Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-669

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 27 december 2010

aan de minister van Justitie

Bestrijding van pedofilie - Internationale samenwerking - Uitwisseling van juridische informatie

pedofilie
kinderpornografie
kinderbescherming
politiële samenwerking (EU)
justitiële samenwerking
strafblad
uitwisseling van informatie

Chronologie

27/12/2010 Verzending vraag
16/3/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-669 d.d. 27 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De afschuwelijke pedofiliezaak in Nederland, waarbij tientallen baby's, peuters en kleuters werden misbruikt door een werknemer van een kindercrèche, hebben velen beroerd. De feiten zelf en de ingrijpende gevolgen op kinderen en hun onmiddellijke omgeving kunnen amper worden ingeschat.

Nu blijkt dat de dader al eerder in Duitsland voor pedofiele praktijken werd gearresteerd en twee weken de cel inging, nadat hij als vrijwilliger in een crèche in Heidelberg werd betrapt. Zoals de dader zelf getuigde op een webstek, ontsnapte hij aan een veroordeling door een goede advocaat. Eveneens in Duitsland werd deze dader, na het vinden van kinderporno op zijn computer, tot een jaar voorwaardelijke straf veroordeeld. Toen hij verhuisde naar Nederland, verdween hij uit het vizier van politie en justitie.

In dit verband kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen:

1. Is het mogelijk dat bij een soortgelijk geval in ons land, er eveneens moet worden vastgesteld dat de dader in een buurland reeds als pedofiel bekend stond en zelf een veroordeling opliep? Is het mogelijk dat iemand die zich aandient als een professionele of vrijwillige medewerker in een kindercrèche, in het nabije buitenland als pedofiel staat geboekstaafd, zonder dat dit in ons land bekend is?

2. Zo ja, kan de minister hieraan verhelpen? Wanneer en hoe plant hij hieromtrent een beleidsvoering? Zo neen, waarom niet en welke gevolgen voorziet hij?

Antwoord ontvangen op 16 maart 2011 :

Het is reeds enkele malen gebleken, in België onder andere met de zaak Fourniret, dat men in het ene land vaak geen kennis heeft van vroegere veroordelingen in andere landen en derhalve uitspraak doet enkel op basis van eerdere veroordelingen die terug te vinden zijn in het nationale strafregister. Zo is het voor criminelen vrij eenvoudig zich van hun criminele verleden te ontdoen: ze hoeven slechts van de ene naar de andere lidstaat te verhuizen.

Om aan deze situatie te verhelpen, heeft men op Europees niveau ECRIS (European Criminal Records Information System, ofwel Europees Strafregister Informatiesysteem) in het vooruitzicht gesteld. De algemene beginselen inzake de uitwisseling van informatie en de verwerking van het systeem zijn geregeld in het Kaderbesluit 2009/315 van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten en in het ECRIS-besluit (Besluit 2009/316/JBZ van de Raad van 6 april 2009 betreffende de oprichting van het Europees Strafregister Informatiesysteem overeenkomstig artikel 11 van Kaderbesluit 2009/315/JBZ). Het hoofddoel van dit kaderbesluit is de totstandbrenging van een betere uitwisseling van gegevens over tegen burgers van de Unie uitgesproken strafrechtelijke veroordelingen en, in voorkomend geval, een in het strafregister van de lidstaat van veroordeling opgenomen en uit deze veroordelingen voortvloeiende ontzetting uit een recht. In paragraaf 12 van dit kaderbesluit wordt er trouwens op gewezen dat met dit kaderbesluit het belangrijkste doel van het initiatief van België wordt bereikt voor zover de centrale autoriteit van een lidstaat, in haar antwoord op een verzoek van de betrokkene, in haar uittreksel van het strafregister alle informatie dient op te nemen die is verkregen uit het strafregister van de lidstaat van nationaliteit van betrokkene. Om overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaat waar de persoon voornemens met het toezicht op kinderen samenhangende beroepsactiviteiten uit te oefenen, gevolg te geven aan een in het strafregister opgenomen veroordeling en de daaruit voortvloeiende ontzetting uit een recht, dient het bestaan ervan bekend te zijn. De in het kaderbesluit opgenomen regeling is er dus op gericht te voorkomen dat een wegens een seksueel misdrijf tegen kinderen veroordeelde persoon, indien de veroordeling en, in voorkomend geval, de daaruit voortvloeiende ontzetting uit een recht in het strafregister van de lidstaat zijn opgenomen, de veroordeling of ontzetting kan verzwijgen om in een andere Lidstaat beroepsactiviteiten die verband houden met het toezicht op kinderen te beginnen of voort te zetten.

De Lidstaten dienen het systeem tegen april 2012 te hebben geïmplementeerd. Maar voorlopig is het voor de 27 Lidstaten van de Europese Unie vooral wachten op de nodige software om de interconnectie tussen de nationale strafregisters te garanderen. In tussentijd hebben negen Lidstaten, waaronder België, een proefproject opgericht waarbij ze onderling al elektronisch gegevens uit hun strafregisters uitwisselen. Dat proefproject beoogt de toegang tot het strafrechtelijk verleden van hun onderdanen te vergemakkelijken en de uitwisseling van informatie te verbeteren.

Op dit ogenblik functioneert dat informatienetwerk alleen maar voor gerechtelijke zaken en niet voor administratieve. De gemeentebesturen hebben bijgevolg geen toegang tot die informatie. Dit doet uiteraard moeilijkheden rijzen als die gemeentebesturen uittreksels uit het strafregister (getuigschrift van goed zedelijk gedrag) moeten uitreiken.

Het komt er dus op aan dat het kaderbesluit betreffende de organisatie en de inhoud van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten zo vlug mogelijk zal omgezet worden in nationale wetgeving en dat de randvoorwaarden voor het slagen van een zulk systeem zo vlug mogelijk gegarandeerd worden.