Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1356

van Piet De Bruyn (N-VA) d.d. 15 februari 2011

aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven

Federale overheid - Zelfmoordpreventie bij werknemers - Deskundigheid

ministerie
arbeidsvoorwaarden
zelfmoord
mentale spanning

Chronologie

15/2/2011Verzending vraag
26/4/2011Antwoord

Vraag nr. 5-1356 d.d. 15 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Steeds meer aanvaarden werkgevers dat ze ook een verantwoordelijkheid hebben wat betreft het sociaal en emotioneel welbevinden van hun werknemers. Werknemers zijn immers het meest kostbare kapitaal van elke onderneming en verdienen de nodige zorg en bijhorende omkadering.

Dit besef werd recent nog aangewakkerd door tragische voorbeelden uit binnen- en buitenland waaruit op zijn minst een indirecte en mogelijk zelfs een directe link bleek tussen een aantal ondernomen zelfdodingspogingen en de situatie op het werk.

De wetgever legt werkgevers terecht een aantal verplichtingen op ter ondersteuning van het sociaal en emotioneel welbevinden van hun werknemers. De wijze waarop de bestaande verplichtingen worden ingevuld, verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf. De overheidsbedrijven hebben in deze zeker een voorbeeldfunctie.

Uit wetenschappelijk onderzoek naar preventie van zelfdoding blijkt duidelijk dat een vroege detectie van su´cidaliteit de kans op het voorkomen van een zelfdodingspoging aanzienlijk vergroot. Uiteraard is een vroege detectie maar mogelijk indien de personen die verantwoordelijk zijn voor het sociaal en emotioneel welbevinden van de werknemers, zelf over de nodige deskundigheid beschikken. Het gaat hierbij onder meer om elementen als het tijdig herkennen en erkennen van signalen die kunnen wijzen op su´cidale gedachten, het verwerven van een aantal basishoudingen en het beheren van een aantal technieken met betrekking tot het voeren van een gesprek met (mogelijk) su´cidale medewerkers, inzicht hebben in het su´cidaal proces en kennis hebben van wat kan omschreven worden als de sociale kaart.

De federale overheid kan gezien worden als een bijzonder groot bedrijf met vele werknemers. Voor heel wat van deze werknemers geldt bovendien dat ze regelmatig blootstaan aan een grote (werk)druk. Het lijkt dus aangewezen om bij de medewerkers die instaan voor het sociaal en emotioneel welbevinden van de medewerkers van federale overheid te zorgen voor voldoende kennis en deskundigheid wat betreft het correct omgaan met su´cidaliteit.

Tegen deze achtergrond stelde ik de geachte minister graag de volgende vragen:

1) Erkent zij de noodzaak aan voldoende kennis en deskundigheid betreffende omgaan met su´cidaliteit bij de medewerkers van de federale overheid die instaan voor het sociaal en emotioneel welbevinden van de personeelsleden van de federale overheid?

2) Hoe wordt er voor gezorgd dat deze kennis en deskundigheid op voldoende wijze aanwezig is? Wordt hiervoor beroep gedaan op externen? Wie zijn dit?

3) Maakt preventie van su´cide op een structurele wijze deel uit van het (welzijns)beleid van de verschillende entiteiten van de federale overheid? Zo ja, kan zij hier dan meer duidelijkheid over verschaffen? Zo neen, overweegt zij dan om de opdracht te geven dit op structurele wijze in het beleid te incorporeren? Indien niet, wat zijn daar dan de redenen voor?

4) Welke concrete initiatieven werden er sinds 2005 genomen om te zorgen dat er voldoende kennis en deskundigheid betreffende preventie van su´cide aanwezig is bij de verantwoordelijke medewerkers van de federale overheid? Graag een opsplitsing per jaar met aandacht voor de precieze aard van het initiatief, de betrokken partners (intern of extern) die instonden voor het initiatief en de kostprijs ervan.

Antwoord ontvangen op 26 april 2011 :

Zelfdoding op het werk is nog steeds een groot taboe. Het werk heeft meer en meer invloed op het privéleven omwille van de toenemende stress, de verwachte flexibiliteit en de veeleisende arbeidsorganisatie. Men mag immers niet vergeten dat hun baan voor veel personen een belangrijk deel van hun identiteit is.

Er bestaan geen specifieke cijfers over zelfdoding op het werk. Er zijn enkel algemene cijfers gekend: 2 000 zelfdodingen per jaar in België.

Volgens onderzoek door de Universiteit Gent, Eenheid voor Zelfmoordonderzoek, worden problemen op het werk bij 28 % van de zelfmoordpogingen in Vlaanderen als aanleiding vermeld. Er is echter nog geen specifiek onderzoek gebeurd naar arbeid en de impact ervan op zelfdoding op het werk.

1. Ik erken uiteraard de noodzaak aan voldoende kennis en deskundigheid inzake het omgaan met zelfdoding bij de medewerkers van de federale overheid die instaan voor het sociaal en emotioneel welbevinden van de personeelsleden.

2. Deze deskundigheid, kennis en empathische instelling bij de hiërarchische lijn, de preventie-adviseurs, de vertrouwenspersonen, …. zijn in volle ontwikkeling.

Binnen de Federale Overheidsdienst (FOD) Personeel en Organisatie is een netwerk “welzijn” actief dat de contacten tussen de hiërarchische lijn enerzijds en de preventie-adviseurs en vertrouwenspersonen anderzijds wil verstevigen en de coördinatie van het algemeen welzijnsbeleid aanmoedigt. Daarnaast bestaan nog netwerken bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Empreva) en bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die vooral de preventie-adviseurs en vertrouwenspersonen ondersteunen.

Bovendien onderzoekt de FOD Personeel en Organisatie hoe zij deze kennis en de deskundigheid nog verder kan vergroten. Zo analyseert de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu samen met het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid momenteel het absenteïsme en de redenen van dit absenteïsme om een beter inzicht in te krijgen.

3. Uiteraard maakt zelfdodingpreventie deel uit van het algemeen welzijnsbeleid.

Zelfdoding is een zeer complex gegeven waarbij verschillende factoren een rol spelen. De context (maatschappelijke, sociaal-economische en arbeidsorganisatorische structuren en processen, krachtsverhoudingen op de werkvloer, disfunctionerende arbeidssituaties) mag daarbij niet uit het oog worden verloren. De oorzaken van zelfdoding zijn multifactorieel, zoals dit het geval is bij de psychosociale belasting in het algemeen.

De specialisten ter zake zijn er over eens dat een specifiek zelfdodingbeleid zeer gevoelig ligt. Bovendien kan sensibiliseren rond zelfdoding een negatieve spiraal of een soort kettingreactie teweegbrengen. Preventiestrategieën worden best op een primair gezondheidsbevorderend niveau gesitueerd, waarbij de algemene bewustwording centraal staat.

Een analyse van het absenteïsme in de organisatie, de functionerings- en evaluatiegesprekken door de leidinggevende in het kader van de ontwikkelcirkels, kunnen helpen zelfdodingneigingen van medewerkers te detecteren. Het is belangrijk dat de leidinggevenden en de medewerkers worden aangespoord een klimaat van welbevinden te creëren waarin de personeelsleden zich thuis voelen.

4. Er zijn reeds enkele initiatieven genomen om de kennis en deskundigheid inzake zelfdodingpreventie te vergroten.

Het accent wordt momenteel vooral gelegd op het algemeen welzijn dat een directe invloed heeft op de personeelsleden. Her en der zijn er reeds initiatieven genomen om de werkdruk in kaart te brengen. Daarenboven wordt meer en meer aandacht besteed aan opleidingen zoals gesprekstechnieken, conflictbeheersing, bemiddeling, … ten einde de betrokken preventieadviseurs en vertrouwenspersonen beter voor te bereiden op “delicate” situaties.

Zo is het ministerie van Landsverdediging actief bezig met zelfdodingpreventie. In hun aanbod van vormingen en opleidingen zit een cursus inzake zelfdodingpreventie; ook in hun opleiding “bemiddeling” is zo’n module opgenomen.

Door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg wordt overwogen om specifieke sensibilisatiesessies ter bewustwording van deze problematiek te organiseren voor diverse doelgroepen zoals de preventie-adviseurs, de vertrouwenspersonen, de arbeidsgeneesheren, de hiërarchische lijn, … dit in overleg met zelfmoordpreventiecentra. Deze centra bieden momenteel een basisvorming van 3 dagen, kortdurende trainingen en vervolmakingsdagen aan. De algemene doelstelling van deze basisopleiding is onder andere de bewustwording van het probleem, leren welke vragen te stellen om zelfdoding in te schatten en te beperken, …

Ook externe preventiediensten, zoals bijvoorbeeld Prevent in samenwerking met het Centrum Ter Preventie van Zelfdoding, bieden thans opleidingen aan waarbij de rol van de preventie-adviseur inzake zelfdodingpreventie wordt toegelicht en de bevraging naar zelfdoding bij suïcidale personen wordt aangeleerd om de zelfdodinggedachten te kunnen inschatten en de juiste hulpverlening te kunnen bieden.

De administratie beschikt over geen enkele informatie die toelaat meer gedetailleerd te antwoorden op de vraag van het geachte lid.