Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-757

van Christine Defraigne (MR) d.d. 28 december 2010

aan de minister van Justitie

Gerechtsgebouwen - Installatie van rooklokalen

openbaar gebouw
nicotineverslaving

Chronologie

28/12/2010 Verzending vraag
21/2/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-757 d.d. 28 december 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

Sedert de goedkeuring van de wet van 22 december 2009, die het koninklijk besluit van 19 januari 2005 opheft, is het verboden te roken op de werkplaats (ruimten die toegankelijk zijn voor de werknemers in het kader van hun werk), onder meer in de gerechtsgebouwen. Deze wet verleent elke werknemer het recht op werkruimten en sociale voorzieningen zonder tabaksrook.

De werkgever waarborgt het recht om te beschikken over rookvrije ruimten door de invoering van een rookverbod in alle werkruimten, de sociale voorzieningen, alsook in de vervoersmiddelen die de werkgever ter beschikking stelt voor het collectieve vervoer van zijn personeel naar de werkplaats.

Mevrouw de minister,

Bent u van plan rooklokalen in te richten bij de ingang van alle gerechtsgebouwen of slechts bij sommige gebouwen? Zo ja, welke criteria zult u hanteren om te bepalen voor welke gebouwen een rooklokaal zou kunnen worden ge´nstalleerd?

Hoeveel zouden die installaties kosten?

Zult u overleg plegen met de mensen die in die gebouwen werken?

Antwoord ontvangen op 21 februari 2011 :

Het beleid inzake het roken binnen de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie spitst zich toe op een dienstnota van 5 december 2005. Deze is eveneens van toepassing op de Rechterlijke Orde alsook op de bezoekers van de gerechtelijke gebouwen.

Derhalve is het verboden te roken binnen de werkruimte (bureaus-kabinetten-griffies). Deze werkruimte omvat eveneens de inkomhal, de gangen, de trappen, de liften, de verbindingsruimten, de gesloten parkeergarages en de dienstwagens. De korpschef dient er voor te zorgen dat het rookverbod, door de advocaten en de personen die deze plekken betreden, gerespecteerd wordt.

De rokers wordt verzocht buiten het gerechtsgebouw te roken. Teneinde hinder te vermijden, levert het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie asbakken op staander alsook pictogrammen “verboden te roken” op vraag van de gebouwenbeheerder of advies van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk (IDPB).

Het is niet voorzien dat er rookvertrekken zullen geïnstalleerd worden bij de ingang van de gerechtelijke gebouwen. Inderdaad, pilootprojecten hebben het dure en complexe aspect van deze zaak reeds aangetoond.

Het overleg met het personeel, tewerkgesteld in de gerechtsgebouwen, inzake deze materie gebeurt via de verschillende basisoverlegcomités. Hun verslagen worden systematisch overgemaakt aan de bevoegde dienst binnen het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie.