Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1343

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 15 februari 2011

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Geo-engeneering - Wetenschappelijk onderzoek - Controles - Internationale -afspraken

geofysica
technologie
wetenschappelijk onderzoek
klimatologie
militaire research
meteorologie
aardobservatie

Chronologie

15/2/2011Verzending vraag
19/5/2011Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1342
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1344
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1345
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-1346

Vraag nr. 5-1343 d.d. 15 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De mens streeft steeds naar een grotere invloed op de aarde en het klimaat. Daarvoor ontwikkelden heel wat wetenschappelijke programma's en studies, niet zelden van militaire aard, voor een modificatie van de atmosfeer en om in te grijpen op de weersomstandigheden. Daarvoor bestaat onder andere de geo-engineering, een wetenschapsdiscipline die de be´nvloeding van weersomstandigheden, temperaturen en alle mogelijke natuurrampen bestudeert en er methodes voor ontwikkelt. Het opwekken van kunstmatige bliksems behoort al vele decennia tot de menselijke mogelijkheden. Vaak brengt met kunstmatige producten in de lucht om heel specifieke effecten te veroorzaken, ook hier vaak met militaire bedoelingen: rookschermen voor camouflage, verspreiden van mosterdgas, aluminiumsnippers om radars te verstoren. Van recentere datum blijkt het manipuleren van hoge (cirrus)bewolking om zo regen te produceren, het verzwakken van cyclonen, het verlengen van het moessonseizoen, enz. De vele militaire mogelijkheden zorgen ervoor dat het militair-economisch complex zich heel actief bemoeit met deze wetenschappelijke en praktische ontwikkelingen. Wel hoort men regelmatig verhalen over het manipuleren van bewolking en klimaat. Wie de lucht beheerst, beheerst de wereld, zo klinkt het triomfantelijk. De praktijk van de weermanipulatie blijkt echter niet altijd zo succesvol.

Al deze mogelijkheden, die zeker al frequent en op vele plaatsen worden toegepast, blijven erg verborgen, bereiken uitzonderlijk de media en lijken verscholen in de obscuriteit. Er heerst hieromtrent een groot gebrek aan transparantie. Veel van de onderzoeken zijn geheim, waardoor er veel speculaties ontstaat. Zowel burgerlijke als militaire vliegtuigbouwers en vliegtuigmaatschappijen spelen hierbij een belangrijke rol. Z o zou men vandaag experimenteren met " Extreme Low Frequency "-golven en met " Extreme High Frequency "-golven die neerslag en droogte zouden kunnen realiseren. Rond deze onderzoeken werken er burgerlijk -militaire allianties, met als ultieme doel het voorkomen of veroorzaken van natuurfenomenen zoals aardbevingen, hevige droogtes, orkanen, en anderen, kortom het beheersen van natuurfenomenen, lucht en ruimte.

Zulke onderzoeken mogen ons niet verbazen. Wel het grote gebrek aan wetenschappelijke en overheidscontrole. Dat moet ons verontrusten. In zijn pogingen om het heelal te beheersen, moet de mens soms tegen zichzelf worden beschermd. Deze voorzichtigheid geldt dubbele indien dit wetenschappelijk onderzoek ook militaire doeleinden dient.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Kent u deze onderzoeken? Werden er binnen de beleidsdomeinen wetenschappelijk onderzoek, volksgezondheid, luchtvaart, defensie, milieu, onderzoeken over deze thema's uitgevoerd? Zijn er andere bevoegdheidsdomeinen betrokken bij besprekingen hierover?

2) Komen deze onderwerpen op de agenda's van internationale organen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), de Verenigde Naties (VN), milieuconferenties, de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (International Civil Aviation Organization - ICAO), enz.? Kwamen deze vormen van klimaatsmanipulatie aan bod op klimaatsconferenties zoals Kyoto en Copenhagen? Werd op wetenschappelijke en internationale bijeenkomsten al gesproken over het terugdringen van de opwarming van de aarde door het gebruik van technieken zoals het injecteren in de lucht op hoge hoogte van zonterugkaatsende metalen?

3) Worden er via burgerlijke en militaire luchtvaart hieromtrent experimenten uitgevoerd of stoffen in de atmosfeer gebracht met de bedoeling de weersomstandigheden te be´nvloeden? Hebt u weet van een " Owning the weather in 2025 "-rapport? Bent u op de hoogte van chemische manipulaties van de atmosfeer? Kent u de invloed van deze manipulaties en experimenten op de volksgezondheid en op de kwaliteit van de voedselproducties? Beschikt u over informatie betreffende experimenten waarbij aluminium gebruikt wordt om het weer te manipuleren?

4) Hoe worden mogelijke experimenten en onderzoeken rond weer- en klimaatmanipulaties gecontroleerd, door wie, met welke methodes en welke rapportering? Bestaat er een mondiale controle op eventuele militaire experimenten rond klimaatsmanipulatie? Heeft onze regering weet van een American Association for Advancement of Science die bijeenkwam in februari 2010 in CaliforniŰ?

5) Worden burgertoestellen of militaire toestellen gebruikt om producten op hoge hoogte te lozen om zo onderzoeken uit te voeren? Kent u de Weather Modification Association die onderzoeken hieromtrent voert?

6) Is ons land rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken bij processen die hierover handelen? Koopt ons land via zijn leger of via andere instanties grote hoeveelheden barium en barytine en zo ja, met welke bedoelingen? Neemt de regering of ons land, zowel via burgerlijke toepassingen als via militaire toepassingen, deel aan aspecten van geo- of climate engineering? Zijn er overheidsdiensten betrokken bij of deelnemer aan chemische en / of biologische experimenten waarbij de bevolking enigszins als proefkonijn wordt gebruikt?

7) Kan u ons verzekeren dat het Parlement optimaal wordt ge´nformeerd over alle maatregelen, initiatieven, enz., die zich richten op de manipulatie van het klimaat en de weersomstandigheden? Waarborgt u onze bevolking een optimale bescherming tegen alle soorten van experimenten, onderzoeken of projecten die met betrekking tot klimaatsmanipulatie en geo-engineering worden uitgevoerd?

Antwoord ontvangen op 19 mei 2011 :

Het geachte lid, gelieve hierna het antwoord op zijn vraag te vinden.

Klimaatengineering, vaak aangeduid als "geo-engineering", is het opzettelijk verstoren van het klimaat om de door de mens teweeggebrachte klimaatwijziging af te stoppen of op zijn minst af te zwakken, dat wil zeggen veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen ten gevolge van menselijke activiteiten.

De geo-engineeringstechnieken worden doorgaans in twee grote categorieën gegroepeerd, te weten de techniek van het onttrekken van koolstof uit de atmosfeer ("fertilisatie" van de oceanen, uitbreiding van de beboste ruimten enz.) en de techniek van het beheer van de zonnestraling (verspreiding van aerosolen in de hoge atmosfeer, plaatsing in de ruimte van lichtweerkaatsende spiegels enz.).

Bij die tweede techniek rijzen er niet alleen vragen van wetenschappelijke en/of technologische orde, maar ook ethische, juridische en billijkheidsproblemen. Zoals in recente verslagen wordt onderstreept, moet geo-engineering omzichtig worden afgewogen. Om te vermijden dat de toepassingen ervan op ondoordachte wijze worden ontwikkeld, moet er een internationaal alomvattend en coherent sturingskader worden uitgewerkt.

1. Het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO), heeft de laatste jaren duidelijk belangstelling getoond voor geo-engineering in het kader van zijn programma SDD, Wetenschap voor een duurzame ontwikkeling, dat op 9 juli 2010 door de ministerraad werd goedgekeurd, en meer bepaald via de projecten BELCANTO (BElgian research on Carbon uptake in het ANTarctic Ocean) en "Luchtvaart en het Belgische klimaatbeleid: analyse van de integratiemogelijkheden en van hun gevolgen (ABC Impacts)".

"ABC Impacts" heeft een tweevoudig doel, enerzijds de beleidsmakers te informeren over de milieugebonden en sociaaleconomische gevolgen voor België met betrekking tot het betrekken (of niet) van de internationale luchtvervoersector bij het klimaatbeleid en anderzijds een instrument aan te reiken voor de voorbereiding en de evaluatie van het Belgische klimaatbeleid in het kader van de onderhandelingen betreffende de uitbreiding van de EU-ETS (Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten) en de fase van het Protocol van Kyoto na 2012.

BELSPO lag ook aan de basis van de oprichting van het onderzoeksnetwerk BELCANTO, met als doel een driedimensionaal biogeochemisch model uit te bouwen en te valideren waarmee de rol van de Zuidelijke Oceaan als atmosferische CO2-sink preciezer kan worden ingeschat.

Bovendien zijn er ook federale wetenschappelijke instellingen (FWI's) die onder BELSPO ressorteren, in casu het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI) en het Belgisch Instituut voor Ruimte-aeronomie (BIRA), betrokken bij aan geo-engineering gerelateerde activiteiten.

Die beide FWI's nemen deel aan het programma TASTE (Technical ASsistance To Envisat) van de ESA dat als doel heeft alle via satellieten of van op de grond gedane metingen bijeen te brengen en te toetsen. Zo kan op efficiënte wijze de samenstelling van de atmosfeer worden geanalyseerd en veranderingen op lange termijn worden opgespoord.

Namens België neemt het KMI deel aan de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en andere specifieke internationale forums.

Het internationale meetnetwerk van de parameters in de atmosfeer, afgekort NDACC (Network for Detection of Atmospheric Composition Change - netwerk voor het opsporen van wijzigingen in de atmosfeer) werd opgericht in 1991. In dat kader verricht het BIRA spectroscopische metingen samen met de Ulg (Universiteit van Luik), van op de stations van de Junfraujoch (Zwitserse Alpen), Harestua (Noorwegen) en vanuit het observatorium in de Alpes-de-Haute-Provence (Frankrijk), alsook in tropische regio's zoals op Réunion.

2. Hoewel het onderzoek op het gebied van de geo-engineering nog niet tot grootschalige proefnemingen hebben geleid, zijn de internationale wetenschappelijke en politieke kringen niet ongevoelig voor de mogelijke problemen die de milieucontrolerende methodes met zich kunnen meebrengen.

Vragen dienaangaande worden beantwoord in het kader van het project IMPLICC (Implications and risks of engineering solar radiation to limit climate change) van het zevende kaderprogramma voor O&O van de Europese Unie.

De Unesco heeft in 2010 een forum georganiseerd met als thema "Geo-engineering: the way forward?", met specifieke aandacht voor de aan de sturing van de geo-engineering gelinkte vraagstukken. De ICSU (International Council for Science) heeft in dat jaar een rapport gepubliceerd met als titel "Grand Challenges in Earth system science for global sustainability".

In het vijfde evaluatieverslag betreffende klimaatkennis waarmee het IPCC voor 2011 is gestart, wordt geo-engineering vanuit verschillende oogpunten benaderd (impact van de klimaatwijziging op de mens en zijn milieu, kostprijs van de strijd tegen de opwarming van de aarde,...).

Naast de grote klimaatconferenties wordt er gelijktijdig ook een reeks evenementen opgezet tijdens welke diverse organisaties, onderzoeksinstellingen en voor- en tegenstanders van geo-engineering in debat treden.

Zo is REDD (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation in Developing Countries) een concept dat zich heeft ontwikkeld tijdens de politieke onderhandelingen over klimaatwijzigingen, dankzij organisaties zoals "Conservation International", "Alliance Climat", Community and Biodiversity", Deutscher Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit (GTZ), "The Nature Conservancy, Rainforest Alliance" en het "Wereld Natuur Fonds". Hun gemeenschappelijke doel is belangrijke stimuli tot stand te brengen voor de boskoolstof in het kader van het klimaatbeleid. De REDD-mechanismen zijn ingepast in de roadmap van de UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change), waarbij rekening wordt gehouden met de gemeenschappelijke maar onderscheiden verantwoordelijkheden van de ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden.

3. Het KMI heeft kennis genomen van het rapport "Owning the weather in 2025" van het Amerikaanse leger, maar het Instituut werd niet benaderd om dat document mee op te stellen waarin alle studies zijn gegroepeerd met betrekking tot het manipuleren van de weersomstandigheden. Zoals opgegeven in punt 2, heeft/hebben de burger- en/of militaire luchtvaart in dit stadium geen grootschalige experimenten verricht op het gebied van de geo-engineering. BELSPO is wel op de hoogte van twee kleinschalige experimenten.

Het betreft in de eerste plaats het experiment EIFEX waaraan de VUB heeft deelgenomen in de zomer van 2004 in de Zuidelijke Oceaan, met als doel het natuurlijke proces van opvang van atmosferische CO2. De EIFEX-resultaten werden trouwens ingepast in het eindrapport van BELCANTO van BELSPO. In het tweede kleinschalige experiment, onder leiding van Yari Izraël, wetenschappelijk hoofdadviseur van Vladimir Poetin, worden sulfaataerosolen verdampt.

In het huidige kennisstadium tot slot bewijst niets dat condensstrepen (op een hoogte van 8 tot 10 km) op de gezondheid inwerken. De vlucht van de vliegtuigen heeft daarentegen wel een (dubbele) impact op het regionale klimaat en het klimaat wereldwijd. Met de uitstoot van CO2 en stoom (twee broeikasgassen) draagt het luchtvervoer op middellange en lange termijn bij tot de opwarming van de aarde, terwijl het op korte termijn (vooral in het noordelijke halfrond waar er meer vluchten zijn), door de uitstoot van aerosolen en de vorming van condensstrepen die zich omvormen tot hoge vederwolken (cirruswolken), bijdraagt tot verkoeling overdag en opwarming 's nachts.

4. De "American Association for Advancement of Sciences (ASSS)" is de belangrijkste wetenschappelijke vereniging in de wereld, die het tijdschrift "Science" publiceert, een onbetwistbare referentie voor de verspreiding van wetenschappelijke informatie. Tijdens de laatste jaarlijkse vergadering van de ASSS in Californië in februari 2010 werd effectief gedebatteerd over diverse (wetenschappelijke, technologische en politieke) aspecten van geo-engineering.

5. Zoals hierboven vermeld, worden de aan geheime civiele en/of militaire experimenten gelinkte theorieën met het grootschalig verspreiden op grote hoogte van stoffen, niet door feiten bevestigd. Hoe de samenstelling van de atmosfeer zich ontwikkelt wordt op lokale, regionale en planetaire schaal gevolgd door aardobservatie-satellieten. Tot op heden is er geen sprake van menselijke manipulaties die de samenstelling van de atmosfeer hebben veranderd, buiten de al bekende invloed ten gevolge van de activiteiten van de mens op het gebied van het transport, de bosbouw, de landbouw, de industrie, inzonderheid de olie-industrie enz.

De weermanipulatie (technieken voor het kweken van wolken om regen te veroorzaken, antihagelkanonnen enz.) heeft niets te maken met geo-engineering. Die manipulaties zijn beperkt in tijd en ruimte en de impact ervan op het klimaat is verwaarloosbaar. BELSPO kent de "Weather Modification Association" enkel via haar website op het internet.

6. Het Federaal Wetenschapsbeleid heeft nooit projecten dienaangaande geleid.

7. Het KMI bestudeert de ontwikkeling van het klimaat en van de tijd die nodig is om de veiligheid van de bevolking te garanderen. Daartoe blijft het Instituut gericht op alle wetenschappelijke onderzoeken wereldwijd en houdt het zich op de hoogte van alle publicaties in de gespecialiseerde literatuur. BELSPO is voorstander van de oprichting van een internationaal sturingskader voor geo-engineering, want met meer transparantie en een beter inzicht in de fenomenen zouden de alarmerende geruchten over een eventuele commercialisering van het klimaat ten koste van het welzijn van de wereldpopulatie de kop worden ingedrukt.