Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5548

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 8 februari 2012

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen - Treinpersoneel - Geweld - Evolutie - Analyse - Gevolgen - Maatregelen

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
reizigersvervoer
arbeidsongeschiktheid
officiŽle statistiek
lichamelijk geweld
geweld
vervoerspersoneel

Chronologie

8/2/2012Verzending vraag
29/8/2012Antwoord

Vraag nr. 5-5548 d.d. 8 februari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Regelmatig berichten de media over verbaal en fysiek geweld tegen het personeel van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS). Dat geweld geeft af en toe aanleiding tot spontane, onaangekondigde acties en het zit het personeel - overigens helemaal terecht - zeer hoog.

Hierover de volgende vragen:

1) Hoeveel gevallen van geweld tegen treinpersoneel werden jaarlijks genoteerd in de periode 2006-2011 (referentieperiode)? Hoe evalueert en duidt de minister de evolutie van die cijfers?

2) In hoeveel gevallen hiervan ging het over louter verbaal of ook fysiek geweld?

3) Zijn met betrekking tot die gewelddaden bepaalde oorzaken, aanleidingen of wetmatigheden vast te stellen: tijdstippen, lijnen, plaatsen enzovoort?

4) In hoeveel gevallen leidden de gewelddaden tot arbeidsongeschiktheid? Hoeveel dagen arbeidsongeschiktheid kunnen jaarlijks, voor dezelfde referentieperiode, rechtstreeks aan de gevolgen van gewelddaden worden gekoppeld?

5) In hoeveel gevallen gaven de gewelddaden aanleiding tot klachten en rechtszaken, en met welke gevolgen, en dit jaarlijks voor de referentieperiode?

6) Hebben de maatregelen die inmiddels zijn genomen om de veiligheid van het personeel te verhogen, een gunstig effect? Zo ja, welk, waarom en hoe? Zijn er maatregelen die meer of minder blijken te helpen?

Antwoord ontvangen op 29 augustus 2012 :

Ik heb de eer het geachte lid te verwijzen naar het antwoord medegedeeld op de interpellatie nr. 5 en de mondelinge vragen 8688, 8710, 8736, 8737 en 8802 in de commissie Infrastructuur van de Kamer van 25 januari 2012 (CRABV 53 COM 370 blz. 24 tot 32).