Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8265

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 20 februari 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

De uitvoering van de wet inzake gendermainstreaming

gendermainstreaming
gelijke behandeling van man en vrouw
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen

Chronologie

20/2/2013 Verzending vraag
15/4/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2696

Vraag nr. 5-8265 d.d. 20 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds de Wet strekkende tot controle op de toepassing van de resoluties van de wereldvrouwenconferentie die in september 1995 in Peking heeft plaats gehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de federale beleidslijnen.heeft ons land een globale beleidsstrategie uitgewerkt inzake gendermainstreaming. Elk federaal departement is vanaf nu bevoegd voor het realiseren van gelijkheid tussen vrouwen en mannen en moet daarvoor strategische doelstellingen formuleren.

In de beleidsnota staat dat ze haar collega's binnen de regering zal vragen ervoor te zorgen dat de voorzitters van het directiecomitÚ van de administraties waarover zij de voogdij hebben, gendermainstreaming als een prioriteit beschouwen, de genderdimensie integreren in hun strategische planningsinstrumenten en de gendermainstreaming-co÷rdinatoren ondersteunen, bij de toepassing van de wet van 12 januari 2007.

Uit een reeks schriftelijke vragen van Senaatsvoorzitster Sabine de Bethune blijkt echter dat sinds de inwerkingtreding van de wet in 2007, de verschillende Federale Overheidsdiensten (FOD) en Programmatorische Overheidsdiensten (POD) dit nauwelijks hebben opgevolgd. Evenmin is er sprake van samenwerking met het IGVM, deels door de onbekendheid van het IGVM en de wet gendermainstreaming bij de diensten, deels door het personeelstekort bij het IGVM.

Graag kreeg ik een antwoord op volgende vragen:

1) Hoe zal de minister ervoor zorgen dat de wet gendermainstreaming deze keer wel concreet wordt uitgevoerd?

2) Welke FOD's en POD's hebben reeds laten weten dat zij gendermainstreaming als prioriteit beschouwen?

3) Welke FOD's en POD's hebben de genderdimensie reeds ge´ntegreerd in hun strategische planningsinstrumenten?

4) Welke FOD's en POD's hebben gendermainstreaming-co÷rdinatoren en welke niet?

Antwoord ontvangen op 15 april 2013 :

Wegens het allesomvattende karakter van gender mainstreaming is er gekozen voor een benadering waarbij bepaalde prioriteiten aan elke ministers gevraagd werden. Samen met de Interdepartementale Coördinatiegroep (ICG) heb ik aan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen gevraagd deze prioriteiten uit te voeren (zie antwoord op vraag nr. 5-2681 in verband met de resultaten van de ICG). Daar de impuls voor het uitvoeren van een beleid met betrekking tot gender mainstreaming van het politieke niveau moet komen, wordt er prioriteit gegeven aan dit niveau (cf. uitvoering van het federaal plan gender mainstreaming).

Het Instituut heeft geen specifieke informatie van de Federale Overheidsdiensten (FODs) of Programmatorische Overheidsdiensten (PODs) ontvangen dat ons kan vertellen dat ze gender mainstreaming expliciet als prioriteit beschouwen. In enkele administraties kunnen we dit echter wel afleiden uit de ondernomen acties. Zo heeft bijvoorbeeld de FOD Kanselarij van de eerste minister een actieplan gender mainstreaming opgesteld en heeft het ministerie van Landsverdediging een charter opgesteld dat gender mainstreaming expliciet vermeldt. 

De integratie van de genderdimensie in de strategische planningsinstrumenten is natuurlijk afhankelijk van de hernieuwing van deze planningsinstrumenten. Deze actie is opgenomen in de fiche die het Instituut uitgewerkt heeft om aan te geven welke potentiële acties de administraties kunnen uitvoeren om gender mainstreaming toe te passen tijdens de huidige legislatuur. Deze fiche wordt tijdens de bilaterale contacten aan de coördinatoren-trices overgemaakt.

De voorbije jaren is het Instituut reeds gecontacteerd geweest door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en de FOD Sociale Zekerheid in verband met het opnemen van elementen met betrekking tot de integratie van de genderdimensie in de managementplannen van het directiecomité. 

Alle FODs, PODs en het ministerie van Landsverdediging beschikken over een zeer goede coördinator-trice.