Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1786

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 18 maart 2011

aan de minister van Justitie

Beledigen van een gezagsdrager in zijn functie - Vrije meningsuiting - Bestraffing

vrijheid van meningsuiting
Europees Hof voor de rechten van de mens
eerroof

Chronologie

18/3/2011 Verzending vraag
9/6/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-1786 d.d. 18 maart 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2003 betitelde een pro-Baskische politicus zijn koning, Juan-Carlos, als "de baas van de folteraars van de politie en het leger". Voor deze uitlating bracht de Spaanse Staat hem voor de rechtbank, het Hooggerechtshof, die de politicus veroordeelde tot een jaar gevangenisstraf.

Recent behandelde Europees Hof voor de rechten van de mens deze zaak. De uitspraak is vernietigend voor de Spaanse Staat, want stelt dat de Spaanse veroordeling de vrijheid van meningsuiting schond. Volgens het Europese Hof richtte de uitspraak van deze politicus zich niet tegen de koning als privé-persoon, wel tegen zijn functie als Staatshoofd.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vraag:

Deelt de geachte minister de analyse van het Europese Hof voor de rechten van de mens, dat een belediging van een gezagsdrager als "functie" en dus niet als privé-persoon, past binnen de vrijheid van meningsuiting en dus niet kan worden bestraft?

Antwoord ontvangen op 9 juni 2011 :

Het is niet de eerste maal dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich buigt over de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting ten opzichte van gezagsdragers. Het Europees Hof hanteert daarbij overigens steeds eenzelfde stramien en enkele basisprincipes. Het kent een ruime interpretatie toe aan de vrijheid van meningsuiting die wordt uitgeoefend in het kader van een publiek debat en een onderwerp van algemeen belang viseert. Dit is geheel terecht aangezien de sterkte van democratische instellingen net gemeten kan worden onder andere aan de mate waarin burgers vrij in debat kunnen treden met de houders van publieke functies.

Een publiek debat kan, volgens het Europees Hof, gepaard gaan met het uiten van overdrijvingen, beledigingen en zelfs provocaties – ook jegens gezagsdragers - maar dat wil niet zeggen dat er geen grenzen bestaan aan deze vormen van meningsuiting. Het is duidelijk dat het aanzetten tot haat of geweld niet kan worden beschermd onder de noemer “vrijheid van meningsuiting”. Het publieke debat mag niet worden misbruikt voor het propageren van hate speech. De wet van 10 mei 2007 tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden bijvoorbeeld weerspiegelt deze grenzen, ook ten opzichte van gezagsdragers. Meer nog, het beteugelt strafrechtelijk het overschrijden van de grenzen aan die vrijheid van meningsuiting. Ik sta erop te wijzen dat dit bovendien ook geldt voor de gezagsdragers zelf in de uitoefening van hun vrijheid van meningsuiting, zoals het arrest FERET tegen België van het Europees Hof nog niet zo lang geleden heeft duidelijk gemaakt.

Kortom, de vrijheid van meningsuiting ten aanzien van gezagsdragers geldt niet als een absoluut recht. Het arrest van het Europees Hof waar u naar verwijst heeft dit trouwens ook niet gesteld.