Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1197

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 4 februari 2011

aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid

Wetenschapsbeleid - Samenwerking met gemeenschappen en gewesten - Innovatiescore van BelgiŽ en Europa - Resultaten van het Belgische voorzitterschap

onderzoeksbeleid
vernieuwing
gewesten en gemeenschappen van BelgiŽ
voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie

Chronologie

4/2/2011Verzending vraag
7/12/2011Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4722

Vraag nr. 5-1197 d.d. 4 februari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op het laatste Europese scorebord voor innovatie bekleedt BelgiŽ een plaats bij de middenmoot. De Europese commissaris voor Innovatie, mevr. Maire Geoghegan-Quinn, gebruikte dit scorebord om het Europese niveau van innovatie te problematiseren. Zowel de Verenigde Staten (VS) als Japan bouwden een grote voorsprong op. Europa slaagt er niet in deze te verkleinen. Tegelijkertijd naderen de zogenaamde groeilanden, die er duidelijk voor kiezen om van innovatie een speerpunt te maken.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoe evalueert en duidt de geachte minister de plaats van BelgiŽ bij de middenmoot op het Europese innovatiescorebord? Komt deze score tegemoet aan de verwachtingen van de minister en bereikte ze daarmee haar doelstellingen? Zo ja, hoe verklaart zij haar bescheiden aspiratie? Zo niet, hoe verklaart zij deze onderscore?

2) Welke sterkte / zwakte-analyse maakt zij van haar beleid inzake innovatie? Waar scoort BelgiŽ sterk en waar zwak, en waarom? Welke maatregelen ondernam of plant zij om aan deze zwakke punten te verhelpen?

3) Maakt het onderwerp innovatie onderwerp uit van een systematische en slagkrachtige samenwerking met de gemeenschappen en gewesten? Zo ja, hoe kan zij dit illustreren en evalueren? Zo niet, hoe verklaart zij de ontstentenis van dit forum? Ondernam of plant zij hieromtrent concrete maatregelen?

4) Vormde innovatie een prioriteit binnen het Belgische EU-voorzitterschap? Zo ja, kan zij hier concrete resultaten voorleggen en deze illustreren? Zo niet, hoe verklaart zij dat dit cruciale onderwerp zo weinig aandacht kreeg?