Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6979

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 4 september 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

ComitÚ I - Orgaan voor de Co÷rdinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) - Contacten met buitenlandse antiterreurorganen - Mogelijke verwarring met Staatsveiligheid

Vaste ComitÚs van Toezicht op de politie- en inlichtingendiensten
Co÷rdinatieorgaan voor de dreigingsanalyse
geheime dienst
terrorisme
staatsveiligheid

Chronologie

4/9/2012Verzending vraag
26/10/2012Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-6980
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-6981

Vraag nr. 5-6979 d.d. 4 september 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar het activiteitenverslag 2011 van het ComitÚ I. Een heikel punt vormen luidens het rapport de contacten die het Orgaan voor de Co÷rdinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) onderhoudt met soortgelijke centrale antiterreurorganen in het buitenland. Wanneer die centra zelf deel uitmaken van een operationele inlichtingendienst, wordt dat door de Staatsveiligheid als problematisch ervaren: "De Staatsveiligheid beschouwt zusterdiensten immers als haar natuurlijke correspondenten en vreest dat de contacten van het OCAD zich in die gevallen niet beperken tot de afdeling die belast is met dreigingsanalyses.".

Er wordt een duidelijke aanbeveling geformuleerd: het verdient aanbeveling dat het OCAD er steeds voor zou waken dat er omtrent zijn unieke identiteit geen enkele verwarring kan ontstaan. Het OCAD is, in tegenstelling tot de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) en de Staatsveiligheid, namelijk geen inlichtingendienst. Een actieve en consequente aandacht hiervoor in zijn communicatie en werking, en dit zowel in het binnen- als het buitenland, is dan ook essentieel.

Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister:

1) Hoe reageert u op de aanbeveling van het ComitÚ I om bij de contacten en de werking tussen OCAD en buitenlandse centrale antiterreurorganen actieve en consequente aandacht te besteden aan zijn unieke identiteit opdat er geen verwarring en/of misverstanden zouden zijn met de staatsveiligheid?

2) Kunt u aangeven hoe OCAD deze aanbeveling concreet zal vertalen in de werking en de communicatie met de buitenlandse diensten?

Antwoord ontvangen op 26 oktober 2012 :

Het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreinging (OCAD) heeft deze vragen ontvangen via mijn collega, de minister van Justitie, mevrouw Turtelboom en zal ook via die weg een antwoord verschaffen op deze vragen.