Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-6257

van Richard Miller (MR) d.d. 15 mei 2012

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

De aankondiging door de VN van het einde van de hongersnood in SomaliŽ

SomaliŽ
honger
ontwikkelingshulp
voedselhulp
internationaal vrijwilliger
niet-gouvernementele organisatie

Chronologie

15/5/2012 Verzending vraag
25/5/2012 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1971

Vraag nr. 5-6257 d.d. 15 mei 2012 : (Vraag gesteld in het Frans)

In november 2011 stelde ik uw voorganger, de heer Olivier Chastel, een vraag over de financiering van humanitaire organisaties die actief zijn in de Hoorn van Afrika (vraag om . uitleg nr. 5-1334 van 13 oktober 2011, Handelingen 5-102COM, p. 4). Talrijke aspecten van de dringende hulpverlening werden gecontroleerd, zoals de verschillende organisaties op het terrein die door BelgiŽ worden gefinancierd, de selectiecriteria van de niet-gouvernementele organisaties (ngoís), het belang van de samenwerking tussen de ngoís om een verspilling van tijd en middelen te vermijdenÖ . De heer Chastel heeft trouwens heel bevredigende antwoorden gegeven.

Hoewel de Hoorn van Afrika sedert juli 2011 wordt getroffen door een hongersnood zonder voorgaande, kondigden de VN het einde aan van de hongersnood in SomaliŽ. SomaliŽ is het land dat het ergst getroffen wordt door de droogte. Hongersnood is echter de meest extreme vorm van voedselcrisis. Dat betekent niet dat de toestand in SomaliŽ inmiddels normaal is! Een derde van de Somalische bevolking zou momenteel nog noodhulp nodig hebben. Enorm veel mensen bevinden zich in vluchtelingenkampen aan de Somalische grens, onder andere in Dadaab, dat de ďderde stadĒ van Kenia is geworden.

Niettegenstaande de aanhoudende noodtoestand, zeggen de VN dat het einde van de hongersnood te danken is aan een massale toename van de humanitaire hulp. BelgiŽ blijft een voortrekkersrol spelen in de ondersteuning van humanitaire organisaties op het terrein. Niettegenstaande een tijdelijke verbetering is het belangrijk dat BelgiŽ,zo mogelijk, verder regelmatige hulp verleent om te voorkomen dat er weer hongersnood in het gebied komt.

Welke impact zal deze aankondiging hebben op de hulp van BelgiŽ aan de humanitaire organisaties in het gebied? Wat zijn de intenties van de minister? Zijn voorganger heeft aangekondigd dat aan het begin van het jaar een herevaluatie van de Belgische hulp nodig zou zijn, afhankelijk van de evaluatie van de noden op het terrein, en van de beschikbare middelen,Ö Hoever staat het?

Ik wens meer te weten over de veiligheid van het personeel dat voor humanitaire organisaties werkt. De islamisten in SomaliŽ hebben vaak bepaalde humanitaire organisaties bedreigd, onder meer de Voedsel- en Landbouw† organisatie, de FAO, voor een deel gefinancierd door ons land. Dit brengt de werking van die organisaties in gevaar en belet hen hun activiteiten uit te breiden in bepaalde gebieden van SomaliŽ. Over welke informatie beschikt u in dit verband? Welke richtlijnen krijgt het personeel om hun leven niet in gevaar te brengen? Een Belgische werknemer van Artsen Zonder Grenzen werd in december 2011 in Mogadishu vermoord. AZG wordt niet door de Belgische overheid gefinancierd, maar de veiligheid van de humanitaire medewerkers en coŲrdinatoren moet gewaarborgd worden.

Het ligt voor de hand dat dringende noodhulp op korte termijn moet kunnen worden verleend om personen in gevaar ter hulp komen en bij te staan. Nochtans moeten de oorzaken van de voedselonveiligheid worden aangepakt, zoals de stijging van de voedselprijzen, in het bijzonder van graan, om te vermijden dat er opnieuw hongersnood komt in dit gevoelige gebied van de wereld. Dit probleem zal alleen maar de ondervoeding doen toenemen. Ik moedig de Belgische ontwikkelingssamenwerking aan om plaatselijke infrastructuren op te richten voor het opslaan van basisvoedsel om zo beter te kunnen anticiperen op de volgende droogte. Ik vraag de minister de strijd aan te gaan tegen de schommelingen van de voedselprijzen.

Antwoord ontvangen op 25 mei 2012 :

1. De Belgische hulp berust op de analyse van de behoeften. Deze analyse vergelijkt de situatie in de verschillende crisissen en gebieden, en geeft aan waar wij een verschil kunnen uitmaken. Hoewel het stadium van ‘hongersnood’ officieel voorbij is, wordt de situatie in grote delen van de Hoorn van Afrika nog altijd omschreven als een ‘noodsituatie’.

Het grootste deel van deze steun wordt verleend in de vorm van flexibele financiering, die erin bestaat de nodige middelen te verlenen aan betrouwbare partners, op een neutrale manier en in het kader van een vooraf overeengekomen methodologie. Dit betekent dat een groot deel van de Belgische hulp aan crisissen kan worden besteed vanaf het moment dat deze erger worden. Aangezien de Belgische capaciteiten in de Hoorn van Afrika beperkt zijn, werken wij samen met partners die deze capaciteiten wel hebben.

2. In termen van langetermijncrisissen, werkt de administratie aan de ontwikkeling van een voorstel voor het verstrekken van flexibele fondsen aan diverse organisaties, en dit op basis van een analyse van de behoeften in de verschillende crisisgebieden en in de verschillende sectoren. Dit is gebaseerd op onafhankelijke analyses van ECHO, OCHA en het ICRK. Dit voorstel zou midden 2012 afgerond moeten zijn.

3. De veiligheid van de hulpverleners wordt inderdaad bedreigd door gewapende groepen in de regio. De meeste internationale organisaties werken in toenemende mate samen met lokale organisaties die zich tot het veldwerk verbinden. Die personen zijn nog minder zichtbaar, en des te vatbaarder voor geweld. Voor de controle van het werk worden alternatieve oplossingen geïntroduceerd, die de personeelsleden aanvullen met satellietsystemen of met mobiele netwerken. De Verenigde naties en grote Niet-gouvernementele organisaties (NGO)’s beschikken over hun eigen systeem van toezicht op de veiligheid in verschillende stadia. De ontwikkelingsgemeenschap heeft de afgelopen jaren erg geïnvesteerd in de ontwikkeling van veiligheidsprocedures en in de coördinatie van humanitaire hulp, om kwetsbare bevolkingsgroepen op een efficiënte en veilige manier te kunnen bereiken. De steun krijgen van de lokale bevolking en de tussenkomst van de leiders binnen de lokale gemeenschap voor en tijdens de levering van humanitaire goederen, zijn een voorbeeld van een bewezen methodologie om de veiligheid van humanitaire hulpverleners te garanderen. De veiligheid van de neutrale hulpverleners is essentieel om de humanitaire hulp volgens de regels te kunnen verlenen, en is voor ons van essentieel belang. In Somalië beschikken wij als land echter over onvoldoende hefbomen om dit op te leggen.

Een ander probleem is de toegang tot mensen in nood. We hebben hier vastgesteld dat de islamisten de neutraliteit van een aantal hulporganisaties niet erkennen, wat resulteert in de uitsluiting – in de meeste gevallen waarschijnlijk ten onrechte - van verschillende organisaties.