Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3021

van Frank Boogaerts (N-VA) d.d. 29 augustus 2011

aan de minister van Justitie

E-mail - Valse berichten - Computercriminaliteit - Klachten - Gerechtelijke gevolgen

elektronische post
computercriminaliteit
computervirus
gerechtelijke vervolging
officiŽle statistiek

Chronologie

29/8/2011 Verzending vraag
29/11/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-3021 d.d. 29 augustus 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Regelmatig ontvangen wij e-mailberichten van oneerbare lieden of organisaties die meestal te maken hebben met financiŽle aangelegenheden of met computerkwesties en-virussen , en dit vanuit verschillende landen over de ganse wereld.

In het recente verleden werden er verschillende berichten verspreid vanuit Canada dit maal, dat de VISA-kaart zou opgeheven zijn ("suspendu") en dat men dringend contact moet nemen met deze mensen.

Ook recent werden er mails verzonden over een nieuw computervirus dat verspreid zou worden, en als afzender werd het Gerechtshof van Gent vermeld. Wanneer met hierop een antwoord gaf, bleek dat dit adres onbekend is ("mail failure"). Zeker wat dit laatste betreft is dit toch wel een zeer ernstig gegeven dat heel wat verwarring kan zaaien bij de bevolking, want wie heeft er geen vertrouwen in waarschuwingen uitgaande van het gerecht?

Het is niet de eerste maal dat de vraag wordt gesteld en de situatie is ook complex, maar ik wens hiermee nogmaals te wijzen op de ernst van deze aangelegenheid en aan te dringen op maatregelen om deze praktijken te stoppen, en de malafide personen en bedrijven die zich hieraan bezondigen te straffen.

Uit recente cijfers van de Federal Computer Crime Unit (FCCU) zou blijken dat er jaarlijks meer dan 9 500 Belgen het slachtoffer zijn van informaticabedrog in de brede zin van het woord. Vele van deze gevallen van informaticabedrog zouden echter geseponeerd worden.

Omwille van deze redenen zou ik dan ook van de geachte minister volgende informatie willen bekomen:

1) Hoeveel klachten voor computercriminaliteit zijn er jaarlijks? Graag een opdeling per vorm van informaticabedrog.

2) Hoeveel opsporingsonderzoeken naar computercriminaliteit vinden jaarlijks plaats?

3) Hoeveel gerechtelijke onderzoeken naar computercriminaliteit vinden jaarlijks plaats?

4) In hoeveel gevallen leiden deze onderzoeken tot een veroordeling door de rechter en in hoeveel gevallen beslist de rechter tot de vrijspraak?

Graag per gerechtelijk arrondissement de cijfers van de laatste drie jaar die beschikbaar zijn.

Antwoord ontvangen op 29 november 2011 :

De gegevensbank van het College van Procureurs-generaal laat toe om elementen van antwoord te verstrekken op de verschillende deelvragen aangehaald in deze parlementaire vraag. De selectie van de betreffende zaken zal gebeuren op basis van volgende tenlasteleggingscodes die gehanteerd wordt door de correctionele parketten :

20I: Computermisdrijven

20J: Informaticabedrog, waaronder bijvoorbeeld gebruik gestolen kredietkaarten (artikel 504 quater Sw.)

20K: Ongeoorloofde toegang tot informaticasystemen, waaronder bijvoorbeeld hacking ( artikel 550 bis Sw.)

20L: Data- en informaticasabotage, waaronder bijvoorbeeld schadelijke gegevens ( artikel 550 ter Sw.)

21C: Valsheid in informatica, waaronder bijvoorbeeld namaking van kredietkaarten ( artikel 210 bis Sw.)

Hierbij dient opgemerkt te worden dat zaken die worden geregistreerd onder de tenlasteleggingscode 20D (oplichting) niet worden meegeteld. Wellicht zal een deel van deze oplichtingszaken zich ook via internet of e-mail hebben voorgedaan. In theorie kunnen deze zaken onderscheiden worden op basis van een registratie “internet” in het daartoe voorziene contextveld in het REA/TPI-systeem van de correctionele parketten. In de praktijk blijkt de toepassing van dit specifieke contextveld echter weinig betrouwbaar. Daarom wordt geopteerd om deze zaken niet mee te tellen, wat tot een onderschatting van het reële aantal inbreuken met betrekking tot computercriminaliteit zal leiden.

De statistisch analisten kunnen het aantal zaken berekenen met de bovenvermelde tenlasteleggingscodes dat in de loop van de jaren 2008, 2009 en 2010 op de correctionele parketten werd geregistreerd. Bovendien kan ook de vooruitgangsstaat van deze zaken op 10 juli 2011 worden gegeven, alsook het motief van zondergevolgstelling voor de geseponeerde zaken en de inhoud van het vonnis (veroordeling, vrijspraak, enz.) voor de reeds gevonniste zaken. De cijfers zullen opgesplitst worden per gerechtelijk arrondissement

  1. Samenvatting

Het aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit dat op de correctionele parketten wordt geopend is tussen 2008 en 2010 gestegen van 10 285 naar 17 637 zaken. Dit komt overeen met een groei van 71 %. Op 10 juli 2011 was 71 % van deze zaken zonder gevolg gesteld. Dit gebeurde wel bijna steeds omwille van technische motieven waarbij een strafrechtelijke vervolging niet mogelijk is, doorgaans omdat er geen gekende dader was of omdat er onvoldoende bewijzen zijn. In 8 % van de geseponeerde zaken was er sprake van te weinig recherchecapaciteit. Van de verdachten in deze zaken die uiteindelijk worden gevonnist door de correctionele rechtbank, wordt 87 % veroordeeld. Minder dan 3 % wordt vrijgesproken.

  1. Algemene opmerkingen

  1. De gepresenteerde cijfers zijn afkomstig uit de centrale databank van de statistisch analisten van het Openbaar Ministerie. Deze databank is gebaseerd op de registraties van de correctionele afdelingen van de parketten en van de griffies bij de rechtbanken van eerste aanleg in het geïnformatiseerd systeem REA/TPI

  2. De meest recente gegevensextractie van de databank dateert van 10 juli 2011. De gerapporteerde gegevens betreffen dus de stand van de dossiers op deze extractiedatum. Bijgevolg dient men bij de interpretatie steeds voor ogen te houden dat een dossier intussen verder geëvolueerd kan zijn.

  3. Van de 27 parketten/griffies in ons land zijn er 26 die de correctionele zaken registreren in het geïnformatiseerd systeem REA/TPI. Enkel het parket van Eupen registreert geen gegevens in dit systeem, bij gebrek aan een Duitstalige versie. Naast deze 26 gerechtelijke arrondissementen werd ook het federaal parket opgenomen in de analyse.

  4. De hier behandelde gegevens betreffen enkel correctionele inbreuken die gepleegd werden door meerderjarige personen. Inbreuken toegeschreven aan minderjarigen worden behandeld door de afdeling “jeugd” van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg, waarover de statistisch analisten geen exploiteerbare gegevens hebben.

  5. Het REA/TPI-systeem vereist in elke zaak de registratie van een voornaamste tenlastelegging en eventueel één of meerdere bijkomende tenlasteleggingen. De gepresenteerde cijfergegevens betreffen zaken geselecteerd op basis van volgende voornaamste of bijkomende tenlasteleggingscodes:

  1. De teleenheid in tabellen 1 tot en met 6 is een zaak. Een zaak kan betrekking hebben op meerdere verdachten en/of meerdere inbreuken. Indien in een zaak meerdere tenlasteleggingscodes zijn geregistreerd, wordt de zaak slechts één maal geteld, en dit op basis van de voornaamste van de geselecteerde tenlasteleggingen binnen de zaak.

De teleenheid in tabellen 7 en 8 is een verdachte. Een zelfde verdachte die in meerdere zaken is betrokken, wordt even veel keer geteld

  1. Cijfergegevens

Tabel 1 toont het aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen op de correctionele parketten van België tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010. De gegevens zijn opgesplitst per gerechtelijk arrondissement en naargelang het jaar van binnenkomst van de zaken op het parket. De kolompercentages geven voor elk jaartal de verhouding tussen de verschillende arrondissementen weer.

Men dient er rekening mee te houden dat sommige informaticamisdrijven niet in de statistieken voorkomen omdat er bijvoorbeeld een ander primair misdrijf in de zaak is (bijvoorbeeld diefstal) waardoor het informatica-aspect niet in het REA-systeem wordt geregistreerd, of omdat nieuwe feiten vaak in gegroepeerde aanvankelijke processen-verbaal worden gegoten indien een onderzoek werd opgestart (bijvoorbeeld één aanvankelijk proces-verbaal met opgave van 15 nieuwe feiten van bankkaartfraude) waardoor een onderschatting van het crimineel fenomeen computercriminaliteit ontstaat. Het dient dus benadrukt dat de cijfergegevens in tabel 1 enkel een beeld geven van het aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit dat volgens de registraties in het REA-systeem door de correctionele parketten wordt behandeld, en dus geen indicatie zijn van de omvang van dit crimineel fenomeen.

Tabel 1: Aantal zaken m.b.t. computercriminaliteit binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010. Gegevens opgesplitst per gerechtelijk arrondissement en naargelang het jaar van binnenkomst van de zaken op het parket (n & kolom %).


2008

2009

2010

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

ANTWERPEN

ANTWERPEN

787

7,65

1 283

9,83

1 882

10,67

3.952

9,65

MECHELEN

268

2,61

370

2,83

318

1,80

956

2,33

TURNHOUT

202

1,96

223

1,71

252

1,43

677

1,65

HASSELT

206

2,00

255

1,95

352

2,00

813

1,98

TONGEREN

194

1,89

227

1,74

241

1,37

662

1,62

BERGEN

CHARLEROI

1 545

15,02

1 502

11,51

1 855

10,52

4 902

11,96

BERGEN

566

5,50

764

5,85

911

5,17

2.241

5,47

DOORNIK

224

2,18

311

2,38

357

2,02

892

2,18

BRUSSEL

BRUSSEL

2 273

22,10

2 772

21,24

4 639

26,30

9 684

23,63

LEUVEN

202

1,96

216

1,65

504

2,86

922

2,25

NIJVEL

396

3,85

653

5,00

842

4,77

1.891

4,62

GENT

GENT

210

2,04

266

2,04

586

3,32

1.062

2,59

DENDERMONDE

367

3,57

447

3,42

382

2,17

1.196

2,92

OUDENAARDE

103

1,00

53

0,41

63

0,36

219

0,53

BRUGGE

377

3,67

521

3,99

690

3,91

1.588

3,88

KORTRIJK

252

2,45

298

2,28

353

2,00

903

2,20

IEPER

71

0,69

101

0,77

44

0,25

216

0,53

VEURNE

84

0,82

67

0,51

54

0,31

205

0,50

LUIK

LUIK

826

8,03

1.070

8,20

1.183

6,71

3.079

7,51

HOEI

75

0,73

132

1,01

157

0,89

364

0,89

VERVIERS

135

1,31

123

0,94

142

0,81

400

0,98

NAMEN

455

4,42

846

6,48

869

4,93

2.170

5,30

DINANT

254

2,47

315

2,41

602

3,41

1.171

2,86

AARLEN

27

0,26

54

0,41

102

0,58

183

0,45

NEUFCHATEAU

53

0,52

35

0,27

48

0,27

136

0,33

MARCHE-EN-FAMENNE

55

0,53

97

0,74

199

1,13

351

0,86

FEDERAAL PARKET

FEDERAAL PARKET

78

0,76

51

0,39

10

0,06

139

0,34

BELGIE

10 285

100,00

13 052

100,00

17.637

100,00

40 974

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

Uit tabel 1 blijkt een duidelijke toename van het aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit. In 2008 ging het nog om 10 285 zaken. In 2010 is dit gestegen tot 17 637 zaken. Dit komt overeen met een toename van 71,48 %. Het arrondissement Brussel is bij uitstek het arrondissement met het hoogste aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit, gevolgd door de arrondissementen Charleroi, Antwerpen en Luik. Tenslotte vermelden we nog dat het parket van Veurne in het kader van een provinciaal samenwerkingsverband sinds 1 november 2010 instaat voor de behandeling van alle dossiers met tenlasteleggingscodes 20K en 20L binnen de provincie West-Vlaanderen.

In tabel 2 wordt het aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen tussen 2008 en 2010 opgesplitst per tenlasteleggingscode en naargelang het jaar van binnenkomst van de zaken. De kolompercentages presenteren voor elk jaartal de verhouding tussen de verschillende tenlasteleggingscodes.

Tabel 2: Aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010. Gegevens opgesplitst per tenlasteleggingscode en naargelang het jaar van binnenkomst van de zaken op het parket (n & kolom %).


2008

2009

2010

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

20I - Computermisdrijven

651

6,33

706

5,41

959

5,44

2 316

5,65

20J - Informaticabedrog

9 077

88,25

11 651

89,27

15 886

90,07

36 614

89,36

20K - Ongeoorloofde toegang tot informaticasystemen

187

1,82

242

1,85

267

1,51

696

1,70

20L - Data- of informaticasabotage

31

0,30

55

0,42

57

0,32

143

0,35

21C - Valsheid in informatica

339

3,30

398

3,05

468

2,65

1 205

2,94

TOTAAL

10 285

100,00

13 052

100,00

17 637

100,00

40 974

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

Het gros van de zaken (89,36 %) met betrekking tot computercriminaliteit valt onder de tenlasteleggingscode 20J (informaticabedrog). Verder kan uit tabel 2 afgeleid worden dat de toename van het aantal zaken tussen 2008 en 2010 zich bij alle tenlasteleggingscodes met betrekking tot computercriminaliteit voordoet.

Tabel 3 op de volgende bladzijde toont de vooruitgangsstaat op 10 juli 2011 van de zaken m.b.t. informaticacriminaliteit binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010. De gegevens zijn opgesplitst per gerechtelijk arrondissement. De rijpercentages geven voor elk arrondissement de verhouding tussen de verschillende vooruitgangsstaten weer. Verdere uitleg bij elk van de vooruitgangsstaten is te vinden in de bijlage op het einde van dit document.

Indien een zaak door het parket werd gevoegd bij een andere zaak, is in tabel 3 de vooruitgangsstaat van deze zogenaamde moederzaak in rekening genomen. Als bijvoorbeeld een zaak gevoegd is aan een moederzaak die werd gedagvaard voor de correctionele rechtbank, is deze zaak in de tabellen geteld in de rubriek dagvaarding & verder.

Voor een correcte interpretatie van tabel 3 dient men zich ervan bewust te zijn dat het hier gaat om een momentopname op 10 juli 2011. Naarmate de dossiers in de toekomst naar een verdere vooruitgangsstaat evolueren zullen de aantallen en de percentages in de tabel nog wijzigen. In het bijzonder dient men rekening te houden met verschillen tussen de arrondissementen wat betreft het aantal zaken dat op de extractiedatum nog in vooronderzoek of gerechtelijk onderzoek stond. Het percentage zaken in vooronderzoek varieert van 0,25 % in Verviers tot 14,46 % in Bergen. Het percentage zaken in gerechtelijk onderzoek varieert van 0,22 % in Doornik tot 11,10 % in Dinant. Deze variaties hebben een impact op de percentages van de overige vooruitgangsstaten. In die zin is het bijvoorbeeld logisch dat in arrondissementen waar er nog een relatief hoog percentage zaken in vooronderzoek of in gerechtelijk onderzoek zijn, het percentage van de rubriek “dagvaarding & verder” doorgaans relatief laag is.

Uit tabel 3 blijkt dat globaal genomen reeds 7,28 % van de zaken met betrekking tot computercriminaliteit werden gedagvaard voor de correctionele rechtbank, terwijl 71,49 % van de zaken zonder gevolg werden gesteld. In tabellen 5 en 6 (vanaf pagina 7) gaan we nader in op de motieven tot zondergevolgstelling voor deze zaken.

Tabel 3: Aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010. Gegevens opgesplitst per gerechtelijk arrondissement en naargelang de vooruitgangsstaat van de zaken op 10 juli 2011 (n & rij %).


vooronderzoek

zonder gevolg

ter beschikking

minnelijke schikking

bemiddeling in SZ

onderzoek

raadkamer

dagvaarding & verder

onbekend/error

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

ANTWERPEN

ANTWERPEN

182

4,61

3 091

78,21

207

5,24

6

0,15

8

0,20

55

1,39

43

1,09

360

9,11

.

.

3 952

100,00

MECHELEN

21

2,20

583

60,98

255

26,67

.

.

1

0,10

6

0,63

13

1,36

75

7,85

2

0,21

956

100,00

TURNHOUT

42

6,20

458

67,65

107

15,81

2

0,30

1

0,15

12

1,77

4

0,59

51

7,53

.

.

677

100,00

HASSELT

14

1,72

604

74,29

144

17,71

1

0,12

1

0,12

14

1,72

5

0,62

30

3,69

.

.

813

100,00

TONGEREN

22

3,32

397

59,97

145

21,90

20

3,02

27

4,08

3

0,45

4

0,60

44

6,65

.

.

662

100,00

BERGEN

CHARLEROI

371

7,57

3 538

72,17

457

9,32

.

.

89

1,82

16

0,33

22

0,45

409

8,34

.

.

4 902

100,00

BERGEN

324

14,46

1 559

69,57

166

7,41

.

.

5

0,22

30

1,34

7

0,31

149

6,65

1

0,04

2 241

100,00

DOORNIK

91

10,20

681

76,35

76

8,52

1

0,11

.

.

2

0,22

1

0,11

40

4,48

.

.

892

100,00

BRUSSEL

BRUSSEL

363

3,75

7 993

82,54

715

7,38

5

0,05

12

0,12

165

1,70

62

0,64

366

3,78

3

0,03

9 684

100,00

LEUVEN

46

4,99

577

62,58

228

24,73

5

0,54

9

0,98

12

1,30

4

0,43

41

4,45

.

.

922

100,00

NIJVEL

40

2,12

1 233

65,20

416

22,00

1

0,05

3

0,16

6

0,32

5

0,26

178

9,41

9

0,48

1 891

100,00

GENT

GENT

44

4,14

744

70,06

149

14,03

1

0,09

6

0,56

9

0,85

14

1,32

95

8,95

.

.

1 062

100,00

DENDERMONDE

57

4,77

626

52,34

168

14,05

7

0,59

6

0,50

16

1,34

9

0,75

307

25,67

.

.

1 196

100,00

OUDENAARDE

13

5,94

124

56,62

54

24,66

1

0,46

1

0,46

8

3,65

12

5,48

6

2,74

.

.

219

100,00

BRUGGE

91

5,73

972

61,21

325

20,47

1

0,06

3

0,19

4

0,25

9

0,57

182

11,46

1

0,06

1 588

100,00

KORTRIJK

28

3,10

563

62,35

179

19,82

2

0,22

3

0,33

14

1,55

13

1,44

101

11,18

.

.

903

100,00

IEPER

13

6,02

129

59,72

50

23,15

1

0,46

.

.

.

.

1

0,46

22

10,19

.

.

216

100,00

VEURNE

4

1,95

109

53,17

54

26,34

.

.

2

0,98

11

5,37

1

0,49

24

11,71

.

.

205

100,00

LUIK

LUIK

225

7,31

2 313

75,12

287

9,32

5

0,16

13

0,42

64

2,08

43

1,40

123

3,99

6

0,19

3 079

100,00

HOEI

15

4,12

242

66,48

75

20,60

.

.

2

0,55

1

0,27

6

1,65

23

6,32

.

.

364

100,00

VERVIERS

1

0,25

308

77,00

60

15,00

2

0,50

4

1,00

7

1,75

1

0,25

17

4,25

.

.

400

100,00

NAMEN

223

10,28

1 373

63,27

261

12,03

.

.

38

1,75

140

6,45

.

.

133

6,13

2

0,09

2 170

100,00

DINANT

52

4,44

623

53,20

247

21,09

.

.

25

2,13

130

11,10

7

0,60

87

7,43

.

.

1 171

100,00

AARLEN

26

14,21

133

72,68

11

6,01

.

.

1

0,55

7

3,83

3

1,64

2

1,09

.

.

183

100,00

NEUFCHATEAU

4

2,94

102

75,00

21

15,44

.

.

2

1,47

.

.

.

.

7

5,15

.

.

136

100,00

MARCHE-EN-FAMENNE

41

11,68

181

51,57

79

22,51

.

.

2

0,57

3

0,85

1

0,28

44

12,54

.

.

351

100,00

FEDERAAL PARKET

FEDERAAL PARKET

10

7,19

35

25,18

15

10,79

.

.

.

.

3

2,16

10

7,19

66

47,48

.

.

139

100,00

BELGIE

2 363

5,77

29 291

71,49

4 951

12,08

61

0,15

264

0,64

738

1,80

300

0,73

2.982

7,28

24

0,06

40 974

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

In tabel 4 wordt de vooruitgangsstaat op 10 juli 2011 van de zaken met betrekking tot informaticacriminaliteit uitgesplitst per tenlasteleggingscode. De kolompercentages geven per tenlastelegging de verhouding tussen de verschillende vooruitgangsstaten weer.

Tabel 4: Aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010. Gegevens opgesplitst per tenlasteleggingscode en naargelang de vooruitgangsstaat van de zaken op 10 juli 2011 (n & kolom %).


20I –

Computer-misdrijven

20J – Informatica-bedrog

20K - Ongeoorloofde toegang tot informatica-systemen

20L - Data- of informatica-sabotage

21C - Valsheid in informatica

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

vooronderzoek

145

6,26

2 090

5,71

45

6,47

14

9,79

69

5,73

2 363

5,77

zonder gevolg

1.573

67,92

26 266

71,74

476

68,39

109

76,22

867

71,95

29 291

71,49

ter beschikking

353

15,24

4 417

12,06

72

10,34

8

5,59

101

8,38

4 951

12,08

minnelijke schikking

5

0,22

44

0,12

9

1,29

1

0,70

2

0,17

61

0,15

bemiddeling in SZ

8

0,35

243

0,66

2

0,29

2

1,40

9

0,75

264

0,64

onderzoek

43

1,86

615

1,68

18

2,59

4

2,80

58

4,81

738

1,80

raadkamer

32

1,38

226

0,62

24

3,45

3

2,10

15

1,24

300

0,73

dagvaarding & verder

157

6,78

2 689

7,34

50

7,18

2

1,40

84

6,97

2 982

7,28

onbekend/error

.

.

24

0,07

.

.

.

.

.

.

24

0,06

TOTAAL

2 316

100,00

36 614

100,00

696

100,00

143

100,00

1.205

100,00

40 974

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

Het percentage zaken in de rubriek “dagvaarding & verder” bedraagt voor alle tenlasteleggingen ongeveer 7 %, behalve voor tenlasteleggingscode 20L (data- of informaticasabotage), waar dit percentage slechts 1,40 % bedraagt. Voor deze tenlasteleggingscode zijn er weliswaar nog 9,79 % zaken in vooronderzoek en 2,80 % in gerechtelijk onderzoek. Het percentage zondergevolgstellingen varieert van 67,92 % (voor tenlasteleggingscode 20I – computermisdrijven) tot 76,22 % (voor tenlasteleggingscode 20L – data- of informaticasabotage).

Tabellen 5 en 6 tonen de motieven tot zondergevolgstelling voor de 29 291 zaken uit de rubriek “zonder gevolg” van tabellen 3 en 4. De wet legt aan de procureur des Konings de verplichting op om zijn beslissing tot zondergevolgstelling te motiveren1. De parketten beschikken daartoe over een uniforme lijst van motieven2. De motieven van seponering worden onderverdeeld in technische motieven tot zondergevolgstelling waarbij geen strafrechtelijke vervolging mogelijk is (bijvoorbeeld wegens dader onbekend of onvoldoende bewijzen), en opportuniteitsmotieven waarbij vervolging wel mogelijk is maar niet opportuun wordt geacht. Daarnaast is er nog een restcategorie waarin onder andere zondergevolgstellingen na het betalen van een administratieve geldboete of na een pretoriaanse probatie in ondergebracht worden.

In tabel 5 worden de gegevens opgesplitst per gerechtelijk arrondissement en naargelang het gaat om een technisch motief, een opportuniteitsmotief of een ander motief. De rijpercentages geven voor elk arrondissement de verhouding aan tussen de verschillende types motieven.

Tabel 5: Aantal zaken m.b.t. computercriminaliteit binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010, dat op 10 juli 2011 zonder gevolg gesteld was. Gegevens opgesplitst per gerechtelijk arrondissement en naargelang het motief van zondergevolgstelling (n & rij%).


Sepot van technische aard

Sepot om opportuniteits-redenen

Andere richtinggevende beslissingen

Onbekend/error

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

ANTWERPEN

ANTWERPEN

2 837

91,78

171

5,53

83

2,69

.

.

3.091

100,00

MECHELEN

475

81,48

101

17,32

7

1,20

.

.

583

100,00

TURNHOUT

368

80,35

78

17,03

12

2,62

.

.

458

100,00

HASSELT

373

61,75

228

37,75

3

0,50

.

.

604

100,00

TONGEREN

359

90,43

36

9,07

1

0,25

1

0,25

397

100,00

BERGEN

CHARLEROI

3 146

88,92

302

8,54

90

2,54

.

.

3 538

100,00

BERGEN

1 285

82,42

240

15,39

33

2,12

1

0,06

1 559

100,00

DOORNIK

459

67,40

186

27,31

36

5,29

.

.

681

100,00

BRUSSEL

BRUSSEL

5 926

74,14

1.913

23,93

154

1,93

.

.

7 993

100,00

LEUVEN

470

81,46

100

17,33

7

1,21

.

.

577

100,00

NIJVEL

1 045

84,75

165

13,38

23

1,87

.

.

1 233

100,00

GENT

GENT

621

83,47

111

14,92

12

1,61

.

.

744

100,00

DENDERMONDE

507

80,99

115

18,37

4

0,64

.

.

626

100,00

OUDENAARDE

87

70,16

35

28,23

2

1,61

.

.

124

100,00

BRUGGE

826

84,98

133

13,68

13

1,34

.

.

972

100,00

KORTRIJK

451

80,11

96

17,05

16

2,84

.

.

563

100,00

IEPER

84

65,12

43

33,33

2

1,55

.

.

129

100,00

VEURNE

92

84,40

16

14,68

1

0,92

.

.

109

100,00

LUIK

LUIK

2.024

87,51

272

11,76

17

0,73

.

.

2.313

100,00

HOEI

185

76,45

56

23,14

1

0,41

.

.

242

100,00

VERVIERS

218

70,78

87

28,25

3

0,97

.

.

308

100,00

NAMEN

1.030

75,02

265

19,30

78

5,68

.

.

1.373

100,00

DINANT

439

70,47

159

25,52

25

4,01

.

.

623

100,00

AARLEN

71

53,38

62

46,62

.

.

.

.

133

100,00

NEUFCHATEAU

81

79,41

20

19,61

1

0,98

.

.

102

100,00

MARCHE-EN-FAMENNE

128

70,72

53

29,28

.

.

.

.

181

100,00

FEDERAAL PARKET

FEDERAAL PARKET

23

65,71

11

31,43

.

.

1

2,86

35

100,00

BELGIE

23 610

80,60

5.054

17,25

624

2,13

3

0,01

29 291

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

Tabel 6 toont per tenlasteleggingscode de gedetailleerde motieven van zondergevolgstelling. De verhouding tussen de verschillende motieven wordt aangegeven door de kolompercentages.

Tabel 6: Aantal zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010, dat op 10 juli 2011 zonder gevolg gesteld was. Gegevens opgesplitst per tenlasteleggingscode en naargelang het motief van zondergevolgstelling (n & %).


20I - Computermisdrijven

20J - Informaticabedrog

20K - Ongeoorloofde toegang tot informaticasystemen

20L - Data- of informaticasabotage

21C - Valsheid in informatica

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

Sepot van technische aard

1 031

65,54

21.563

82,09

353

74,16

75

68,81

588

67,82

23 610

80,60

geen misdrijf

69

4,39

586

2,23

16

3,36

7

6,42

37

4,27

715

2,44

onvoldoende bewijzen

196

12,46

2.037

7,76

82

17,23

10

9,17

88

10,15

2 413

8,24

verval van strafvordering

.

.

26

0,10

.

.

.

.

.

.

26

0,09

verjaring

.

.

1

0,00

.

.

.

.

.

.

1

0,00

overlijden van de dader

.

.

15

0,06

.

.

.

.

.

.

15

0,05

klachtafstand (bij klachtmisdrijf)

.

.

10

0,04

.

.

.

.

.

.

10

0,03

niet-toelaatbaarheid van de strafvordering

56

3,56

1 650

6,28

19

3,99

3

2,75

35

4,04

1 763

6,02

onbevoegdheid

41

2,61

1 379

5,25

17

3,57

2

1,83

31

3,58

1 470

5,02

kracht van gewijsde

12

0,76

104

0,40

1

0,21

.

.

3

0,35

120

0,41

immuniteit

.

.

2

0,01

.

.

.

.

.

.

2

0,01

strafuitsluitende verschoningsgrond

3

0,19

162

0,62

1

0,21

.

.

1

0,12

167

0,57

gebrek aan klacht

.

.

3

0,01

.

.

1

0,92

.

.

4

0,01

dader(s) onbekend

710

45,14

17 264

65,73

236

49,58

55

50,46

428

49,37

18 693

63,82

Sepot om opportuniteitsredenen

487

30,96

4 152

15,81

120

25,21

33

30,28

262

30,22

5 054

17,25

motieven eigen aan de aard van de feiten

130

8,26

727

2,77

38

7,98

7

6,42

56

6,46

958

3,27

beperkte maatschappelijke weerslag

18

1,14

73

0,28

4

0,84

.

.

7

0,81

102

0,35

toestand geregulariseerd

43

2,73

274

1,04

13

2,73

3

2,75

25

2,88

358

1,22

misdrijf van relationele aard

9

0,57

103

0,39

8

1,68

3

2,75

11

1,27

134

0,46

nadeel gering

43

2,73

207

0,79

12

2,52

1

0,92

10

1,15

273

0,93

redelijke termijn overschreden

17

1,08

70

0,27

1

0,21

.

.

3

0,35

91

0,31

motieven eigen aan de persoon van de dader

80

5,09

783

2,98

34

7,14

5

4,59

53

6,11

955

3,26

afwezigheid van voorgaanden

13

0,83

110

0,42

12

2,52

.

.

16

1,85

151

0,52

toevallige feiten met oorzaak

10

0,64

83

0,32

7

1,47

.

.

7

0,81

107

0,37

jeugdige leeftijd

1

0,06

2

0,01

1

0,21

.

.

.

.

4

0,01

wanverhouding strafvord.-maatsch. verstoring

22

1,40

114

0,43

8

1,68

.

.

16

1,85

160

0,55

houding van het slachtoffer

12

0,76

63

0,24

4

0,84

.

.

3

0,35

82

0,28

vergoeding van het slachtoffer

22

1,40

411

1,56

2

0,42

5

4,59

11

1,27

451

1,54

beleid

277

17,61

2 642

10,06

48

10,08

21

19,27

153

17,65

3 141

10,72

te weinig recherche-capaciteit

132

8,39

2 113

8,04

26

5,46

14

12,84

103

11,88

2 388

8,15

andere prioriteiten

145

9,22

529

2,01

22

4,62

7

6,42

50

5,77

753

2,57

Andere richtinggevende beslissingen

55

3,50

549

2,09

2

0,42

1

0,92

17

1,96

624

2,13

seining van de dader

53

3,37

480

1,83

1

0,21

1

0,92

13

1,50

548

1,87

pretoriaanse probatie

2

0,13

69

0,26

1

0,21

.

.

4

0,46

76

0,26

Onbekend/error

.

.

2

0,01

1

0,21

.

.

.

.

3

0,01

TOTAAL

1.573

100,00

26 266

100,00

476

100,00

109

100,00

867

100,00

29 291

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

Tabellen 5 en 6 tonen aan dat in 80,60 % van de zondergevolgstellingen een technisch motief in het spel was, waarbij verdere strafrechtelijke vervolging niet mogelijk is. Het gaat daarbij voornamelijk om het motief dader(s) onbekend, dat in maar liefst 63,82 % van de zonder gevolg gestelde zaken is geregistreerd. De andere technische motieven die relatief vaak voorkomen, zijn onvoldoende bewijzen (8,24 %) en niet-toelaatbaarheid van de strafvordering (6,02 % – hoofdzakelijk wegens onbevoegdheid). Slechts een minderheid van de zonder gevolg gestelde zaken (17,25 %) kent een opportuniteitsmotief. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om te weinig recherchecapaciteit (8,15 %).

De verhouding tussen het aantal technische motieven en het aantal opportuniteitsmotieven varieert wel naargelang het arrondissement in kwestie. Uit tabel 5 blijkt immers dat het percentage technische motieven schommelt tussen 53,38 % in Aarlen en 91,78 % in Antwerpen. Deze arrondissementen kennen dus respectievelijk het hoogste en het laagste aantal opportuniteitsmotieven.

Er valt bij de interpretatie van tabellen 5 en 6 op te merken dat het onderscheid tussen een technisch motief en een opportuniteitsmotief niet altijd even strikt te nemen is. Een gedeelte van de technische seponeringen kan de facto immers gelijk gesteld worden met een seponering omwille van opportuniteitsredenen. Het motief dader(s) onbekend is bijvoorbeeld een technische seponeringsgrond, doch de daders blijven in vele gevallen slechts onbekend omdat de opportuniteitsbeslissing wordt genomen om hen niet te identificeren. Veelal is dit omdat het nadeel van informaticabedrog of hacking numeriek beneden de waarde ligt van de kosten van het opsporingsonderzoek. Een zelfde redenering kan gemaakt worden voor het technisch motief van seponeren onvoldoende bewijzen. Als men geen vorderingen neemt ten aanzien van internetproviders, heeft men inderdaad geen bewijzen. Niettemin zou de dader in veel gevallen perfect identificeerbaar zijn indien men hem middels internetrecherche zou opsporen. Zowel budgettair als op vlak van personeelscapaciteit is het echter niet altijd haalbaar om consequent alles via de providers te rechercheren. Bovendien wordt men veelal geconfronteerd met een tekort aan gespecialiseerd personeel, zowel bij de politiediensten als bij de parketmagistraten, de onderzoeksrechters en de rechters van de zetel.

Op basis van de hierboven beschikbare gegevens kunnen we het aantal vervolgbare zaken berekenen en het aantal gedagvaarde zaken proportioneel ten opzichte van deze vervolgbare zaken nagaan. Van de 40 974 zaken m.b.t. computercriminaliteit binnengekomen tussen 2008 en 2010 werden er 4 951 wegens territoriale bevoegdheid ter beschikking overgemaakt aan een ander parket (zie tabellen 3 en 4). Daarnaast werden er ook 23 610 dossiers omwille van een technisch reden zonder gevolg gesteld (zie tabellen 5 en 6). In beide soorten dossiers is er geen vervolging mogelijk en deze dienen dus van de totale instroom te worden afgetrokken om het aantal vervolgbare zaken te berekenen. Zo komen we op een totaal van 12 413 vervolgbare zaken, waarvan er reeds 2 982 (zie tabellen 3 en 4) voor de correctionele rechtbank werden gedagvaard. Met andere woorden, op 10 juli 2011 was 24,02% van de vervolgbare zaken uit 2008, 2009 en 2010 met betrekking tot computercriminaliteit reeds voor de correctionele rechtbank gebracht.

Van de 2 982 zaken die reeds voor de correctionele rechtbank werden gedagvaard, zijn er 2 396 zaken waarin op 10 juli 2011 reeds een vonnis werd uitgesproken door de rechtbank. Deze 2 396 zaken hebben betrekking op 2 259 verdachten3. Tabellen 7 en 8 tonen de inhoud van het meest recente vonnis ten gronde dat werd uitgesproken voor deze 2 259 verdachten. In tabel 7 worden de cijfers uitgesplitst per gerechtelijk arrondissement; in tabel 8 is dit per tenlasteleggingscode. Indien er voor een verdachte nog geen vonnis ten gronde is, werden eventuele tussenvonnissen of vonnissen alvorens recht te doen meegeteld.

De teleenheid in tabellen 7 en 8 is een gevonniste verdachte. Het gaat dus niet om het aantal vonnissen (aantal veroordelingen, aantal vrijspraken, enz.), maar om het aantal verdachten in zaken uit de referentieperiode waarvoor op het moment van de gegevensextractie reeds een vonnis was uitgesproken. Meerdere verdachten kunnen het voorwerp uitmaken van één zelfde vonnis, bijvoorbeeld na voeging door het parket of na voeging op niveau van de correctionele rechtbank. Ook kunnen per verdachte meerdere vonnissen worden uitgesproken (bijvoorbeeld bij verstek en na verzet). Voor elke verdachte wordt enkel het meest recente vonnis voorafgaand aan de gegevensextractie geteld. Als dus bijvoorbeeld na een vonnis bij verstek nog een vonnis na verzet volgt, wordt enkel dit laatste in rekening genomen. Het gaat in de tabellen niet noodzakelijk om het definitieve eindvonnis voor de betrokken verdachte. Bij een verstekvonnis kan nog verzet volgen. Bovendien is het ook mogelijk dat er beroep wordt aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg, of dat een vonnis met (probatie)uitstel of een (probatie)opschorting wordt herroepen.

Tabel 7: Aantal verdachten in zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010 waarvoor op 10 juli 2011 reeds een vonnis door de correctionele rechtbank werd uitgesproken. Gegevens opgesplitst per gerechtelijk arrondissement en naargelang het type vonnis (n & rij %).


Veroordeling

Vrijspraak

Opschorting

Andere

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

ANTWERPEN

ANTWERPEN

285

92,23

11

3,56

11

3,56

2

0,65

309

100,00

MECHELEN

49

94,23

.

.

2

3,85

1

1,92

52

100,00

TURNHOUT

56

94,92

2

3,39

1

1,69

.

.

59

100,00

HASSELT

17

60,71

3

10,71

5

17,86

3

10,71

28

100,00

TONGEREN

25

96,15

.

.

1

3,85

.

.

26

100,00

BERGEN

CHARLEROI

232

95,47

3

1,23

7

2,88

1

0,41

243

100,00

BERGEN

118

89,39

6

4,55

8

6,06

.

.

132

100,00

DOORNIK

20

86,96

2

8,70

1

4,35

.

.

23

100,00

BRUSSEL

BRUSSEL

250

96,53

2

0,77

7

2,70

.

.

259

100,00

LEUVEN

20

86,96

1

4,35

.

.

2

8,70

23

100,00

NIJVEL

109

97,32

1

0,89

2

1,79

.

.

112

100,00

GENT

GENT

52

81,25

.

.

9

14,06

3

4,69

64

100,00

DENDERMONDE

99

83,90

5

4,24

13

11,02

1

0,85

118

100,00

OUDENAARDE

3

75,00

.

.

.

.

1

25,00

4

100,00

BRUGGE

189

90,00

12

5,71

.

.

9

4,29

210

100,00

KORTRIJK

84

84,00

1

1,00

14

14,00

1

1,00

100

100,00

IEPER

19

86,36

2

9,09

1

4,55

.

.

22

100,00

VEURNE

22

91,67

1

4,17

.

.

1

4,17

24

100,00

LUIK

LUIK

63

70,00

4

4,44

23

25,56

.

.

90

100,00

HOEI

25

92,59

.

.

1

3,70

1

3,70

27

100,00

VERVIERS

17

100,00

.

.

.

.

.

.

17

100,00

NAMEN

70

44,59

.

.

87

55,41

.

.

157

100,00

DINANT

44

81,48

.

.

10

18,52

.

.

54

100,00

AARLEN

2

100,00

.

.

.

.

.

.

2

100,00

NEUFCHATEAU

6

100,00

.

.

.

.

.

.

6

100,00

MARCHE-EN-FAMENNE

20

95,24

.

.

1

4,76

.

.

21

100,00

FEDERAAL PARKET

FEDERAAL PARKET

73

94,81

2

2,60

2

2,60

.

.

77

100,00

BELGIE

1 969

87,16

58

2,57

206

9,12

26

1,15

2 259

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

Tabel 8: Aantal verdachten in zaken met betrekking tot computercriminaliteit binnengekomen tussen 1 januari 2008 en 31 december 2010 waarvoor op 10 juli 2011 reeds een vonnis door de correctionele rechtbank werd uitgesproken. Gegevens opgesplitst per tenlasteleggingscode en naargelang het type vonnis (n & kolom %).


20I – Computer-misdrijven

20J – Informatica-bedrog

20K - Ongeoorloofde toegang tot informatica-systemen

20L - Data- of informatica-sabotage

21C - Valsheid in informatica

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

Veroordeling

Veroordeling

53

44,54

1.144

57,31

28

57,14

4

80,00

50

55,56

1.279

56,62

Veroordeling met uitstel

51

42,86

468

23,45

7

14,29

.

.

25

27,78

551

24,39

Veroordeling met probatieuitstel

2

1,68

133

6,66

2

4,08

.

.

2

2,22

139

6,15

Totaal rubriek

106

89,08

1.745

87,42

37

75,51

4

80,00

77

85,56

1.969

87,16

Vrijspraak

Vrijspraak

3

2,52

48

2,40

2

4,08

1

20,00

4

4,44

58

2,57

Totaal rubriek

3

2,52

48

2,40

2

4,08

1

20,00

4

4,44

58

2,57

Opschorting

Gewone opschorting

5

4,20

171

8,57

5

10,20

.

.

5

5,56

186

8,23

Probatieopschorting

1

0,84

13

0,65

3

6,12

.

.

3

3,33

20

0,89

Totaal rubriek

6

5,04

184

9,22

8

16,33

.

.

8

8,89

206

9,12

Andere

Tussenvonnis

.

.

13

0,65

2

4,08

.

.

1

1,11

16

0,71

Vonnis alvorens recht te spreken

2

1,68

.

.

.

.

.

.

.

.

2

0,09

Internering

.

.

3

0,15

.

.

.

.

.

.

3

0,13

Opslorping

2

1,68

.

.

.

.

.

.

.

.

2

0,09

Onontvankelijk/Onbevoegd

.

.

1

0,05

.

.

.

.

.

.

1

0,04

Verbeterend vonnis

.

.

1

0,05

.

.

.

.

.

.

1

0,04

Vonnis van toepasselijkheid

.

.

1

0,05

.

.

.

.

.

.

1

0,04

Totaal rubriek

4

3,36

19

0,95

2

4,08

.

.

1

1,11

26

1,15

TOTAAL

119

100,00

1 996

100,00

49

100,00

5

100,00

90

100,00

2.259

100,00

Bron: gegevensbank van het College van procureurs-generaal - statistisch analisten

Uit tabel 8 blijkt dat voor 87,16 % van de gevonniste verdachten in zaken met betrekking tot computercriminaliteit een veroordeling werd uitgesproken: voor 56,62 % een volledig effectieve veroordeling, voor 24,39 % een veroordeling (deels) met uitstel en voor 6,15 % een veroordeling (deels) met probatieuitstel. Voor 9,12 % van de gevonniste verdachten werd een strafopschorting uitgesproken. Slechts 2,57 % van de gevonniste verdachten werd vrijgesproken. Gezien de geringe aantallen voor de meeste tenlasteleggingscodes (met uitzondering van code 20J – informaticabedrog), dient men voorzichtig te zijn bij een vergelijking van de veroordelingspercentages tussen de verschillende tenlasteleggingen. Een zelfde opmerking geldt trouwens voor een vergelijking tussen de arrondissementen op basis van tabel 7.

Bijlage: toelichting bij de vooruitgangsstaten vermeld in tabellen 3 en 4 :

Vooronderzoek:

Deze categorie omvat alle zaken die nog in vooronderzoek waren op 10 juli 2011.

Zonder gevolg

Met een zondergevolgstelling wordt afgezien van verdere vervolging en wordt het vooronderzoek beëindigd. De beslissing om zonder gevolg te stellen is altijd voorlopig. Zolang de strafvordering niet vervalt, kan de zaak heropend worden.

Ter beschikking:

Deze rubriek omvat de zaken die ter beschikking gesteld werden aan een ander parket of andere (gerechtelijke) instantie. Deze zaken worden onder een ander notitienummer heropend bij het parket van bestemming.

Minnelijke schikking:

In de categorie minnelijke schikking bevinden zich de zaken waarin een minnelijke schikking werd voorgesteld en waarin nog een eindbeslissing moet genomen worden (met inbegrip van de gedeeltelijk betaalde minnelijke schikkingen), de zaken die werden afgesloten door de betaling van de minnelijke schikking en waar de strafvordering vervalt en tenslotte de zaken waarin de minnelijke schikking werd geweigerd maar die sindsdien nog niet zijn overgegaan naar een volgende vooruitgangsstaat.

Bemiddeling in strafzaken :

De rubriek bemiddeling in strafzaken omvat de zaken waarin het Openbaar ministerie beslist heeft een procedure van bemiddeling in strafzaken aan de betrokken partijen voor te stellen. In deze categorie bevinden zich de zaken waarin een bemiddeling in strafzaken werd voorgesteld en waarin voor de betrokken partijen nog een beslissing moet genomen worden, de zaken die werden afgesloten door het lukken van de bemiddeling in strafzaken en waar de strafvordering vervalt en tenslotte de zaken waarin de dader niet aan de vereiste voorwaarden heeft voldaan maar die sindsdien nog niet zijn overgegaan naar een volgende vooruitgangsstaat.

Onderzoek :

De rubriek onderzoek bevat de zaken die in gerechtelijk onderzoek werden gesteld en die nog niet werden vastgesteld voor de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging.

Raadkamer :

Deze rubriek bevat zaken vanaf de fase van de regeling van de rechtspleging tot op het moment dat er een eventuele vaststelling voor de correctionele rechtbank is. Zaken waarin wordt afgezien van verdere vervolging, blijven deze vooruitgangsstaat behouden.

Dagvaarding & verder

Deze rubriek omvat de zaken waarin een dagvaarding of een daaropvolgende beslissing werd genomen. Het gaat om zaken waarin een dagvaarding, een vaststelling voor de correctionele rechtbank, een vonnis, een verzet, een beroep, enz. voorkomt.

1artikel 28 quater alinea 1 Sv., ingevoegd door de wet van 12 maart 1998

2De rubrieken zijn weergegeven in bijlage 1 van omzendbrief COL12/98 van het College van procureurs-generaal.

3Het feit dat er minder verdachten zijn gevonnist dan er zaken zijn, heeft te maken met zaken zonder gekende verdachte die gevoegd zijn aan zaken met een gekende verdachte waarin later een vonnis werd uitgesproken. Aangezien enkel de vooruitgangsstaat van de moederzaak in rekening wordt genomen, worden deze gevoegde zaken zonder gekende dader in de rubriek “dagvaarding & verder” geteld.