Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3809

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 28 november 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Financiėn en Institutionele Hervormingen

BTW-wetgeving - Verlaagd tarief - Sauna's - Interpretatie

BTW-tarief
sanitaire installatie
verbetering van woningen

Chronologie

28/11/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4971

Vraag nr. 5-3809 d.d. 28 november 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De btw-wetgeving voorziet, onder bepaalde voorwaarden, in een verlaagd tarief van 6 % voor verbouwings- en/of uitbreidingswerken aan bestaande woningen.

Van dit verlaagd tarief zijn uitdrukkelijk uitgesloten de werken in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van sauna's.

De wettekst beperkt de uitsluiting van het verlaagd tarief letterlijk tot de bestanddelen van de sauna. De bestanddelen van een sauna zijn in de regel duidelijk identificeerbaar (saunacabine, eventueel elektrische saunakachel), het geheel betreft een aparte installatie die in een woning wordt geplaatst.

Nochtans kan zich een interpretatieprobleem stellen indien de sauna geļnstalleerd wordt in een net voltooide uitbreiding van een bestaande woning:

1) Kan de geachte minister bevestigen dat, vooropgesteld dat aan alle basisvoorwaarden van het 6 %-tarief is voldaan, de toepassing van het normaal tarief effectief beperkt moet blijven tot de bestanddelen zelf van de sauna (en met andere woorden dus niet toegepast wordt op de bestanddelen van de ruwbouw van het uitgebreide deel van de woning)? Immers, de ruwbouw van de woning behoort duidelijk niet tot de bestanddelen van de sauna.

2) Indien de geachte minister toch van mening zou zijn dat het normaal tarief tevens van toepassing is op de uitbreidingswerken van de woning, kan hij dan duidelijk motiveren wat daar de reden van is en hoe dit in overeenstemming gebracht wordt met de nochtans duidelijke bewoordingen van rubriek XXXI, §4, 2° van bijlage A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970. Leidt dit dan niet tot ongelijke behandeling van in wezen gelijkaardige situaties (bijvoorbeeld: indien een bouwheer zijn woning uitbreidt en pas na geruime tijd beslist om in het uitgebreide gedeelte een sauna te laten installeren)?