Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-663

van Fabienne Winckel (PS) d.d. 27 december 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Diplomatieke en consulaire agenten - NotariŽle bevoegdheid - Huwelijk van een Belgische vrouw en een vreemde onderdaan - Huwelijkscontract - Onmogelijkheid - Discriminatie gebaseerd op het geslacht - Maatregelen

personeel in diplomatieke dienst
Belgen in het buitenland
gemengd huwelijk
huwelijksrecht
discriminatie op grond van geslacht
gelijke behandeling van man en vrouw
Unia
ambassade
consulaat
gendermainstreaming
Myria

Chronologie

27/12/2010 Verzending vraag
25/3/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-662
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-664

Vraag nr. 5-663 d.d. 27 december 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

Artikel 5, 2į, van de wet van

10 juli 1931 betreffende de bevoegdheid der diplomatieke en consulaire agenten in notariŽle zaken bepaalt: ď De notariŽle

bevoegdheid der diplomatieke agenten alsmede der agenten van het consulair korps die (Ö) met het notarisambt worden bekleed, strekt zich uit (Ö) tot de huwelijkscontracten betreffende een Belgische onderdaan en een vreemde vrouwĒ.

De ambassades zouden echter geen huwelijkscontract kunnen sluiten voor een vrouw die met een vreemde man huwt. Een vrouw moet dus in BelgiŽ komen huwen om een huwelijkscontract te kunnen laten opmaken.

Het is verbazend dat een Belgische ambassade of consulaat, die beide nochtans notariŽle bevoegdheid hebben, geen huwelijkscontract tussen een Belgische vrouw en een vreemde man kunnen opmaken, terwijl dat voor een Belgische man wel mogelijk is. Hier is dus sprake van een discriminatie gebaseerd op het geslacht.

Heeft het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding hier al klachten over ontvangen? Hebt u al contact gehad met de minister van Buitenlandse Zaken zodat maatregelen kunnen worden genomen om een einde te stellen aan die discriminatie?

Antwoord ontvangen op 25 maart 2011 :

Ik ga akkoord met de analyse van senatrice Fabienne Winckel: in zijn oorspronkelijke formulering getuigt het tweede lid van artikel 5 van de wet van 10 juli 1931 betreffende de bevoegdheid der diplomatieke en consulaire agenten in notariële zaken, van discriminatie op grond van geslacht.

Het Instituut voor de Gelijkheid van vrouwen en mannen heeft hierover weliswaar nooit een klacht ontvangen.

Toch heeft artikel 23 van afdeling 2 van hoofdstuk 7 van de wet houdende diverse bepalingen van 29 december 2010 artikel 5, tweede lid van de wet van 10 juli 1931 verbeterd om gelijkheid te verkrijgen. De woorden “vreemde vrouw” werden vervangen door “niet-Belg”.