Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-811

van Yves Buysse (Vlaams Belang) d.d. 29 december 2010

aan de minister van Binnenlandse Zaken

Politiehonden - Inzet - Regelgevend kader

politie
recht tot betogen
huisdier

Chronologie

29/12/2010 Verzending vraag
7/3/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-811 d.d. 29 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten (Comité P) heeft er in vroegere jaarverslagen reeds op gewezen dat er nog altijd geen regelgevend kader is voor de inzet van politiehonden bij manifestaties.

1. Heeft de minister al de nodige initiatieven genomen om een regelgevend kader uit te werken?

2. Welke problemen hebben ertoe geleid dat dit probleem jarenlang is blijven aanslepen?

3. Zijn er concrete incidenten geweest waarbij het gebrek aan een regelgevend kader juridische problemen tot gevolg heeft gehad?

Antwoord ontvangen op 7 maart 2011 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

1. Een regelgevend kader voor de inzet van politiehonden bij manifestaties bestaat vandaag inderdaad niet. Maar dat geldt evengoed voor de inzet van paarden of technische middelen. Er is vooreerst nood aan het bepalen van een algemeen referentiekader voor het beheer van gebeurtenissen in de openbare orde, waarbinnen manifestaties slechts één type gebeurtenis zijn. De laatste rondzendbrief in dit verband dateert bovendien van voor de politiehervorming, namelijk van 1987.

In dit verband heb ik via het Administratief en Technisch Secretariaat een werkgroep opgestart die een ministeriële rondzendbrief ontwikkelt (CP 4). Deze werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de lokale en de federale politie. In die rondzendbrief zal het kader van het genegotieerd beheer bepaald worden zoals dat al sinds 2001 wordt onderwezen in de politiescholen, en dat ook door het Comité P wordt gehanteerd bij zijn evaluaties. In het rapport “10 jaar politiehervorming” van de Federale Politieraad is er eveneens sprake van de publicatie van een dergelijke rondzendbrief.

In de rondzendbrief zal uitdrukkelijk bepaald worden dat het maar een eerste stap is en dat hij de krijtlijnen bepaalt voor de te actualiseren rondzendbrieven, zoals deze van 1987, maar ook voor de vaststelling van methoden, technieken en tactieken of het gebruik van bijzondere middelen, waaronder het gebruik van honden.

Deze ontwerptekst bevindt zich in een vergevorderd stadium. Ik hoop die in de loop van de volgende weken te kunnen ondertekenen.

2. Niettegenstaande het ontbreken van regelgevende teksten kan ik bevestigen dat er tot heden nog geen specifieke problemen zijn geweest met betrekking tot het gebruik van honden in manifestaties die het opstellen van een dergelijke richtlijn prioritair maakten.

Bovendien biedt de huidige werkwijze een aantal voordelen. Zo zal deze problematiek eerst via een rondzendbrief worden bepaald, en later in een werkgroep binnen de geïntegreerde politie die zich over het gebruik van honden in het raam van het genegotieerd beheer worden geëvalueerd, rekening houdend met alle mogelijke pro- en contra-argumenten.

3. Ik heb geen kennis van situaties waarbij het ontbreken van regelgeving tot juridische problemen heeft geleid.