Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6980

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 4 september 2012

aan de minister van Landsverdediging

ComitÚ I - Orgaan voor de Co÷rdinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) - Contacten met buitenlandse antiterreurorganen - Mogelijke verwarring met Staatsveiligheid

Vaste ComitÚs van Toezicht op de politie- en inlichtingendiensten
Co÷rdinatieorgaan voor de dreigingsanalyse
staatsveiligheid
terrorisme
geheime dienst

Chronologie

4/9/2012Verzending vraag
1/10/2012Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-6979
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-6981

Vraag nr. 5-6980 d.d. 4 september 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar het activiteitenverslag 2011 van het ComitÚ I. Een heikel punt vormen luidens het rapport de contacten die het Orgaan voor de Co÷rdinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) onderhoudt met soortgelijke centrale antiterreurorganen in het buitenland. Wanneer die centra zelf deel uitmaken van een operationele inlichtingendienst, wordt dat door de Staatsveiligheid als problematisch ervaren: "De Staatsveiligheid beschouwt zusterdiensten immers als haar natuurlijke correspondenten en vreest dat de contacten van het OCAD zich in die gevallen niet beperken tot de afdeling die belast is met dreigingsanalyses.".

Er wordt een duidelijke aanbeveling geformuleerd: het verdient aanbeveling dat het OCAD er steeds voor zou waken dat er omtrent zijn unieke identiteit geen enkele verwarring kan ontstaan. Het OCAD is, in tegenstelling tot de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) en de Staatsveiligheid, namelijk geen inlichtingendienst. Een actieve en consequente aandacht hiervoor in zijn communicatie en werking, en dit zowel in het binnen- als het buitenland, is dan ook essentieel.

Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister:

1) Hoe reageert u op de aanbeveling van het ComitÚ I om bij de contacten en de werking tussen OCAD en buitenlandse centrale antiterreurorganen actieve en consequente aandacht te besteden aan zijn unieke identiteit opdat er geen verwarring en/of misverstanden zouden zijn met de staatsveiligheid?

2) Kunt u aangeven hoe OCAD deze aanbeveling concreet zal vertalen in de werking en de communicatie met de buitenlandse diensten?

Antwoord ontvangen op 1 oktober 2012 :

Het geachte lid wordt verzocht hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vragen : 

1. De militaire inlichtingendiensten (ADIV) en het Coördinatie Orgaan voor DreigingsAnalyse (OCAD) hebben een complementaire functie, maar bewaren elk hun eigen specifieke opdracht. Het spreekt voor zich dat zij bij het uitvoeren van hun taken moeten kunnen gebruik maken van hun eigen kanalen met hun bevoorrechte partners.

2. Voor het antwoord op deze vraag, verwijs ik het geachte lid naar de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie, bevoegd in deze materie.