Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2807

van Yves Buysse (Vlaams Belang) d.d. 19 juli 2011

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Taalwetgeving - Bestuurszaken - Ambtenaren van de Federale Overheidsdienst (FOD) FinanciŽn

taalgebruik
belastingadministratie

Chronologie

19/7/2011 Verzending vraag
2/9/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-2807 d.d. 19 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In het kader van de aangifte voor de personenbelasting zijn op veel plaatsen ambtenaren van de Federale Overheidsdienst (FOD) FinanciŽn ter beschikking van de belastingplichtigen om hen bij te staan bij de invulling van het aangifteformulier.

Zo ook in Aalst, waar de voornoemde dienstverlening georganiseerd werd in het Administratief Centrum op de Graanmarkt 1, de zogenaamde "Pupillen". Getuigen meldden mij evenwel dat de belastingplichtigen die het Nederlands niet machtig waren er in het Frans werden te woord gestaan.

Het komt mij voor dat dit een overtreding van de taalwet in bestuurszaken (SWT) inhoudt. Ik neem aan dat de dienstverlening die in dit verband wordt aangeboden, en gelet op het werkingsgebied van de diensten waartoe deze ambtenaren behoren, in het licht van de taalwet in bestuurszaken in Vlaanderen in het merendeel van de gevallen (en dus ook in Aalst) moet worden beschouwd als een plaatselijke dienst uit het Nederlandse taalgebied of als een gewestelijke dienst waarvan de werkkring uitsluitend gemeenten zonder speciale regeling uit het Nederlandse taalgebied. In dat geval zijn respectievelijk de artikels 12 en 33 van de SWT van toepassing. In beide gevallen wordt gesteld dat voor de betrekkingen met particulieren, waar het hier over gaat, uitsluitend de taal van het gebied, het Nederlands dus, mag worden gebruikt. Vermits het hier om een wet van openbare orde gaat en het woord "uitsluitend" geen ruimte voor interpretatie biedt, kan bij deze dienstverlening dus geen andere taal dan het Nederlands worden gebruikt. Wie onze taal niet machtig is, zal zich moeten behelpen door iemand mee te brengen die wel Nederlands kent.

1) Waarom en op grond van welke wettelijke bepalingen werd in het specifieke geval van Aalst het Frans gebruikt? Erkent de minister dat dit een overtreding van de taalwet inhoudt?

2) Neemt de minister maatregelen om de ambtenaren van de FOD FinanciŽn die deze bijstand verlenen eraan te herinneren dat zij bij de verlening van deze diensten gebonden zijn aan de bepalingen van de taalwet in bestuurszaken en dus uitsluitend het Nederlands mogen gebruiken?

Antwoord ontvangen op 2 september 2011 :

Hierbij deel ik het geachte lid mee dat ik navraag heb laten doen naar de elementen in zijn vraag.

Daaruit blijkt dat er zich tijdens de invulsessies van aangiften geen enkel taalprobleem of daarmee samenhangend incident heeft voorgedaan.

Het gebruik van een andere taal dan het Nederlands zou een inbreuk zijn geweest op de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

Hoewel de diensten van mijn departement op de hoogte zijn van de vigerende taalwetgeving, worden ze regelmatig aan bepaalde bepalingen herinnerd.