Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8379

van Yves Buysse (Vlaams Belang) d.d. 28 februari 2013

aan de staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's, en staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

A350 XWB-programma - "Parkeren" van overheidsgeld op de geblokkeerde rekening van een privéfirma - Rapportage - Controles - Adviezen

Rekenhof (België)
overheidssteun
luchtvaartindustrie
toezicht op overheidssteun
steun aan de industrie
steun aan ondernemingen

Chronologie

28/2/2013 Verzending vraag
28/4/2014 Einde zittingsperiode

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8378

Vraag nr. 5-8379 d.d. 28 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In het kader van het A350 XWB-programma sloten de verantwoordelijke ministers eind 2010 met een drietal ondernemingen overeenkomsten, waarbij de Staat geen betaling zou uitvoeren vóór de Europese Commissie haar gebruikelijke goedkeuring had verleend aan de overheidstussenkomst. In afwachting van die goedkeuring besliste de ministerraad van 15 december 2010 echter 19,2 miljoen euro te storten op een geblokkeerde rekening bij een privéonderneming. Daarmee wilde de regering voorkomen dat de nog beschikbare begrotingskredieten niet zouden worden benut. Omdat twee van de drie dossiers eind 2011 nog steeds het voorwerp van onderzoek uitmaakten, besliste de ministerraad van 23 december 2011, ondanks een negatief advies van de administratie en de Inspectie van Financiën, opnieuw het resterende begrotingskrediet op de geblokkeerde rekening te storten (38,8 miljoen euro). Voor deze regeling, die een afwijking inhoudt van het annaliteitsprincipe van de begroting, ontbreekt elke wettelijke basis.

Aangezien uiteindelijk meer middelen op de rekening van de privéonderneming werden gestort dan wellicht verschuldigd voor de drie dossiers, besliste de administratie in januari 2012 dat ook toekomstige betalingen aan andere ondernemingen zouden kunnen worden verricht via die rekening. Zowel de Federale Overheidsdienst Economie als de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid hebben elk afzonderlijk aan de privéonderneming instructies gegeven waarin de modaliteiten voor de aanwending van de beschikbare gelden op de geblokkeerde rekening worden geregeld. De overheid kan ook op elk ogenblik de volledige of de gedeeltelijke teruggave van het saldo vragen.

De betrokken administraties konden tot dusver echter geen verslagen of rekeninguittreksels aan het Rekenhof voorleggen waaruit op gedetailleerde wijze het gebruik van de op de geblokkeerde rekening gestorte overheidsgelden en de bestemming van de intresten blijkt. De betrokken administraties hebben ook nog geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid om boekhoudkundige controles bij de privéonderneming uit te voeren.

1) Deelt de geachte minister de visie van het Rekenhof dat er geen wettelijke basis was voor het parkeren van overheidsgeld op de geblokkeerde rekening van een privéfirma?

2) Wat oorspronkelijk een techniciteit leek - het afwijken van het annaliteitsprincipe - wordt ronduit verdacht als men vaststelt dat er geen verslagen of rekeninguittreksels bestaan van het gebruik van de gestorte overheidsgelden en de bestemming van de intresten. Hoeveel geld staat er momenteel nog op die rekening? Hoeveel intrest heeft dat in totaal opgebracht? Aan wie zijn de intresten ten goede gekomen?

3) Waarom werd het eensluidende negatieve advies van de administratie en de Inspectie van Financiën genegeerd?

4) Men zou verwachten dat men zo een uitzonderlijke constructie ook bijzonder zorgvuldig gecontroleerd zou hebben om misbruik van overheidsgeld te voorkomen. Dat blijkt echter niet gebeurd te zijn. Waarom werden in dat verband nooit boekhoudkundige controles uitgevoerd?