Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4504

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de staatssecretaris voor Asiel, Immigratie en Maatschappelijke Integratie, toegevoegd aan de minister van Justitie

Migratie - Gezinshereniging - Vrouwen - Kinderen - Achterlating in land van oorsprong - Cijfers - Maatregelen

familiemigratie
migrantenkind
migrerende vrouw
echtscheiding
Marokko

Chronologie

28/12/2011Verzending vraag
2/4/2012Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-4502
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-4503

Vraag nr. 5-4504 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Naar aanleiding van een artikel in de Nederlandse pers, op basis van cijfers van de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Naderland (MVVN) en de Stichting Steun Remigranten (SSR) blijkt dat zich elk jaar ongeveer tachtig vrouwen melden die tegen hun wil, zonder paspoort of verblijfsvergunning, vanuit Nederland in Marokko zijn gedumpt. Daarnaast zijn ook meer dan honderd kinderen hiervan het slachtoffer, en waarschijnlijk gaat het om grotere aantallen, gezien slechts een klein deel aangifte doet. Voor deze vrouwen is het onmogelijk om, noch bij de Marokkaanse, noch bij de Nederlandse politie een aangifte voor 'achterlating' te doen. De vrouwen werden naar Nederland gehaald in het kader van gezinshereniging, en kregen een verblijfsvergunning die samenhangt met hun huwelijk. Nadat hun huwelijk is gestrand, worden de vrouwen achtergelaten.

In dit kader had ik graag volgende vragen voorgelegd aan de geachte ministers en staatsecretaris:

1) Hoe reageert u op het bericht in de Nederlandse pers 'Veel vrouwen gedumpt in Marokko'?

2) Kent men in BelgiŽ gelijkaardige problemen wat achterlating betreft in het land van oorsprong, en kan u dit uitvoerig toelichten welke concrete stappen zullen worden ondernomen om inzake deze problematiek? Hoe zit het met de preventie?

3) Kan u cijfermatig toelichten hoeveel vrouwen jaarlijks vanuit BelgiŽ in Marokko worden achtergelaten? Hoe groot is dit probleem volgens dergelijke schatting?

4) Bent u zich ervan bewust van de kans dat dit probleem zich niet enkel beperkt tot Marokkaanse vrouwen, maar ook bij andere minderheidsgroepen (Pakistan, Irak, Iran,..)? Is dit nu reeds het geval en heeft ons land hieromtrent reeds klachten ontvangen?

5) Hoe evalueert u het feit dat ook minderjarigen aan hun lot worden overgelaten? Kan u uitvoerig toelichten wat de juridische mogelijkheden zijn om ouders te vervolgen vanwege kindermishandeling?

Antwoord ontvangen op 2 april 2012 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

1., 2., 3. en 4. De aangehaalde problematiek behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken.

Mijn administratie heeft weinig kennis van dergelijke situaties. In het geval dat een vrouw wordt achtergelaten door haar man in het land van oorsprong, kan zij steeds een aanvraag indienen bij de Belgische diplomatieke vertegenwoordiging met het oog op het bekomen van een terugkeervisum naar België. Maar de reden voor dergelijke aanvraag wordt niet altijd opgegeven. Het komt voor dat de vrouw het “verlies van documenten” aangeeft in plaats van “achterlating door echtgenoot”. De Dienst Vreemdelingenzaken beschikt bijgevolg niet over volledige en nauwkeurige statistieken met betrekking tot dit fenomeen. In 2011, hebben slechts drie Marokkaanse vrouwen als reden voor de visumaanvraag, “achterlating door echtgenoot” opgegeven. Het reële cijfer zal wellicht hoger liggen. Het fenomeen betreft vooral culturen waar de man kan beslissen voor de vrouw en waar zij een ondergeschikte rol inneemt (onder andere Pakistan).

Vaak echter wordt een ander middel door een man gehanteerd om te verhinderen dat zijn vrouw kan terugkeren naar België, namelijk, hij verzoekt de gemeente om haar ambtelijke af te voeren omdat zij de echtelijke woning zou verlaten hebben. De gemeente kan in principe de afvoering niet baseren op de verklaring van een derde en moet effectief een onderzoek (zelfs proactief) instellen overeenkomstig het Artikel 8 van het Koninklijk besluit (KB) betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister van 16 juli 1992. Het komt ook voor dat de man van de tijdelijke afwezigheid (van minder dan drie maanden) van zijn vrouw, gebruik maakt om haar definitief vertrek uit de echtelijke woning of naar het buitenland aan te kondigen.

Deze praktijk komt meer voor dan het inhouden van de papieren tijdens een reis naar het thuisland.

Het is wel zo dat de vrouw niet altijd als slachtoffer dient te worden beschouwd in deze situatie. Soms wordt opgemerkt dat de vrouw, de samenwoning of het huwelijk alleen heeft afgesloten om verblijfspapieren te bekomen en een relatie met een andere man onderhoudt. In dit geval, gebeurt het dat de man een echtscheidingsprocedure opstart maar ondertussen probeert om de terugkeer van zijn vrouw naar België op alle mogelijke manieren te verhinderen tot het definitieve vonnis.

5. Met betrekking tot bijvoorbeeld de Marokkaanse minderjarigen stelt de Dienst Vreemdelingenzaken vast dat er op zijn minst twee totaal verschillende soorten migratie van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) naar België zijn.

In de eerste plaats stellen mijn diensten vast dat ouders van Marokkaanse afkomst met hun minderjarige kinderen naar België reizen, om hun familie in België op basis van een visum kort verblijf te bezoeken. Bij deze gelegenheid, en omwille van de verschillende redenen die door hen genoemd worden, zoals de betere kwaliteit van het onderwijs of de medische zorgen, of een kefala waarvoor geen machtiging werd verleend, of het eenvoudige feit dat het kind zegt dat hij niet wil terugkeren met zijn ouders, enz., wordt het kind in België achtergelaten bij leden van zijn uitgebreide familie die legaal in België verblijven.

In bepaalde gevallen worden de jongeren ook aan hun lot overgelaten en moeten ze, ofwel rechtstreeks, ofwel na conflicten met hun uitgebreide familie, in opvangcentra worden opgevangen.

Bij andere Marokkaanse NBMV, die talrijker zijn, is het profiel anders. Het gaat volgens hun verklaringen om straatkinderen die de gezinswoning omwille van slechte levensomstandigheden of familiale conflicten min of meer achtergelaten hebben, om op de straat te overleven. Ze dromen van een beter leven in het Westen maar ze hebben een verkeerd beeld van de realiteit (ter plaatse moet men naar school gaan, moet men werken, een taal leren, zich houden aan de regels voor het groepsleven in de opvangcentra; allemaal zaken waarop hun verleden hen niet voorbereid heeft). Ze hebben vaak al een bewogen verleden achter de rug. Ze hebben geprobeerd om Europa op illegale wijze te bereiken en zijn daar ook in geslaagd. Vaak hebben ze al in andere landen, zoals Spanje, verbleven. Jammer genoeg zijn ze geknipte doelwitten voor uitbuiting door weinig scrupuleuze volwassenen die hen voor verschillende vormen van smokkel (bijvoorbeeld drugssmokkel) gebruiken.

In beide gevallen wordt vastgesteld dat de ouders wel degelijk aanwezig zijn in het land van herkomst, door middel van de inlichtingen die door de minderjarige zelf verstrekt worden en na de verificaties die via de Belgische diplomatieke posten in Marokko worden uitgevoerd om de ouders te contacteren .Een gezinshereniging in het belang van de minderjarige vindt echter zelden plaats, aangezien bij de partijen (kinderen en/of ouders) de wil ontbreekt om elkaar terug te vinden.

De Dienst Vreemdelingenzaken is vragende partij om in samenwerking met andere Europese landen die met hetzelfde probleem geconfronteerd worden en in samenwerking met de Marokkaanse overheden een opvangcentrum voor jongeren in Marokko op te richten. Dit centrum zou het mogelijk maken om de NBMV in eerste instantie op te vangen en om contact op te nemen met de familie ter plaatse teneinde de gezinshereniging plaats te laten vinden.

De vraag over de juridische mogelijkheden om ouders te vervolgen wegens kindermishandeling, behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Justitie.