Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1981

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 4 april 2011

aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) - Treinen - Eerste klasse - Afschaffing

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
reizigersvervoer
reizigerstarief

Chronologie

4/4/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4728

Vraag nr. 5-1981 d.d. 4 april 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Decennia geleden schafte men de derde klasse op de treinen af, maar een duidelijk verschil tussen de tweede en eerste klasse bleef behouden. Dit verschil uit zich enerzijds op een behoorlijk duurdere kost van een eerste klasse ticket en anderzijds in een betere accommodatie, bredere en meer luxueuze zitplaatsen en een gewaarborgde zitplaats. Toch mag men zich afvragen of dit verschil nog moet worden behouden. Hierbij kunnen heel wat argumenten spelen, zowel van politieke en maatschappelijke aard (gelijkheid, billijkheid, Ö) als van financiŽle aard (wat kost het en brengt het op).

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Welke financiŽle meerwaarde leveren de hogere betalingen van treintickets eerste klasse de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) op, dit per jaar en voor de periode van 2001 tot 2010? Hoe evolueerden deze inkomsten, welke evaluatie en duiding geeft de geachte minister daarbij?

2) Hoe verhouden deze meerinkomsten zich tot de hogere investeringskosten in meer luxueuze rijtuigen, de tijd en dus extra loonkosten die het integreren van eerste klasse rijtuigen in een treinstel met zich meebrengen?

3) Op basis van welke argumenten verdedigt zij het behouden van het verschil tussen een eerste en tweede klasse ticket bij de NMBS? Kan zij zich hiervoor beroepen op recent en gespecialiseerd onderzoek dat alle elementen samen beschouwt?

4) Hoe positioneren de verschillende belangenpartijen zich in dit debat pro of contra behoud van eerste klasse, zoals onder andere personeel en vakbonden, gebruikers, het middenveld en de directie? Welk is haar standpunt hieromtrent en bij uitbreiding het standpunt van de regering?