Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1210

van Jacques Brotchi (MR) d.d. 8 februari 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Budget van het RIZIV bestemd voor huizen voor respijtzorg

sociale voorzieningen
kanker
kinderoppas
ziekte
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Chronologie

8/2/2011 Verzending vraag
6/5/2011 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-92

Vraag nr. 5-1210 d.d. 8 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

Mevrouw de minister, naar aanleiding van een vraag over huizen voor respijtzorg die mijn collega Chantal Bertouille in het Parlement van het Waals Gewest gesteld heeft aan minister Eliane Tillieux, zou ook ik uw aandacht op deze problematiek willen vestigen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft iets meer dan een jaar geleden immers een project gelanceerd voor de oprichting van een huis voor respijtzorg. Het is de bedoeling de ouders die hun chronisch zieke kinderen verzorgen even tot rust te laten komen. Om dat project te kunnen realiseren, heeft de InterministeriŽle Conferentie Volksgezondheid beslist om in het kader van het Nationaal Kankerplan een werkingssubsidie toe te kennen van 700.000 euro, ten laste van het RIZIV-budget. Het resterende bedrag wordt ten laste genomen door de GGC.

Zo is in Brussel in november 2010 het eerste huis voor respijtzorg geopend. Daarin worden kinderen van 0 tot 18 jaar, die zwaar of terminaal ziek zijn en van wie de naasten nood hebben aan ondersteuning, opgevangen. Het huis houdt het midden tussen de verzorging thuis en in het ziekenhuis. De verblijven zijn beperkt tot drie keer per jaar gedurende ongeveer tien dagen. Het Brusselse huis voor respijtzorg beschikt, zoals in de InterministeriŽle Conferentie gepland was, over tien klassieke bedden, waarvan er twee gereserveerd zijn voor noodgevallen.

In WalloniŽ is de oprichting van een respijthuis in stand-by. Uit het antwoord van 22 oktober 2010 kan worden afgeleid dat de Waalse minister voor Volksgezondheid van oordeel is dat het door het RIZIV toegekende budget ontoereikend is.

Mevrouw de minister, ik zou graag het volgende weten :

Welk totaal budget zal het RIZIV ter beschikking stellen voor de oprichting van respijthuizen? Volgens mijn informatie zou het gaan om een budgettaire enveloppe van 6 miljoen euro. Kunt u dat cijfer bevestigen?

Denkt u dat dit budget voldoende is om de nagestreefde doeleinden te realiseren, waaronder met name de oprichting van een huis voor respijtzorg in het Waalse Gewest?

Is het budget dat door het RIZIV wordt toegekend volgens u het enige struikelblok?

Zou het niet raadzaam zijn overleg te organiseren met het Waals Gewest om dit project te kunnen concretiseren? Het gaat hier om het welzijn van talrijke families met zware problemen!

Antwoord ontvangen op 6 mei 2011 :

De oprichting van respijtstructuren is een initiatief waarin het programma “voorrang aan de chronische zieken” voorziet. Het wordt opgevat als een experiment. Op dit ogenblik weten we niet of het aan alle behoeften van de bevolking zal tegemoetkomen, en ook niet of het de meest geschikte zorgformule is. De overeenkomst voorziet in een evaluatieprocedure, precies om die vragen te beantwoorden.

Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeits-verzekering (RIZIV) heeft voor de respijtstructuren in een totaal budget van 2 100 000 euro voorzien, in gelijke delen van 700 000 euro voor de drie Gewesten van het land. Het oorspronkelijke budget bedroeg 1,5 miljoen euro of 500 000 euro per gewest. Maar uit de analyse door het RIZIV bleek dat het budget echt ontoereikend was, en ik heb beslist om er 600 000 euro aan toe te voegen om de RIZIV-financiering te versterken.

Wanneer er in eenzelfde gewest twee eenheden worden ontwikkeld, heeft men zowel de gewesten als de kandidaten erover ingelicht dat het budget van 700 000 euro waarin het RIZIV per gewest voorzag in gelijke delen over deze eenheden zou verdeeld worden. Als de kandidaten en/of de gewesten daarmee akkoord gaan en beslissen om hun project met een gedeelde RIZIV-financiering te laten lopen, dan moeten ze zelf oplossingen vinden wanneer blijkt dat de financiering niet volstaat.

Het RIZIV-budget kan de financiering van personeelsleden (artsen, psychologen, verpleegkundigen, animatoren en ondersteunend personeel) dekken. Het gaat om meer dan elf VTE per eenheid van tien bedden en meer dan zeven VTE voor een eenheid van vijf bedden. Het dekt tegelijk de algemene kosten, behalve de bouwkosten; die vallen ten laste van de gewesten.

In het kader van eventuele moeilijkheden in dit dossier, kan dit punt in de IMC Volksgezondheid worden besproken. minister Eliane Tillieux heeft op de IMC van 20 december 2010 gezegd dat ze bereid is twee projecten voor respijteenheden van telkens vijf bedden op te richten, waarvan een in Frameries en de andere in Namen. Ik verzet mij er niet tegen dat het RIZIV deze vraag onderzoekt, voor zover het budget per gewest ongewijzigd blijft, de voorwaarden en nadere procedureregels van het RIZIV worden nageleefd, en er geen andere projecten geblokkeerd worden die klaar zijn om te worden uitgevoerd.

Het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het RIZIV keurde in januari van dit jaar de tekst van de modelovereenkomst goed. De eenheden die bedrijfsklaar zijn kunnen deze overeenkomst dus sluiten en voor het verblijf van hun patiënten een tegemoetkoming van het gezondheidszorgverzekering ontvangen.

Het gaat om een eenheid van tien bedden in Brussel-Hoofdstad (Evere) en twee eenheden van vijf bedden in Vlaanderen (Rozenrood & Pulderbos).