Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4627

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Justitie

Eigendommen in het buitenland - Opsporing - Samenwerking en akkoorden met andere landen

onroerend eigendom
belastingfraude
fraude
bilaterale overeenkomst
economisch delict
Polen
Verenigd Koninkrijk
Frankrijk
Nederland
uitwisseling van informatie

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
26/11/2012 Rappel
24/12/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-1398

Vraag nr. 5-4627 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het bezit van onroerende goederen in het buitenland speelt een belangrijke rol bij het al dan niet toekennen van allerlei sociale uitkeringen en het verlenen van zorg en bijstand. Ook in functie van een accurate bestrijding van fraude, belastingontduiking en witwasoperaties vormt een exacte kennis van buitenlandse bezittingen van verdachten een onontbeerlijke rol. Toch blijkt het in vele gevallen uiterst moeilijk tot zelfs onmogelijk om een juiste inschatting te kunnen maken van de buitenlandse bezittingen van landgenoten of belastingplichtigen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Met welke landen sloot BelgiŽ bilaterale akkoorden waarin vervat is dat informatieve vragen van Belgische overheden over de eigendom van onroerende goederen van landgenoten correct worden beantwoord? Hoe evalueert u de werking en de effecten van deze akkoorden (per land)?

2) Bestaan er hieromtrent multilaterale akkoorden, en zo ja welke en met welke effecten? Werd het probleem van informatie-uitwisseling over het bezit van onroerende goederen tussen verschillende Staten besproken op ministerraden van de Europese Unie (EU)? Zijn er andere fora waarop deze problematiek aan bod komt, zo ja welke en met welke effecten?

3) Geeft ons land dit soort informatie aan andere landen? Zo ja, onder welke voorwaarden, aan welke landen? Hoe frequent en van welke landen ontvangt ons land dergelijke vragen? Is een gerechtelijke procedure voorwaardelijk aan dergelijke informatieoverdracht? Bestaan er kadasters met weergave van de eigendommen van niet-landgenoten in ons land? Zo niet, zijn er plannen daartoe en hoe ver zijn deze gevorderd?

4) Bestaan er internationaal specifieke akkoorden in het kader van de strijd tegen fiscale of sociale fraude en de witte boordencriminaliteit? Zo ja, welke en met welke effecten?

5) Hoe beoordeelt u het voorstel dat elk EU-land een kadaster opmaakt met eigendommen van buitenlanders, mits officieel verzoek raadpleegbaar door andere EU-Staten? Bent u bereid dit op de EU-Ministerraad te lanceren? Zo niet, wat weerhoudt hem om dit voorstel te promoten?

Antwoord ontvangen op 24 december 2012 :

Het Centraal orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurd verklaring (COIV) is enkel bevoegd voor de internationale gerechtelijke samenwerking inzake de opsporing en identificatie van illegale vermogensbestanddelen in strafzaken (“asset tracing”). De administratieve bijstand tussen de fiscale en sociale administraties valt niet onder de bevoegdheid van het COIV. Het COIV is eveneens niet bevoegd voor de uitwisseling van informatie tussen de “financial intelligence units” (FIU) die belast zijn met de preventieve bestrijding van witwassen. Zo kan de Belgische FIU, de Cel voor Financiële Informatiewerking, informatie uitwisselen met haar buitenlandse tegenhangers.

België is partij bij diverse internationale verdragen die voorzien in informatie-uitwisseling in strafzaken die toelaat om illegale vermogensbestanddelen die vatbaar zijn voor inbeslagneming en verbeurdverklaring op te sporen en te identificeren. Het betreft enerzijds procedures waarbij België informatie kan uitwisselen over goederen die zijn verkregen uit het plegen van misdrijven of witgewassen illegale vermogensbestanddelen en anderzijds het op spontane wijze meedelen van informatie aan een andere land wanneer dit van nut kan zijn voor een intern onderzoek in de ontvangende Staat.

Het betreft onder meer de volgende verdragen:

Verenigde Naties.

Raad van Europa.

Europese Unie.

Het COIV is aangeduid als het “bureau voor de ontneming van vermogensbestanddelen” (“asset recovery office”) voor België in de zin van het EU-besluit 2007/845/JBZ van 6 december 2007 betreffende de samenwerking tussen de nationale bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen op het gebied van de opsporing en de identificatie van opbrengsten van misdrijven of andere vermogensbestanddelen die hun oorsprong vinden in misdrijven. Dit besluit voorziet in de uitwisseling van informatie tussen de diverse nationale bureaus van de lidstaten, zowel spontaan als op verzoek. De uitwisseling verloopt volgens de procedures voorzien door het kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, dat tot op heden nog niet is omgezet in het Belgisch recht.

Naast voormelde multilaterale overeenkomsten voorzien diverse bilaterale overeenkomsten betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken in de uitwisseling van informatie i.v.m. lokalisatie van illegale vermogens.