Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-642

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 27 december 2010

aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen

Martelwerktuigen - Componenten - Productie of verhandeling in BelgiŽ

foltering
zwarte handel
Amnesty International

Chronologie

27/12/2010Verzending vraag
3/5/2011Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-641

Vraag nr. 5-642 d.d. 27 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit berichtgeving blijkt dat kritische vragen rijzen over de vergunning voor de uitvoer en de doorvoer van producten en technologie voor tweeŽrlei gebruik. In berichten op internet wordt het vermoeden gewekt dat BelgiŽ geen zicht zou hebben op de handel in Belgische martelwerktuigen.

De Europese Unie (EU) legt met een verordening uit 2006 de handel in martelwerktuigen aan banden. Sommige producten, zoals elektrische hals- en armbanden van ruim 10 000 volt, guillotines, elektrische stoelen en luchtledige kamers, zijn daardoor verboden. Ze mogen in Europa niet geproduceerd noch verhandeld worden, omdat ze enkel en alleen als marteltuig gebruikt kunnen worden. Andere, waaronder duimschroeven, elektrische stokken en schilden, stun guns, tasers of voetboeien, mogen in specifieke gevallen wel worden verhandeld. Dat moet gebeuren onder strikte controle van de lidstaten.

Volgens de overheid zouden geen Belgische firma's zich met dergelijke producten inlaten. Ook het Vlaams Vredesinstituut geeft aan dat het geen firma's kent die goederen produceren of exporteren die kunnen worden gebruikt voor de uitvoering van de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandelingen. Toch beweert Amnesty International dat Belgische bedrijven martelwerktuigen bouwen en verkopen.

Gelet op het voorgaande kader, kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen:

1. Welke definitie wordt gebruikt voor een martelwerktuig?

2., Worden in BelgiŽ op basis van die definitie marteltuigen of essentiŽle componenten voor martelwerktuigen verhandeld?

3. Hoe zijn de Europese richtlijnen in onze wetten verankerd? Hoe werden ze bekendgemaakt? Vindt de minister dat er naar bedrijven toe hierover voldoende gecommuniceerd werd? Zijn hier seminaries over gegeven?

4. In welke gevallen mogen bepaalde foltertuigen wel worden verhandeld?

5. Zijn reeds gevallen bekend van producten die zonder aangifte in BelgiŽ worden of werden verhandeld? Welke?

6. Zijn er Belgische bedrijven die uitzonderlijk wel een vergunning hebben om bepaalde foltertuigen te produceren en te verhandelen?

7. Kent de minister het rapport van Amnesty International? Welke aanbevelingen zouden terecht kunnen zijn?

8. Wat vindt de minister van de volgende uitspraak van Amnesty International: "BelgiŽ laat ons weten dat er geen martelwerktuigen worden verhandeld, terwijl je zonder al te veel zoekwerk toch producten met een Belgisch tintje kunt vinden"? Werd die stelling al nader onderzocht? Werd er al bij gespecialiseerde bedrijven gecheckt of componenten voor marteltuigen worden verhandeld?

Antwoord ontvangen op 3 mei 2011 :

1. Goederen die in de praktijk geen andere toepassingen hebben dan de doodstraf, foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, worden opgesomd in bijlage II en III van de Verordening (EG) nr. 1236/2005 van de Raad van 27 juni 2005. Het betreft: galgen en guillotines; elektrische stoelen voor de executie van mensen; hermetisch gesloten kluizen, bijvoorbeeld van staal en glas, ontworpen met het oog op de executie van mensen door toediening van een dodelijk gas of een dodelijke stof; systemen voor het automatisch injecteren van verdovende middelen die ontworpen zijn voor de executie van mensen door toediening van een dodelijke chemische stof; elektrische schokgordels die zijn ontworpen om mensen in bedwang te houden door toediening van elektrische schokken met een nullastspanning van 10 000 volt of meer; dwangstoelen en shackle boards (plank met klemmen voor polsen en enkels); voetboeien, groeps- en individuele kluisters en individuele boeien of kluisters; duimboeien en duimschroeven, met inbegrip van getande duimboeien; draagbare elektroshockapparaten, met inbegrip van doch niet beperkt tot stroomstokken, stroomschilden, verdovingsgeweren en geweren voor het afvuren van schokpijltjes met een nullastspanning van 10 000 volt of meer; draagbare toestellen ten behoeve van oproerbeheersing of zelfbescherming door toediening van chemische stoffen; pelargoonzuurvanillylamide (PAVA) en capsicum-oleohars(OC).

2. en 3. Het ministerieel besluit van 26 april 2007 waarbij de in- en uitvoer van goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, aan een vergunning onderworpen wordt zet de Europese Verordening om in Belgisch recht. Dit ministerieel besluit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 11 mei 2007 en is met terugwerkende kracht van toepassing sinds 30 juli 2006. Sinds de inwerkingtreding van de reglementering op 30 juli 2006 werden er geen vergunningen aangevraagd of afgeleverd. Voor zover mij bekend zijn er in België ook geen producenten of uitvoerders van dit soort goederen zodat er geen ondernemingen konden worden gecontacteerd.

4. De goederen die in de praktijk geen andere toepassingen hebben dan de doodstraf, foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing mogen worden in- of uitgevoerd indien wordt aangetoond dat ze uitsluitend worden gebruikt om te worden tentoongesteld in een museum. Voor de goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing kan een uitvoervergunning verleend worden indien na onderzoek blijkt dat ze enkel voor wetshandhaving worden gebruikt.

5. Tot op vandaag zijn er geen overtredingen vastgesteld.

6. Er zijn geen vergunningen afgeleverd.

7. Het rapport werd mij door Amnesty International Belgium doorgezonden. Voor de meeste van zijn aanbevelingen (uitbreiding lijst marteltuigen, intra-communautaire handel, catch-all-clausule, …) is een aanpassing van de Europese Verordening nodig. Dit valt, desgevallend, onder de bevoegdheid van de Raad Externe Betrekkingen, waarin België wordt vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken.

Naar aanleiding van een eerder rapport van Omega Research Foundation waarin een aantal Belgische firma’s werden vernoemd, werd een uitvoerig onderzoek gevoerd door de Administratie der Douane. Dit bracht geen onregelmatigheden aan het licht. Naar aanleiding van dit rapport van Amnesty International werd opnieuw een onderzoek gevraagd.