jaar).

5) Een overzicht van het aantal weigeringen van de Belgische overheid om een verdachte / gevangene uit te leveren (per land en per jaar), met opgave van de redenen hiervoor.

6) Een lijst van het aantal gevangen en verdachten dat de afgelopen vijf jaar werd uitgeleverd aan BelgiŽ (per land en per jaar).

7) Een overzicht van het aantal weigeringen van andere landen om een verdachte / gevangene uit te leveren aan BelgiŽ (per land en per jaar), met opgave van de redenen hiervoor.

Antwoord ontvangen op 9 juni 2011 :

1. Algerije, Argentinië, Australië, Bahamas*, Bolivië, Brazilië, Canada*, Chili, Colombia, Costa Rica, Cuba, Fiji*, Guatemala, Honduras, India*, Kenia*, Libanon, Liberia, Marokko, Mexico, Nicaragua, Pakistan, Paraguay, Peru, Salvador, Solomon Eilanden*, Tanzania*, Thailand, Tunesië, Verenigde Staten.

* Toepassing van het uitleveringsverdrag tussen België en Groot-Brittannië van 29 oktober 1901.

Binnen de Europese Unie (27 lidstaten) geldt het Europees aanhoudingsbevel op grond van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten.

2. Het meest belangrijke uitleveringsverdrag is het Europees uitleveringsverdrag van 13 december 1957 van de Raad van Europa dat naast alle 47 lidstaten van de Raad van Europa ook nog Israel en Zuid Afrika bindt. In totaal zijn vandaag dus 49 staten partij bij dit uitleveringsverdrag. Korea (Zuid-Korea) overweegt dit verdrag in de toekomst te ondertekenen en te ratificeren. Het Europees uitleveringsverdrag is onder bepaalde voorwaarden immers opengesteld voor staten die geen lid zijn van de Raad van Europa.

In zoverre er buiten de sfeer van de partijen van het Europees uitleveringsverdrag, geen bilateraal uitleveringsverdrag van toepassing zou zijn, kan voor welbepaalde feiten worden beroep gedaan op verdragen van de Verenigde Naties die een autonome, subsidiaire verdragsbasis voor uitleveringsverzoeken bieden. Deze verdragen zijn door een meerderheid van de lidstaten van de Verenigde Naties geratificeerd. Het betreft in het bijzonder het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Wenen, 20 december 1988), het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Palermo, 15 november 2000) en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (New York, 31 oktober 2003).

België kent zoals de meeste Europese landen een strikt verdragsvereiste voor uitlevering. Er kan dus nooit een uitlevering worden toegestaan zonder verdragsbasis, zelfs al zou die aan alle materiële en formele voorwaarden voldoen.

3. De door België afgesloten bilaterale uitlevering-sverdragen sluiten de uitlevering van eigen onderdanen uit, precies omdat artikel 1 van de Belgische uitleveringswet van 1874 dat niet toelaat. De overgrote meerderheid van de bilaterale verdragen bevatten dus een wederkerige uitleveringsexceptie ten aanzien van eigen onderdanen.

Sommige verdragen bevatten echter de mogelijkheid om eigen onderdanen uit te leveren, of omgekeerd de mogelijkheid om dat te weigeren. Het hierboven aangehaalde Europees uitleveringsverdrag van 1957 omvat een dergelijke formulering in artikel 6. Een dergelijke formulering is noodzakelijk indien (een) andere partij(en) bij het verdrag geen uitleveringsexceptie ten aanzien van eigen onderdanen ken(t)en en ook geen wederkerigheid eist. Landen met een Common Law leveren doorgaans zondermeer hun eigen onderdanen uit, zonder hetzelfde te eisen van een ander land. In die situaties is er dus geen echte wederkerigheid, doch die is perfect opgevangen in het verdrag. De VSA kunnen geen Belg uitgeleverd krijgen, terwijl België al enkele keren wel een Amerikaans onderdaan heeft verkregen. Hetzelfde doet zich bijvoorbeeld voor met Australië. Vóór de inwerkingtreding van het Europees aanhoudingsbevel deed hetzelfde zich ook voor met het Verenigd Koninkrijk.

Onder het aparte systeem van het Europees aanhoudingsbevel is de overlevering van een eigen onderdaan of ingezetene in beginsel mogelijk. Aan de overlevering met het oog op de vervolging kan wel de voorwaarde van diens terugkeer worden verbonden. De terugkeer beoogt de in de uitvaardigende lidstaat opgelegde vrijheidsbenemende straf in de eigen lidstaat te doen ondergaan. Indien het Europees aanhoudingsbevel de tenuitvoerlegging van een veroordeling beoogt, biedt het kaderbesluit de mogelijkheid om een eigen onderdaan of ingezetene over te leveren dan wel de strafuitvoering over te nemen.

4. tot 7. Er zijn geen statistieken beschikbaar.