Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-566

van Karl Vanlouwe (N-VA) d.d. 16 december 2010

aan de minister van Justitie

Gerechtskosten - Telefonie - Onderhandelingen met de telecommunicatiebedrijven

strafprocedure
gerechtskosten
telefoon
communicatietarief
telefoon- en briefgeheim
provider

Chronologie

16/12/2010 Verzending vraag
24/11/2011 Herkwalificatie

Geherkwalificeerd als : vraag om uitleg 5-1521

Vraag nr. 5-566 d.d. 16 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit een studie van de Commissie voor de modernisering van de Rechterlijke Orde (CMRO) blijkt dat de gerechtskosten in strafzaken in 2009 opnieuw gestegen zijn. Zo werd in 2009 een bedrag van 94,3 miljoen euro uitbetaald. Een deel van de facturen uit 2009 werd zelfs niet betaald.

Deze kosten omvatten deurwaarderskosten, vertaalkosten, kosten van tolken en deskundigen en telefoniekosten. Dergelijke telefoniekosten omvatten de kosten die betaald worden aan de operatoren voor diverse tussenkomsten voor onder meer het aftappen van telefoonlijnen en mobiele telefoons, het opsporen van telefoonnummers, Ö

Uit de studie blijkt dat de telefoniekosten als onderdeel van alle gerechtskosten spectaculair gestegen zijn. De CMRO formuleerde dan ook concrete voorstellen. Zo wordt voorgesteld dat de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie opnieuw zou onderhandelen met de telecommunicatiebedrijven (Proximus, Base, Mobistar, Ö) over hun tarieven. In andere landen zouden deze kosten aanzienlijk lager zijn of moeten de operatoren deze kosten zelf dragen (bijvoorbeeld in Nederland en Frankrijk).

Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) heeft de telefoniekosten onderzocht en stelt dat "er ruimte is voor een vermindering van de bestaande vergoedingen: er is geen enkele reden om aan te nemen dat de operatoren niet allen dezelfde efficiŽntie kunnen realiseren". Ondanks het feit dat slecht een enkele operator voldoende becijferde gegevens heeft verleend, heeft "de door consultatie uitgevoerde oefening toegelaten een aantal inefficiŽnties aan het licht te brengen die zonder verwijl dienen opgelost te worden, te beginnen met de procedures".

Graag kreeg ik dan ook een antwoord op de volgende vragen:

1) Kan de minister een overzicht bezorgen van dit onderdeel van de gerechtskosten, voor het afluisteren van telefoons en mobiele telefoons en voor het opsporen van telefoonnummers vanaf 2007 tot en met 2010? Graag kreeg ik de kostprijs en het aantal keer dat men overging tot afluister- en opspoormethodes?

2) Kan hij de contracten tussen de FOD Justitie en de diverse telecommunicatiebedrijven bekend maken, meer bepaald de contractuele afspraken in verband met deze kosten?

3) Zijn er momenteel besprekingen aan de gang met de telecommunicatiebedrijven (Proximus, Base, Mobistar) over de tarieven die de FOD Justitie voor deze opdrachten is verschuldigd?

4) Waarom voorzien deze contracten niet in de verplichting van de telecommunicatieoperatoren om becijferde gegevens over hun activiteiten voor de FOD Justitie door te geven zodat hun prestaties naar behoren geŽvalueerd kunnen worden?